Hoofdstuk IV
Paragraaf 5: Schuld als bestanddeel
5.1 Plaatsbepaling van het culpoze delict door de wetgever
Normaal gesproken wordt bij misdrijven opzet vereist, en staat bij overtredingen de objectieve zijde
meer op de voorgrond. Als het misdrijf een overtreding als tegenhanger heeft, werkt de opzet als
strafverzwarende omstandigheid (en anders als strafbepalende omstandigheid). Een tussencategorie
bestaat uit culpoze delicten waarbij schuld centraal staat: onvoorzichtigheid, nalatigheid en gebrek
aan voorzorg. In dit soort delicten is schuld als bestanddeel opgenomen. Hier tegenover staan de
doleuze delicten.
Het normatieve aspect van culpa gaat over het verwijt over het (gebrek aan) gedrag, het
psychische aspect gaat over de onbewuste en bewuste schuld. Voor culpa is grove schuld vereist: het
gaat niet om culpa levis (niet zo veel weten/nadenken als de meest nadenkende, kundige, voorzichtige
mens) maar om culpa lata (minder nadenken/weten/beleidvol zijn dan de algemene mens).
Sinds 1 februari 2006 is roekeloosheid als strafverzwaringsgrond geïntroduceerd voor de
belangrijkste culpoze gevolgsdelicten art 307 & 308 Sr en 6 & 175 WVW. Dit is de zwaarste vorm van
het culpoze delict waarin sprake is van zeer onvoorzichtig gedrag waarbij welbewust en met ernstige
gevolgen onaanvaardbare risico’s worden genomen. Er moet sprake zijn van bewustheid van de
ernstige gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige manier ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet
zullen realiseren.
5.2
De wetgever heeft niet veel meer over culpoze delicten gezegd, maar in de rechtspraak komt het neer
op sprake van een min of meer grove of aanmerkelijke schuld, waarbij de kern ligt in verwijtbare
aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Culpa kent twee kanten: de dader moest anders handelen en kon ook anders handelen, ook
wel aan te merken als vermijdbaarheid en verwijtbaarheid of de objectieve kant en subjectieve kant.
Het is dus aan de verdachte om te laten blijken dat niet anders gehandeld had kunnen worden.
Bij de normatieve beoordeling spelen wederrechtelijkheid, geoorloofd risico en
Garantenstellung (beroepsmatig handelen) een belangrijke rol. Bij een duidelijk negatieve afwijking
van de standaard is sprake van onvoorzichtig gedrag. De psychische component komt tot uiting in de
noodzakelijke voorzienbaarheid. Bewuste schuld kan worden omschreven als een misplaatst
vertrouwen op een goede afloop, onbewuste schuld als misplaatste onoplettendheid, niet-nadenken,
onverschilligheid als een mengvorm daarvan en roekeloosheid als welbewust en lichtzinnig
onaanvaardbare risico’s nemen. In gereguleerde omstandigheden als het verkeer is voorzienbaarheid
doorgaans geen probleem.
5.4 Culpa in de rechtspraak
5.4.1 Nadere uitwerking in de tenlastelegging
In de tenlastelegging moet de schuld/culpa verder worden uitgewerkt. Door dit belang worden veel
beslissingen over culpoze delicten voor een belangrijk deel bepaald door de bijzondere feitelijke en
juridische omstandigheden van de casus in kwestie. Dit is een waarschuwing voor het trekken van
algemene materieelrechtelijke conclusies uit bepaalde beslissingen,
, 5.4.2 Het normatieve kader van culpa
Het Verpleegster-arrest uit 1963 is een goed voorbeeld. Hierin geeft de verpleegster de chirurg een
verkeerd flesje aan, waardoor de patiënt een dodelijke hoeveelheid adrenaline krijgt. Hierin komt in
de uitspraak van de Hoge Raad de Garantenstellung naar voren: ‘dat requirante aanmerkelijk is tekort
geschoten voor wat betreft de op haar rustende plicht om de nodige oplettendheid te betrachten en
dat de handelswijze van requirante mitsdien getuigde van een mindere of meerdere mate van grove
onoplettendheid, opleverende schuld in de zin van 307 Sr.’ Hier raakt de psychische component op de
achtergrond en de beroepsuitoefening op de voorgrond.
5.4.3 Culpa en strafuitsluitingsgronden
Alle strafuitsluitingsgronden bij de culpoze delicten zijn bewijsverweren omdat de culpa
wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid omvat.
5.4.4 ‘Gewone’ schuld aan een gevolg
Het culpoze verkeersdelict (36 & 6 WVW) kent op zichzelf al een zwaar strafmaximum, dat kan worden
verdubbeld in geval van roekeloosheid. Met de vaststelling van een overtreding in de
verkeerswetgeving staat meteen vast dat het gedrag voorzienbaar onvoorzichtig was. De centrale
vraag is dus al snel of er sprake was van aanmerkelijke onvoorzichtigheid waarbij
aansprakelijkheidsstelling gerechtvaardigd is. De wettelijke strafverzwarende omstandigheden uit 173
lid 3 WVW hebben nu een dubbelrol: bijdragen aan bewijs van de culpa en opleveren van
strafverzwarende omstandigheid. De aanwezigheid van voldoende verwijtbaarheid komt per saldo
vaak neer op de afwezigheid van schulduitsluitingsgronden. In een arrest uit 2004 heeft de Hoge Raad
nog eens aangestipt dat het vereist zijn van meer verkeersovertredingen niet direct relevant is, terwijl
de ernst van de gevolgen niet zonder meer bepalend kan zijn voor het bewijs van schuld. Het komt
neer op dat het sterk afhangt van de omstandigheden van het geval.
5.4.5 Schuld aan een gevolg in de vorm van roekeloosheid
In het algemeen zou bij roekeloosheid sprake moeten zijn van bewustheid van het risico van ernstige
gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige wijze ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet zullen
realiseren. Deze vorm wordt voor uitzonderlijke gevallen gereserveerd door de verdubbeling van het
strafmaximum en grenst aan opzet. De maatstaf is ‘of door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging
van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich
daarvan bewust was, althans had moeten zijn.’ De Hoge Raad legt de nadruk op de specifieke
omstandigheden van het geval en een goede motivering. Voor verkeerszaken geldt dan nog dat er
meer moet zijn dan de in 175 lid 3 WVW genoemde strafverzwarende gedragingen (onder invloed
rijden, veel te hard rijden, bumperkleven, geen voorrang verlenen of gevaarlijk inhalen), anders
zouden deze dubbel kunnen gaan tellen. Roekeloosheid wordt dus ook zeer weinig toegekend.
Rozemond komt tot de conclusie dat bij verkeersdelicten roekeloosheid haalbaar is als de
verdachte zich welbewust buiten de orde van het normale verkeer plaatst ten koste van extreme
risico’s voor andere verkeersdeelnemers. Het ging vaak om een kat- en muisspel, een
snelheidswedstrijd, een wedstrijdachtige achtervolging, het op een langdurige en extreme manier aan
de politie proberen te ontkomen en het bij een verkeersruzie midden in de nacht op een onverlichte
weg remmen en stilstaan voor de andere auto. Hier was bovendien steeds sprake van een samenspel
van gedragingen.
5.4.6 Schuld aan een bijkomende omstandigheid
Voor schuldheling is vereist dat de verdachte ‘redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn handeling
een door misdrijf verkregen voorwerp betreft’. In dit geval betreft het een tekortschieten in zijn
onderzoeksplicht.
,T. Blom (2020): ‘Roekeloosheid opnieuw beoordeeld’
1. Inleiding
Blom onderzoekt welke invloed de recente wijzigingen in de WVW zouden hebben gehad op oude
strafzaken. De herdefinitie heeft als belangrijkste reden dat de rechter maar in heel specifieke gevallen
tot de bewezenverklaring van roekeloosheid kwam. Voorheen was er sprake van strenge voorwaarden
vanwege de strafverdubbeling ten opzichte van ‘gewoon’ culpoos handelen. Er moest aan drie
voorwaarden worden voldaan: (1) het moet gaan om een buitengewoon onvoorzichtige gedraging (2)
dat een zeer ernstig gevaar in het leven roept (3) waarvan de verdachte zich bewust was, althans had
moeten zijn. Hierbij is onvoldoende dat de verdachte heeft voldaan aan de strafverzwarende
voorwaarden uit 175 lid 3 WVW. In het artikel wordt onderzocht of zaken die destijds niet voldeden
aan de strenge voorwaarden van de Hoge Raad, met de nieuwe wetgeving wel zouden leiden tot
veroordeling wegens roekeloos rijgedrag.
2. Nieuwe wetgeving
Aan lid 2 van 175 WVW is toegevoegd: van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag tevens
als een overtreding van artikel 5a WVW kan worden aangemerkt. Hieronder valt:
a. Onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen
b. Gevaarlijk inhalen
c. Negeren van een rood kruis
d. Over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan
e. Inhalen voor of op een voetgangersoversteekplaats
f. Niet verlenen van voorrang
g. Overschrijden van de krachtens deze wet ingestelde maximumsnelheid
h. Zeer dicht achter een ander voertuig rijden
i. Door rood licht rijden
j. Tegen de verkeersrichting inrijden
k. Tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden
l. Niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van op grond van deze wet bevoegde personen
m. Soortgelijke gedragingen als onder a tot en met l genoemd
Hierbij moet gevolg, zoals overlijden of lichamelijk letsel, zijn ingetreden. Uit voorbeelden blijkt dat
het om meerdere gedragingen moet gaan waardoor meerdere verkeersregels ernstig zijn geschonden.
3. Herbeoordeling van de jurisprudentie
Hier worden de zaken uitgebreid behandeld, in de conclusie worden de resultaten samengevat.
4. Conclusie
In vier van de twaalf zaken zal op basis van de nieuwe wetgeving wel een veroordeling van
roekeloosheid kunnen volgen. De reden dat in de meeste zaken opnieuw geen veroordeling zal volgen
heeft te maken met het feit dat verdachte slechts één van bovenstaande handelingen heeft verricht.
Ook is er sprake van een nieuw bewijsprobleem, het moet immers gaan op het opzettelijk zich zodanig
in het verkeer gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, waardoor daarvan
levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. In twee zaken
ontbrak deze specifieke opzet.
, Hoorcollege ‘schuld’
Het handboek van De Hullu
Schuld is verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. ‘Schuld’ komt uit de wet: 307&308 Sr, 6 WVw.
1. Onvoorzichtigheid: de dader overtreedt een zorgvuldigheidsnorm (normatief of objectief
begrip, je kunt normatief vaststellen of iemand onvoorzichtig is geweest door vast te stellen
of iemand zorgvuldigheidsnormen heeft overtreden). Het verkeersrecht bevat veel normen,
het overtreden van deze normen levert in beginsel de onvoorzichtigheid op. Ongeschreven
normen, bijvoorbeeld het Verpleegster-arrest, kunnen volgen uit een taak, beroep.
Ø Het gaat om geschreven en ongeschreven normen.
2. De overtreding moet aanmerkelijk zijn. Een klein beetje te hard rijden geeft nog geen
aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Dit hangt van de omstandigheden van het geval af, je kan
het niet met één overtreding vaststellen. Dit zijn ook objectieve gegevens.
Ø Niet elke overtreding levert culpa op.
3. Er is geen sprake van schuld als de dader geen verwijt kan worden gemaakt.
Ø De verwijtbaarheid ontbreekt bij schulduitsluitingsgronden (verontschuldigbare onmacht).
Bijvoorbeeld bij een hartaanval, epilepsie, psychose waarbij je de macht over het stuur
verliest. Het ongeval valt je dan niet te verwijten. Dan moet je zelf niks kunnen doen aan die
onmacht, dus bij vergeten van medicatie is het niet verontschuldigbaar, is het eigen schuld.
Het standaardarrest: Blackout
1. In het algemeen kan niet worden aangegeven of één overtreding wel of niet voldoende is.
2. Het hangt van de aard en ernst van de overtreding af en de omstandigheden waaronder deze
overtreding is begaan. Een beetje te hard rijden hoeft soms niet erg te zijn, maar bij veel
kwetsbare mensen kan dit wel aanmerkelijk onvoorzichtig zijn.
3. Uit de ernst van de gevolgen kan niet zonder meer worden afgeleid dat er sprake is van
schuld. Bij bijvoorbeeld overlijden staat nog niet vast dat er sprake is van schuld.
Ø Blackout: mevrouw reed over een provinciale weg op een flauwe bocht naar links, kwam op
de verkeerde weghelft terecht waarna een frontale botsing ontstond
- In het specifieke geval van Blackout: het op een verkeerde weghelft terechtkomen, is in
beginsel aanmerkelijk onvoorzichtig – maar: waar is de verwijtbaarheid
- De verdachte heeft echter verklaard dat zij een blackout had en dat zou verontschuldigbare
onmacht kunnen opleveren (de verwijtbaarheid valt weg)
- Dat heeft het hof niet onderzocht en daarom casseert de Hoge Raad. De onmacht had ook
wel verwijtbaar kunnen zijn als dit bijvoorbeeld had gelegen aan drugs of vergeten medicatie
Een actueel vonnis: Pinkpop-arrest
Ø Man rijdt na afloop van een festival ’s nachts met zijn auto drie festivalbezoekers aan die op
de weg zitten. De man wordt vervolgd voor dood door schuld (6), subsidiair veroorzaken van
gevaar op de weg (5 WVW), en verlaten van plaats van ongeluk terwijl er gewonden zijn (7)
- De Rechtbank spreekt de verdachte vrij voor art 6 en veroordeelt voor art 5 en 7 WVW
- Was hier wel sprake van aanmerkelijke onvoorzichtigheid aan de kant van de verdachte? Hij
moet gezien hebben dat er mensen liepen, had je die mensen kunnen zien zitten? De weg
was aanvankelijk afgesloten, misschien dat de bezoekers daarom op die weg zijn gaan zitten.
De man heeft geen geschreven norm overtreden. Hij had beter moeten en kunnen opletten,
maar dat is te weinig voor aanmerkelijke schuld, dit is geen ernstige verkeersfout. Jezelf
melden na doorrijden is een strafuitsluitingsgrond, behalve als mensen hulpbehoevend zijn.