Griekenland in Oudheid geen politieke eenheid, bestond uit aparte
stadstaten.
o = Poleis (meervoud van polis)
o Ontstaan rond 850 v.Chr. en bestonden meestal uit paar
dorpjes/platteland.
o Verschillende poleis voerden vaak oorlog met elkaar.
Elke polis trots op politieke zelfstandigheid.
o Inwoners voelde zich naast inwoner van polis ook onderdeel
van Griekse beschaving.
Vereerden zelfde goden, spraken zelfde taal, genoten
van zelfde heldenverhalen.
Mensen buiten Griekenland: barbaren.
o Griekse bevolking verspreid en ontwikkelde snel, vanaf 750
v.Chr. zelfs voedseltekorten, daardoor vertrekken mensen om
koloniën te stichten.
Nieuwe poleis inwoners hielden wel contact met
moedersteden.
Ontstond hierdoor rond kust Middellandse Zee een
netwerk van Grieken stadstaten.
Kwamen in contact met ook andere volkeren,
hierdoor was er culture kruisbestuiving.
Griekse alfabet ontstaat, gebaseerd op schrift van
Feniciërs.
Griekse stadstaten waren zelfstandig, hierdoor verschilde manier
regeren van polis tot polis.
o Eerst was er een koning die macht had op basis van
erfopvolging, monarchie.
o Over loop van tijd werd dit vervangen door regeringsvorm
waarin edelen belangrijke bestuursfuncties hadden,
aristocratie.
Edelen rechtvaardigen politieke macht met afstamming
en militaire rol.
Waren enige die rijk genoeg waren om wapens te
kopen.
o Door opkomst nieuwe welvarende klasse konden meer
mensen wapens kopen, adel minder macht, aristocratieën
werden minder belangrijk.
Meer inwoners maakte aanspraak op burgerschap,
hadden ook actieve rol in leger, kregen politieke
rechten.
, Mochten lid worden volksvergadering.
o Structuur volksvergaderingen:
Algemene leden: algemeen.
Raad van Oudsten: ervaren mannen die advies gaven.
Vijf ‘opzichters’
Twee koningen: politieke eindbeslissing en leiding leger.
In sommige stadstaten waar adel deze vorm tegenhield werd onder
goedkeuring ontevreden volk een alleenheerser aan macht
gebracht, = Tirannie.
o Meest populaire: tiran Peisistratos, deze gaf leningen uit voor
boeren om olijven/druiven te verbouwen die winstgevender
waren als graan.
o Waren ook slechte tirannen, hierdoor kreeg tirannie een
negatieve klank.
Nieuwe bestuursvorm ontstaan (democratie) Nadat in 509 v.Chr. in
Athene met behulp van volk tiran was verdreven.
o = Deel van het volk met burgerschap heeft macht omdat het
politieke beslissingen neemt.
Vrouwen, slaven en inwoners met geen Atheense
afkomst uitgesloten van macht.
Mannen met macht waren gelijk, ongeacht
inkomen/afkomst.
Mochten spreken en stemmen in
volksvergadering.
Om een heerser te voorkomen werden belangrijke
functies met een loting verdeeld.
Iedere burger kon in raad van Vijfhonderd zitten.
o = hadden leiding over polis en deed
voorstellen waarover volksvergadering
stemde.
Iedere stemmer moest persoonlijk aanwezig zijn bij
vergadering
= directe democratie.
Als bescherming tegen een heerser kwam er
schervengericht:
Als er vermoeden was van een irritante politicus
kon iedere stemmer op een scherf naam schrijven
van gene die ze verdachten.