Voor landen altijd een lidwoord, behalve na product of titel
Bepaald lidwoord verandert nooit in ‘de’
‘Een’ wordt ‘une’ of ‘un’. Na een ontkenning wordt ‘un’ of ‘une’ ‘de’, behalve na être.
Voor beroep, nationaliteit, godsdienst etc. geen ‘un’ of ‘une’.
‘De’ of ‘het’ wordt ‘le’, ‘la’, ‘l” of ‘les’
À + le wordt au, à + les wordt aux. De + le wordt du en de + les wordt des
In het Nederlands geen, in het Frans wel bepaald lidwoord:
- Woord in algemene zin
- Na titel + eigennaam
- Bij beschrijving van uiterlijk
Data zijn altijd mannelijk, ‘van…tot’ wordt ‘du…au’.
Voor talen komt het bepaald lidwoord, behalve na ‘parler’ en ‘en’.
Voor namen van landen komt bepaald lidwoord, behalve na en (dat alleen wordt gebruikt voor
namen die vr. ev. zijn).
‘In’ of ‘naar’ +plaatsnaam is à.
Na ‘de’ valt lidwoord weg voor landen die vr. ev. zijn en uit één woord bestaan
- Na producten
- Na titels
Na de blijft het lidwoord wel staan voor landen die:
- Mannelijk zijn
- Meervoud zijn
- Uit meer dan één woord bestaan
- Zonder product of titel ervoor
Dag in algemene zin: le + dag
Zondag – zaterdag: dimanche, lundi, mardi, mercredi, jeudi, vendredi, samedi
Uitdrukkingen met een bepaald lidwoord:
Avoir le temps (of l’occasion) de - tijd (of gelegenheid) hebben om te…
Faire la connaissance de - kennis maken met…
La semaine passée (let op de laatste e na passé, vrouwelijk) - vorige week
La semaine prochaine - volgende week
Le matin, le soir etc. - ’s morgens, ’s avonds etc.
Le lundi etc. - ’s maandags/elke maandag etc.
Uitdrukkingen zonder bepaald lidwoord:
Avoir chaud/froid - het warm/koud hebben
Monter en voiture - in (de auto) stappen
En été/en automne/en hiver/au printemps - in de zomer/herfst/winter/lente
J’habite rue de Rivoli
Onbepaalde hoeveelheid: delend lidwoord (du, de la, de l’, des)
I.p.v. delend lidwoord gebruiken we ‘de’ bij:
- Na ontkenning (ne…pas-niet, ne...plus-niet meer, ne…jamais- nooit)
- Na woorden van hoeveelheid (un kilo, une bouteille, un litre, un paquet etc. beaucoup, peu,
assez-genoeg, combien-hoeveel, trop-te veel, tant-zoveel, autant-evenveel, plus, moins)
Bepaald lidwoord verandert nooit in ‘de’
‘Een’ wordt ‘une’ of ‘un’. Na een ontkenning wordt ‘un’ of ‘une’ ‘de’, behalve na être.
Voor beroep, nationaliteit, godsdienst etc. geen ‘un’ of ‘une’.
‘De’ of ‘het’ wordt ‘le’, ‘la’, ‘l” of ‘les’
À + le wordt au, à + les wordt aux. De + le wordt du en de + les wordt des
In het Nederlands geen, in het Frans wel bepaald lidwoord:
- Woord in algemene zin
- Na titel + eigennaam
- Bij beschrijving van uiterlijk
Data zijn altijd mannelijk, ‘van…tot’ wordt ‘du…au’.
Voor talen komt het bepaald lidwoord, behalve na ‘parler’ en ‘en’.
Voor namen van landen komt bepaald lidwoord, behalve na en (dat alleen wordt gebruikt voor
namen die vr. ev. zijn).
‘In’ of ‘naar’ +plaatsnaam is à.
Na ‘de’ valt lidwoord weg voor landen die vr. ev. zijn en uit één woord bestaan
- Na producten
- Na titels
Na de blijft het lidwoord wel staan voor landen die:
- Mannelijk zijn
- Meervoud zijn
- Uit meer dan één woord bestaan
- Zonder product of titel ervoor
Dag in algemene zin: le + dag
Zondag – zaterdag: dimanche, lundi, mardi, mercredi, jeudi, vendredi, samedi
Uitdrukkingen met een bepaald lidwoord:
Avoir le temps (of l’occasion) de - tijd (of gelegenheid) hebben om te…
Faire la connaissance de - kennis maken met…
La semaine passée (let op de laatste e na passé, vrouwelijk) - vorige week
La semaine prochaine - volgende week
Le matin, le soir etc. - ’s morgens, ’s avonds etc.
Le lundi etc. - ’s maandags/elke maandag etc.
Uitdrukkingen zonder bepaald lidwoord:
Avoir chaud/froid - het warm/koud hebben
Monter en voiture - in (de auto) stappen
En été/en automne/en hiver/au printemps - in de zomer/herfst/winter/lente
J’habite rue de Rivoli
Onbepaalde hoeveelheid: delend lidwoord (du, de la, de l’, des)
I.p.v. delend lidwoord gebruiken we ‘de’ bij:
- Na ontkenning (ne…pas-niet, ne...plus-niet meer, ne…jamais- nooit)
- Na woorden van hoeveelheid (un kilo, une bouteille, un litre, un paquet etc. beaucoup, peu,
assez-genoeg, combien-hoeveel, trop-te veel, tant-zoveel, autant-evenveel, plus, moins)