• Balans: toont de waarde van de
productiemiddelen waarin de onderneming
heeft geïnvesteerd en de manier waarop
deze investeringen zijn gefinancieerd op een
bepaald moment. (FOTO)
• Resultatenrekening: toont het verschil tussen
opbrengsten en kosten van een onderneming
(en dus de winst of het verlies) over een
bepaalde periode. (FILM)
• Kasstroomoverzicht: toont het overzicht van
de herkomst & bestedingen van
geldmiddelen over een bepaalde periode.
(WERELDBOL)
Let op bij balans/resultaatrekening:
• Haal sommige getalen uit de balans van het
afgelopen jaar bijvoorbeeld: crediteuren en
te betalen belasting; zet deze bij de liquide
middelen kosten en GEEN afschrijving er af
halen.
• Reken altijd met het getal wat op de vorige
balans stond
, • Voorraad: begin balans + aanschaf – gebruik
• Eigenvermogen blijft hetzelfde als er niks
veranderd, er veranderd wel iets als de
eigenaar geld erbij doet.
• Winstreserve: oude getal uit de tabel +
nieuwe winstreserve
• Te betalen winstbelasting: alleen van het
desbetreffende jaar.
• Eerst de liquide middelen uitrekenen:
Ontvangsten – alle kosten
+ontvangsten van klanten
-operationele kosten
-inkopen
-te betalen belasting (vorige balans)
-crediteuren (vorige balans)
-winst voor eigenaar
--> Daarna kijk je naar getal dat bij de vorige
balans bij liquide middelen staat. Haal daar het
getal vanaf dat je bij de kasstroom (rijtje)
berekent.
productiemiddelen waarin de onderneming
heeft geïnvesteerd en de manier waarop
deze investeringen zijn gefinancieerd op een
bepaald moment. (FOTO)
• Resultatenrekening: toont het verschil tussen
opbrengsten en kosten van een onderneming
(en dus de winst of het verlies) over een
bepaalde periode. (FILM)
• Kasstroomoverzicht: toont het overzicht van
de herkomst & bestedingen van
geldmiddelen over een bepaalde periode.
(WERELDBOL)
Let op bij balans/resultaatrekening:
• Haal sommige getalen uit de balans van het
afgelopen jaar bijvoorbeeld: crediteuren en
te betalen belasting; zet deze bij de liquide
middelen kosten en GEEN afschrijving er af
halen.
• Reken altijd met het getal wat op de vorige
balans stond
, • Voorraad: begin balans + aanschaf – gebruik
• Eigenvermogen blijft hetzelfde als er niks
veranderd, er veranderd wel iets als de
eigenaar geld erbij doet.
• Winstreserve: oude getal uit de tabel +
nieuwe winstreserve
• Te betalen winstbelasting: alleen van het
desbetreffende jaar.
• Eerst de liquide middelen uitrekenen:
Ontvangsten – alle kosten
+ontvangsten van klanten
-operationele kosten
-inkopen
-te betalen belasting (vorige balans)
-crediteuren (vorige balans)
-winst voor eigenaar
--> Daarna kijk je naar getal dat bij de vorige
balans bij liquide middelen staat. Haal daar het
getal vanaf dat je bij de kasstroom (rijtje)
berekent.