Familierecht een introductie samenvatting
W.M. Schrama, M. V. Antokolskaia, G. C. A. M. Ruitenberg
Derde druk
SJD HU Leerjaar 1
Samenleven – onderdeel Juridisch
,Inhoudsopgave
H4 Personenrecht ........................................................................................................................................... 2
Algemene bepalingen – Titel 1 boek 1 BW ......................................................................................................... 2
Naamrecht – Titel 2 boek 1 BW .......................................................................................................................... 2
Woonplaats ........................................................................................................................................................ 3
Afwezigheid en vermissing – Titel 18 boek 1 BW................................................................................................ 3
H5 Meerderjarigenbescherming...................................................................................................................... 5
Curatele .............................................................................................................................................................. 5
Bewind ................................................................................................................................................................ 6
Mentorschap....................................................................................................................................................... 7
H12 Minderjarigheid ....................................................................................................................................... 9
H13 Gezag....................................................................................................................................................... 9
Verkrijging ouderlijk gezag ............................................................................................................................... 10
Verandering van bestaand ouderlijk gezag ...................................................................................................... 10
Voogdij.............................................................................................................................................................. 11
H14 Verdeling van zorg- en opvoedingstaken, omgang en informatie ........................................................... 13
Omgang ............................................................................................................................................................ 14
H15 Kinderbeschermingsmaatregelen: Titel 14 boek 1 BW............................................................................ 15
Instanties, personen en instellingen van de kinderbescherming ...................................................................... 15
Ondertoezichtstelling........................................................................................................................................ 17
Uithuisplaatsing ................................................................................................................................................ 19
Rechtsbescherming van pleegouders ............................................................................................................... 20
1
, H4 Personenrecht
Personenrecht: bevat bepalingen die vooral op de persoon zelf betrekking hebben (boek 1
BW)
Algemene bepalingen – Titel 1 boek 1 BW
Rechten van een ongeboren kind: Artikel 1:2 BW maakt het mogelijk dat een ongeboren
kind al rechten heeft en hiermee als rechtssubject wordt beschouwd.
Hier zijn 2 regels voor: het kind wordt geacht nooit te bestaan als het dood tot leven komt,
en het kind kan alleen als reeds geboren worden beschouwd als het in zijn belang is. (Art. 1:2
BW)
Verwantschap: Te onderscheiden in bloedverwantschap en aanverwantschap.
Verwantschap wordt uitgedrukt in graden en loopt in de rechte lijn of de zijlijn. (Art. 1:3 BW)
Bloedverwantschap: De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der
geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Hierbij telt een erkenning, een
gerechtelijke vaststelling van het ouderschap of een adoptie als geboorte. (Art 1:3 lid 1 BW)
Aanverwantschap: Door huwelijk of door geregistreerd partnerschap ontstaat tussen de ene
echtgenoot en de andere een aanverwantschap. Door het eindigen van een huwelijk of
geregistreerd partnerschap wordt de aanverwantschap niet opgeheven.
Naamrecht – Titel 2 boek 1 BW
Verkrijgen voornaam: Een ieder heeft de voornamen die hem in zijn geboorteakte zijn
gegeven. (Art. 1:4 lid 1 BW)
o Ongepaste voornaam: Als de opgegeven voornamen ongepast zijn, dan zal de
ambtenaar van Burgerlijke Stand het kind ambtshalve één of meer voornamen
geven.
o Ouders onbekend: Als de ouders onbekend zijn, dan neemt de ambtenaar van de
Burgerlijke Stand in de geboorteakte een voorlopige voor- en achternaam op. (Art.
1:5 lid 10 BW)
Verkrijgen geslachtsnaam: Art. 1:5 BW geeft de mogelijkheden voor de ouders om een
achternaam te kiezen en regelt welke achternaam het kind krijgt wanneer de ouders geen
keuze maken. (Art. 1:5 BW)
o Één juridische ouder à kind krijgt achternaam van die ouder (art. 1:5 lid 1 BW)
o Geslachtsnaam bij adoptie 2 juridische ouders à in geval van partneradoptie
behoudt het kind de achternaam die hij had. Als het kind door adoptie 2 juridische
ouders krijgt, krijgt het kind de achternaam van de man. Als het kind door adoptie 2
juridische ouders krijgt van hetzelfde geslacht, behoudt het kind de naam die het
had, tenzij de beide adoptanten gezamenlijk verklaren dat het kind de achternaam
van één van hen krijgt. (Art. 1:5 lid 3 BW)
Keuze geslachtsnaam: Ouders kunnen tot uiterlijk bij de aangifte van de geboorte
gezamenlijk verklaren wiens achternaam het kind krijgt. Als de naamskeuze door beide
juridische ouders van het kind niet uiterlijk bij de aangifte van de geboorte van het eerste
kind is gedaan, verkrijgt het kind de achternaam van de vader, of in geval van 2 juridische
moeders de meemoeder. (Art. 1:5 lid 5 BW)
o Kind van 16 jaar of ouder à kan zelf verklaren of hij de achternaam van de moeder
of de vader wil gaan gebruiken. (Art. 1:5 lid 7 BW)
2