Economie samenwerken en onderhandelen
Hoofdstuk 1 Samenwerken is een spel
Basisstof 1 speltheorie
Kies voor een spel
- Speltheorie: bestudeer je de manier waarop mensen beslissingen nemen, waarbij ze
rekening houden met de keuzes van anderen. let op je eigen maximale nut.
- Met verstand, niet emoties.
- Simultaan: beide spelers tegelijkertijd een beslissing nemen.
- Sequentieel (dynamisch): een speler maakt zijn actie kenbaar, daarna maakt de andere
speler zijn actie.
- Eenmalig: spel met slechts 1 ronde.
- Herhaald: spel met meerdere rondes, waarbij acties bij voorgaande rondes van invloed
kunnen zijn op de volgende strategie.
- Coöperatief: samen beste voor allebei (afspraken).
- Niet-coöperatief: Ieder speler kiest zijn eigen beste strategie, gegeven de strategieën van de
ander(en).
Wat levert het op?
- Opbrengstenmatrix/ payoff-matrix: een tabel met de mogelijke uitkomsten van een spel.
- Best response-methode (evenwicht bepalen): bepaal je voor iedere speler zijn beste actie
gegeven alle mogelijke acties van alle overige spelers. Bepaal de combinatie die voor alle
spelers tegelijkertijd het beste is.
- Nash-evenwicht: de combinatie van strategieën van de spelers die leidt tot een resultaat
waarbij geen van de spelers een reden heeft om van strategie te veranderen, gegeven de
strategie van de ander.
- Gevangenendilemma/prisoners’ dilemma: een simultaan spel waarin een evenwicht
ontstaat waarbij de uitkomst voor beide spelers niet optimaal is.
Keuzestress
- Dominante strategie: speler kiest altijd dezelfde strategie, ongeacht de keuze van zijn
tegenspeler.
- Gedomineerde strategie: een strategie die een slechter resultaat oplevert dan de andere
mogelijke strategieën.
- Individuele belang: het vooropstellen van eigen belang in een dilemma. komt optimale
uitkomst (beste collectieve resultaat) niet altijd tot stand.
- Gezamenlijk belang: het vooropstellen van het gezamenlijk belang in een dilemma.
- Niet-optimale uitkomst: een uitkomst die mogelijk voor beide beter zou kunnen, maar wel
tot stand komt.
1.2 strategie in een prijzenoorlog
Is er een oplossing?
- Gezamenlijke/ collectieve belang: het belang van alle spelers samen.
- Nul-som-spel/zero-sum game: uitkomst van spel heeft een constante waarde, zoals schaken
1-0, ½ - ½ , 0-1. Uitkomst bij elkaar optellen is altijd hetzelfde.
- Niet nul-som-spel: combinatie van strategieën, waarbij beide spelers verlies of winst had
kunnen maken. Onmogelijk om grotere gezamenlijke opbrengst te hebben door overleggen.
- Contract: een document waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd. collectief belang
boven eigenbelang, gevangenendilemma doorbreken. Mag niet concurrentie beperken.
, - Een afspraak om te koesteren
- Bedrijven zullen in de wetenschap afspraak niet verbreken om daarmee prijzenoorlog te
voorkomen.
- Tit fort tat-principe: Als je niet aan de afspraak houdt, kun je van de andere partij “een
koekje van eigen deeg” verwachten.
- Zelfbinding: Een van beide partijen maakt zijn keuze vooraf bekend, ongeacht de keuze die
een ander zal gaan maken. Bijvoorbeeld reclamefolders of tv-spotjes met prijs genoemd.
- Prijzenoorlog: concurrenten gaan strijd aan door middel van prijsverlagingen.
marktaandeel vergroten en concurrenten van markt verdrijven.
- Sociale normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen. bedrijven mijden
bijvoorbeeld goedkope productie met behulp van kinderarbeid. Dus niet voor individueel
belang.
- Collectieve dwang: De overheid dwingt iedereen om belasting te betalen.
1.3 onderhandelen en samenwerken
De eerste de beste
- Beslissingsboom/ extensieve vorm: Hiermee creëer je een chronologisch overzicht van de
mogelijke uitkomsten. (verschil tussen tijdstip beslissen, sequentieel)
- Uitkomst kan je bepalen d.m.v. backwards induction/ terugredeneren.
De kosten van de samenwerking
- Verzonken kosten: specifieke kosten die je maakt en niet meer ongedaan kunt maken (vb.
voetbalclub bouw nieuw stadion, ontwikkelingskosten, ontwerpkosten). niet zeker of
kosten terugverdiend worden.
- Berovingsprobleem: Verzwakking van de onderhandelingspositie van een speler doordat hij
verzonken kosten heeft gemaakt (vb. artiest was gehuurd voor festival en doet reiskosten
enz. maken en wordt uiteindelijk vervangen).
- Reputatieschade: Verstoring van een relatie tussen spelers in toekomstige
onderhandelingen als gevolg van een eenzijdige afwijking van gemaakte afspraken (vb.
artiesten minder snel bereid om weer te komen). onwenselijk bij herhaalde spelsituaties.
1.4 de overheid en niet-optimale uitkomsten
Een extraatje
- Extern effect: een bijkomstig gevolg van productie of consumptie wordt niet door
veroorzaker meegerekend in de kostprijs.
- Positief extern effect: het externe effect heeft een positieve invloed op diegene die het
effect ervaart (vb. gratis gebruik van tuin rond bedrijfsgebouw voor publiek).
- Negatief extern effect: er is een negatieve invloed van productie of consumptie. prijs van
producten is te laag. (vb. vervuiling, geluidsoverlast).
Vrijwillig of gedwongen?
- De kosten als gevolg van negatieve externe effecten zijn maatschappelijke kosten (overheid
voorkomen met wet- en regelgeving).
- Positieve externe effecten leiden tot maatschappelijke opbrengsten.
- Voorbeelden omvang te beinvloeden: geven van boetes, heffen extra belasting, subsidie
verlenen.
- Sociale normen = collectieve dwang.
Wie maakt wat?
- Zuiver collectieve goederen: goederen die de overheid voortbrengt, iedere inwoner mag
gebruik maken van goed. Geen individuele prijs.
Hoofdstuk 1 Samenwerken is een spel
Basisstof 1 speltheorie
Kies voor een spel
- Speltheorie: bestudeer je de manier waarop mensen beslissingen nemen, waarbij ze
rekening houden met de keuzes van anderen. let op je eigen maximale nut.
- Met verstand, niet emoties.
- Simultaan: beide spelers tegelijkertijd een beslissing nemen.
- Sequentieel (dynamisch): een speler maakt zijn actie kenbaar, daarna maakt de andere
speler zijn actie.
- Eenmalig: spel met slechts 1 ronde.
- Herhaald: spel met meerdere rondes, waarbij acties bij voorgaande rondes van invloed
kunnen zijn op de volgende strategie.
- Coöperatief: samen beste voor allebei (afspraken).
- Niet-coöperatief: Ieder speler kiest zijn eigen beste strategie, gegeven de strategieën van de
ander(en).
Wat levert het op?
- Opbrengstenmatrix/ payoff-matrix: een tabel met de mogelijke uitkomsten van een spel.
- Best response-methode (evenwicht bepalen): bepaal je voor iedere speler zijn beste actie
gegeven alle mogelijke acties van alle overige spelers. Bepaal de combinatie die voor alle
spelers tegelijkertijd het beste is.
- Nash-evenwicht: de combinatie van strategieën van de spelers die leidt tot een resultaat
waarbij geen van de spelers een reden heeft om van strategie te veranderen, gegeven de
strategie van de ander.
- Gevangenendilemma/prisoners’ dilemma: een simultaan spel waarin een evenwicht
ontstaat waarbij de uitkomst voor beide spelers niet optimaal is.
Keuzestress
- Dominante strategie: speler kiest altijd dezelfde strategie, ongeacht de keuze van zijn
tegenspeler.
- Gedomineerde strategie: een strategie die een slechter resultaat oplevert dan de andere
mogelijke strategieën.
- Individuele belang: het vooropstellen van eigen belang in een dilemma. komt optimale
uitkomst (beste collectieve resultaat) niet altijd tot stand.
- Gezamenlijk belang: het vooropstellen van het gezamenlijk belang in een dilemma.
- Niet-optimale uitkomst: een uitkomst die mogelijk voor beide beter zou kunnen, maar wel
tot stand komt.
1.2 strategie in een prijzenoorlog
Is er een oplossing?
- Gezamenlijke/ collectieve belang: het belang van alle spelers samen.
- Nul-som-spel/zero-sum game: uitkomst van spel heeft een constante waarde, zoals schaken
1-0, ½ - ½ , 0-1. Uitkomst bij elkaar optellen is altijd hetzelfde.
- Niet nul-som-spel: combinatie van strategieën, waarbij beide spelers verlies of winst had
kunnen maken. Onmogelijk om grotere gezamenlijke opbrengst te hebben door overleggen.
- Contract: een document waarin de gemaakte afspraken zijn vastgelegd. collectief belang
boven eigenbelang, gevangenendilemma doorbreken. Mag niet concurrentie beperken.
, - Een afspraak om te koesteren
- Bedrijven zullen in de wetenschap afspraak niet verbreken om daarmee prijzenoorlog te
voorkomen.
- Tit fort tat-principe: Als je niet aan de afspraak houdt, kun je van de andere partij “een
koekje van eigen deeg” verwachten.
- Zelfbinding: Een van beide partijen maakt zijn keuze vooraf bekend, ongeacht de keuze die
een ander zal gaan maken. Bijvoorbeeld reclamefolders of tv-spotjes met prijs genoemd.
- Prijzenoorlog: concurrenten gaan strijd aan door middel van prijsverlagingen.
marktaandeel vergroten en concurrenten van markt verdrijven.
- Sociale normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen. bedrijven mijden
bijvoorbeeld goedkope productie met behulp van kinderarbeid. Dus niet voor individueel
belang.
- Collectieve dwang: De overheid dwingt iedereen om belasting te betalen.
1.3 onderhandelen en samenwerken
De eerste de beste
- Beslissingsboom/ extensieve vorm: Hiermee creëer je een chronologisch overzicht van de
mogelijke uitkomsten. (verschil tussen tijdstip beslissen, sequentieel)
- Uitkomst kan je bepalen d.m.v. backwards induction/ terugredeneren.
De kosten van de samenwerking
- Verzonken kosten: specifieke kosten die je maakt en niet meer ongedaan kunt maken (vb.
voetbalclub bouw nieuw stadion, ontwikkelingskosten, ontwerpkosten). niet zeker of
kosten terugverdiend worden.
- Berovingsprobleem: Verzwakking van de onderhandelingspositie van een speler doordat hij
verzonken kosten heeft gemaakt (vb. artiest was gehuurd voor festival en doet reiskosten
enz. maken en wordt uiteindelijk vervangen).
- Reputatieschade: Verstoring van een relatie tussen spelers in toekomstige
onderhandelingen als gevolg van een eenzijdige afwijking van gemaakte afspraken (vb.
artiesten minder snel bereid om weer te komen). onwenselijk bij herhaalde spelsituaties.
1.4 de overheid en niet-optimale uitkomsten
Een extraatje
- Extern effect: een bijkomstig gevolg van productie of consumptie wordt niet door
veroorzaker meegerekend in de kostprijs.
- Positief extern effect: het externe effect heeft een positieve invloed op diegene die het
effect ervaart (vb. gratis gebruik van tuin rond bedrijfsgebouw voor publiek).
- Negatief extern effect: er is een negatieve invloed van productie of consumptie. prijs van
producten is te laag. (vb. vervuiling, geluidsoverlast).
Vrijwillig of gedwongen?
- De kosten als gevolg van negatieve externe effecten zijn maatschappelijke kosten (overheid
voorkomen met wet- en regelgeving).
- Positieve externe effecten leiden tot maatschappelijke opbrengsten.
- Voorbeelden omvang te beinvloeden: geven van boetes, heffen extra belasting, subsidie
verlenen.
- Sociale normen = collectieve dwang.
Wie maakt wat?
- Zuiver collectieve goederen: goederen die de overheid voortbrengt, iedere inwoner mag
gebruik maken van goed. Geen individuele prijs.