Thema 1 communicatie:
1.1: Communicatieproces
communicatie is het overdragen van informatie. Dit kan verbaal of non-
verbaal. Communicatie is een middel om informatie of kennis over te
dragen.
Hieronder zie het volledige communicatieschema.
Communicatie gaat volgens een proces. De processen zijn de volgende
begrippen
Zender:
De gene die communiceert is de zender. De Zender communiceert als
eerst.
Ontvanger:
Is de gene die de boodschap ontvangt. Het is de gene die het signaal krijgt
van de zender
Boodschap:
De informatie die communiceert is de boodschap
Medium:
Is het middel die je gebruikt om de communicatie over te brengen. Dit kan
verbaal of via sociale media
Coderen:
, Als je communiceert zet je gedachten die je hebt om in een boodschap. Je
past bijvoorbeeld je taalgebruik aan tot een peuter of je spreekt ouderen
met u aan
1.1: Communicatieproces
Decoderen
Is het ontcijferen van de boodschap. Je geeft er een betekenis aan. Je
probeert vast te stellen wat de ander bedoelt.
Referentiekader
Dat is het geheel van je waarden en normen. Dit word gevormd wat je
hebt meegemaakt in je leven. Daarnaast heeft dit invloed op je codering
en decodering. Het word beïnvloed door sociale media, werk, vrienden en
leefsituatie.
Massa communicatie:
Is communicatie waarbij je een grote groep mensen word bereikt. Dit kan
bijvoorbeeld met een reactie op het internet
Feedback:
Als je een boodschap ontvangt dan reageer je hier op. Deze reactie noem
je feedback. Bij feedback reageer je beleeft en reageer je wat de ander
beter kan doen.
1.2 communicatie doelen:
Communiceren doe je altijd doelgericht. De doelen kunnen zijn:
- Overtuigen:
Als je doel is de ander te overtuigen, probeer je ervoor te zorgen dat
de ander jouw mening of idee overneemt
- Informeren
Informatie over brengen naar de ander
- Activeren / motiveren
Bij activeren wil je de ander in actie laten komen. Je moedigt aan of
je zorgt er voor dat de ander in actie komt
- Instrueren
Als je de ander iets wil leren of hoe iets moet gebeuren dan ben je
aan het instrueren.