Samenvatting Meer dan onderwijs hoofdstuk 5.3.5
Onderzoeker en de onderzoekende houding:
- Geen kind is gelijk, er zijn dus verschillen in een basishouding nodig. Dit wordt gekenmerkt
met nieuwsgierigheid, sensitiviteit en kritische zin. Dit is een onderzoekende houding.
- Een leraar is geen onderzoeker maar moet wel in staat zijn om op een onderzoekende wijze
te werken. Je moet een onderzoek dus kunnen lezen en op een adequate manier gebruiken.
- Door een onderzoekende houding wordt de kwaliteit van bijvoorbeeld zelfstandig werken
door de hele school verbeterd.
- Aan een wetenschappelijke onderzoek worden formele eisen gesteld als betrouwbaarheid,
validiteit ( Dat gemeten wordt wat het zegt te meten ) , generaliseerbaarheid ( welke
voorwaarden zijn er ) en wetenschappelijke relevantie ( Is de theorie in wetenschapsgebied
bruikbaar ).
-In de tachtigere jaren van de vorige eeuw ontstond in toenemende mate aandacht voor
meer praktijkgerichte vormen van onderzoek onder namen als Practitioner research,
ontwikkelingsonderzoek en praktijkonderzoek.
- Dit type onderzoek kenmerkt zich door het ontlenen van de vraagstelling aan de praktijk en
de gerichtheid op verbetering van de praktijk. Ook dit onderzoek moet voldoen aan eisen
van de wetenschappelijke kwaliteit.
- Evidence informed onderwijs = Soort onderzoek doen in het onderwijs.
- Het doel van onderzoek is: iets te weten komen via een systematische werkwijze. Een
onderzoekende houding is niet hetzelfde als een onderzoek doen, maar je probeert wel op
die wijze te handelen.
- Het is belangrijk dat je niet gelijk gaat handelen van veronderstellingen, maar eerst
nieuwsgierig nagaat wat er aan de hand is.
- Gevoelig sensitief hoort hierbij ( signalen opvangen ) .
- Een van de belangrijkste aspecten van een onderzoekende houding is het stellen van
vragen. Bijvoorbeeld: “Klopt het wel dat zoveel kinderen niet langer dan een paar minuten
zelfstandig kunnen werken”.
4 basiskenmerken van een onderzoekende houding volgens Hanrick ( 2007 ) zijn:
- Nieuwsgierigheid
- Sensitiviteit
- Vraagtekens kunnen plaatsen bij het vanzelfsprekende
- Goed kunnen waarnemen en noteren
Onderzoeker en de onderzoekende houding:
- Geen kind is gelijk, er zijn dus verschillen in een basishouding nodig. Dit wordt gekenmerkt
met nieuwsgierigheid, sensitiviteit en kritische zin. Dit is een onderzoekende houding.
- Een leraar is geen onderzoeker maar moet wel in staat zijn om op een onderzoekende wijze
te werken. Je moet een onderzoek dus kunnen lezen en op een adequate manier gebruiken.
- Door een onderzoekende houding wordt de kwaliteit van bijvoorbeeld zelfstandig werken
door de hele school verbeterd.
- Aan een wetenschappelijke onderzoek worden formele eisen gesteld als betrouwbaarheid,
validiteit ( Dat gemeten wordt wat het zegt te meten ) , generaliseerbaarheid ( welke
voorwaarden zijn er ) en wetenschappelijke relevantie ( Is de theorie in wetenschapsgebied
bruikbaar ).
-In de tachtigere jaren van de vorige eeuw ontstond in toenemende mate aandacht voor
meer praktijkgerichte vormen van onderzoek onder namen als Practitioner research,
ontwikkelingsonderzoek en praktijkonderzoek.
- Dit type onderzoek kenmerkt zich door het ontlenen van de vraagstelling aan de praktijk en
de gerichtheid op verbetering van de praktijk. Ook dit onderzoek moet voldoen aan eisen
van de wetenschappelijke kwaliteit.
- Evidence informed onderwijs = Soort onderzoek doen in het onderwijs.
- Het doel van onderzoek is: iets te weten komen via een systematische werkwijze. Een
onderzoekende houding is niet hetzelfde als een onderzoek doen, maar je probeert wel op
die wijze te handelen.
- Het is belangrijk dat je niet gelijk gaat handelen van veronderstellingen, maar eerst
nieuwsgierig nagaat wat er aan de hand is.
- Gevoelig sensitief hoort hierbij ( signalen opvangen ) .
- Een van de belangrijkste aspecten van een onderzoekende houding is het stellen van
vragen. Bijvoorbeeld: “Klopt het wel dat zoveel kinderen niet langer dan een paar minuten
zelfstandig kunnen werken”.
4 basiskenmerken van een onderzoekende houding volgens Hanrick ( 2007 ) zijn:
- Nieuwsgierigheid
- Sensitiviteit
- Vraagtekens kunnen plaatsen bij het vanzelfsprekende
- Goed kunnen waarnemen en noteren