MINDMAPS
GD10 – Basis Neurologie Aandoeningen van het zenuwstelsel (ZS), van CZS tot PZS en spieren/bloedvaten die het ZS van bloed voorzien.
Samenvatting Perfusiedruk Hersengebieden Functies hersenstam Begrippenlijst
Medulla oblongata, verlengde merg.
Fysiologische indeling Is essentieel voor de bloed Cerebrum Bevat reticulaire formatie Pons, brug van het cerebrum en cerebellum.
toevoer naar de hersenen. Frontaal kwab, voorhoofd en de oorsprong van de Vegetatieve functies, vitale functies zoals
CPP, MAP – ICPressure Gebied van Broca, spreken twaalf hersenzenuwen, bloedsomloop, spijsvertering en ademhalen.
CPP, Cerebral Perfusion Pariëtaal kwab, wandbeen reguleert het bewustzijns Neuronen, zijn zenuwcellen.
ICP, Intra Cranial P Temporaal kwab, slaap niveau en basale lichaam Produceren, verwerken, ontvangen en
Gebied van Wernicke, taal functies zoals Ah, Hf, vervoeren van zenuwimpulsen.
Cirkel van Willes, arteriën Occipitaal, achterkwab reflexen (zoals hoesten, CZS: cerebrum, cerebellum en ruggenmerg.
van de hersenen en slikken, en braken), RR, PZS: 12 paar hersen, 31/31 paar ruggenmerg
carotisarteriën vormen slapen, waken, evenwicht, zenuwenen. Sensorisch of motorisch.
Neuro controles, ringvormig netwerk met speekselvorming, plassen Motorische zenuwcellen, van CZS af.
Bewustzijn, AVPU, taal, veel alternatieve routes. en kauwen. Werkt het Sensorische/sensibele zc, naar CZS toe.
oriëntatie, pupillen, EMV, nauw samen met de Schakel zenuwcellen, in hersenschors en
zenuwen (carotis), reflex, Monroe Kellie Doctrine, hypothalamus binnen het grijze stof van het ruggenmerg.
coördinatie, glucose, Langzame veranderingen autonome zenuwstelsel. Grijze stof, hersenschors om te schakelen.
braken, pijn, sensibele kunnen de hersenen lang Witte stof, merg om impulsen te vervoeren.
Cerebrum Grote
autonome functies. compenseren. Acuut leidt Functies liqour Dendriet, impulsen opnemen (drempel
Diencephalon Tussen
tot druk verhoging. Neemt Beschermt CZS (hersenen/ waarde) en doorgeven aan het cellichaam.
Cerebellum Kleine
4 vd 12 hersenzenuwen: volume toe, moet iets af ruggenmerg) en vervoert Axon/neuriet, geeft signaal door (myeline).
Truncus cerebri Stam
1. N. Opticus (II) nemen i.v.m. inklemming. hormonen, voeding en Neurotransmitters, stoffen die de signaal
(midden hersenen + pons +
Kijken/zien. afval. 130-150ml aan overdracht verzorgen in de synaps (aan het
medulla oblongata).
2. N. Oculomotorius (III) Volume schedel 1700 ml = circulerend volume. einde van een axon).
Oog bewegingen. Vweefsel 1200 ml + Formatio reticularis, functie truncus cerebri.
Dura mater, harde vlies.
3. N. Facialis (VII) Vliquor 125 ml + Bestaat uit H2O, zout, Epidurale hematoom/bloeding, tussen de
Arachnoïdea, spinragvlies.
Spieren bewegen. Vintravasaal bloed 375 ml. glucose, eiwit en enkele dura mater (harde vlies) en schedelbot.
Pia mater, zachte
4. N. Vagus (X) lymfocyten. Wordt in de Subduraal h/b, onder de dura. Tussen het
hersenvlies/vaatvlies.
Zwervende zenuw, Cushing reflex, HT + vier ventrikels gemaakt (bij dura mater en arachnoïdea in.
speelt een rol bij o.a. bradycardie + hoge de plexus choroïdeus), in (Sub)arachnoïdale bloeding (SAB), onder
Hf, RR en stembanden. polsdruk (systole). de subarachnoïdale ruimte het arachnoïdea en boven het pia mater.
Zowel een motorische Cushing trias, HT + (tussen pia mater en Intracerebrale bloeding (ICH), in hersenen.
als een sensorische bradycardie + abnormaal arachnoid mater). Penumbra gebied, verminderde
functie; NMT24. respiratoir patroon. doorbloeding waar het infarct zit.
1
, MINDMAPS
GD04 – Basis respiratie Er is O2 voor alle cellen in het lichaam! In de longen vindt uitwisseling plaatst van O2 en CO2, van en naar het bloed.
Samenvatting Dode ruimte ventilatie Ventilatie / Perfusie - V/Q Regulatie ademhaling Begrippenlijst
Surfactant, in een alveoli zit een dun laagje
WOB is afhankelijk van Daar waar geen diffusie is. Twee belangrijke centrums water (water trekt naar elkaar toe).
compliance en resistance die het ademen verzorgen: Surfactant zit daaroverheen, waardoor de
Lage C: stugge long > ARDS Anatomische dode ruimte: oppervlakte spanning verlaagt.
Pneumonie, niet rekken. van 500ml teugvolume (Vt) Medulair ritmisch centrum Wet van Fick, diffusie gaat sneller bij groter
Hoge C: slappe long > blijft 100-150ml achter. (medulla oblongata) oppervlak (longen), kleine afstand, grotere
Emfyseem, wel ver rekken. Shunting, Regelmatige in- en uit concentratie verschillen en afhankelijk van
Alveolaire dode ruimte: Ventilatie wordt kleiner ademing + stimulatie bij gaseigenschap.
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. Longblaasjes van de t.o.v. perfusie. fysieke inspanning. Diffusie, gasuitwisseling op basis van
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 longtoppen, in rust wel Wel perfusie, geen V > concentratieverschil (hoog naar laag).
extractie X zuurstofillisatie. een V maar geen Q. V/Q-verhouding is laag. Pneumotactisch centrum Osmose, op basis van diffusie gaat een
O2 beperkt effectief, is (pons) vloeistof, met opgeloste stof erin, door de
Stijging CO2 leidt tot een Fysiologische dode ruimte: afhankelijk van % shunting. Adem-diepte, AH-freq en semipermeabele wand wat de vloeistof
versnelde ademhaling en Anatomisch + alveolair pO2 omlaag, pCO2 omlaag adempauze (afkappen bij doorlaat maar de stof niet.
bij daling een vertraging. (initieel). inspiratie). Zones van West, in onderste longvelden zijn
Pathologisch dode ruimte: de alveoli het kleinste en nemen het meeste
760 mmHg normale druk. Geen diffusie > longziektes Door bijv: pneumonie, Pons en medulla oblongata in volume toe. In longtoppen zijn de alveoli
759 mmHg inademen, ARDS, longoedeem, krijgen hun input door het grootst maar kunnen niet veel uitzetten.
grote thorax, lagere druk. Longvliezen atelectase. chemo- en rekreceptoren Ventilatie, CO2 uitscheiding en
761 mmHG uitademen, Binnenkant longvlies via de nervus vagus en n. een normaal PaCO2 handhaven.
kleine thorax, meer druk. > pleura visceralis glossopharyngicus. Oxygenatie, O2 opnamen en
Dode Ruimte Ventilatie,
Perfusie wordt minder een normaal PaO2 handhaven.
Ademvolumes (Av): Buitenkant borstwandvlies Chemoreceptoren centraal Compliance, rekbaarheid/ uitzetten.
t.o.v. ventilatie.
Vt, teugvolume ≡ Av = 0,5L > pleura parietalis bodem 4e ventrikel: PaCO2 Elasticiteit, terug in originele vorm komen.
Wel ventilatie, geen Q.
IRV, extra-inademing = 2,5 V/Q-verhouding is hoog. en H+, 75% chemie drive. Resistance, weerstand (inademen lager).
ERV, extra-uitadem = 1,5 Pleuradruk is negatief, Chemoreceptoren perifeer ARDS, adult respiratory distress syndroom.
pO2 niet perse verstoord,
VC, vitale capaciteit = 4,5 -5 cmH2O drukverschil. aortaboog en carotiden: Een ontstekingsreactie in de longen die
pCO2 verlaagd (initieel).
Voorkomt collaps alveoli PaO2, PaCO2, H+, 25%. ontstaat als gevolg van een infectie of
samen met surfactant inflammatie elders in het lichaam.
Door bijv: longembolie,
(surfactant bestaan uit Rekreceptoren: in longen. CAP, Community Acquired Pneumonie
emfyseem, hypoperfusie.
fosfolipiden en eiwitten). Saturatie, bezette haemgroep : totaal x 100.
2
GD10 – Basis Neurologie Aandoeningen van het zenuwstelsel (ZS), van CZS tot PZS en spieren/bloedvaten die het ZS van bloed voorzien.
Samenvatting Perfusiedruk Hersengebieden Functies hersenstam Begrippenlijst
Medulla oblongata, verlengde merg.
Fysiologische indeling Is essentieel voor de bloed Cerebrum Bevat reticulaire formatie Pons, brug van het cerebrum en cerebellum.
toevoer naar de hersenen. Frontaal kwab, voorhoofd en de oorsprong van de Vegetatieve functies, vitale functies zoals
CPP, MAP – ICPressure Gebied van Broca, spreken twaalf hersenzenuwen, bloedsomloop, spijsvertering en ademhalen.
CPP, Cerebral Perfusion Pariëtaal kwab, wandbeen reguleert het bewustzijns Neuronen, zijn zenuwcellen.
ICP, Intra Cranial P Temporaal kwab, slaap niveau en basale lichaam Produceren, verwerken, ontvangen en
Gebied van Wernicke, taal functies zoals Ah, Hf, vervoeren van zenuwimpulsen.
Cirkel van Willes, arteriën Occipitaal, achterkwab reflexen (zoals hoesten, CZS: cerebrum, cerebellum en ruggenmerg.
van de hersenen en slikken, en braken), RR, PZS: 12 paar hersen, 31/31 paar ruggenmerg
carotisarteriën vormen slapen, waken, evenwicht, zenuwenen. Sensorisch of motorisch.
Neuro controles, ringvormig netwerk met speekselvorming, plassen Motorische zenuwcellen, van CZS af.
Bewustzijn, AVPU, taal, veel alternatieve routes. en kauwen. Werkt het Sensorische/sensibele zc, naar CZS toe.
oriëntatie, pupillen, EMV, nauw samen met de Schakel zenuwcellen, in hersenschors en
zenuwen (carotis), reflex, Monroe Kellie Doctrine, hypothalamus binnen het grijze stof van het ruggenmerg.
coördinatie, glucose, Langzame veranderingen autonome zenuwstelsel. Grijze stof, hersenschors om te schakelen.
braken, pijn, sensibele kunnen de hersenen lang Witte stof, merg om impulsen te vervoeren.
Cerebrum Grote
autonome functies. compenseren. Acuut leidt Functies liqour Dendriet, impulsen opnemen (drempel
Diencephalon Tussen
tot druk verhoging. Neemt Beschermt CZS (hersenen/ waarde) en doorgeven aan het cellichaam.
Cerebellum Kleine
4 vd 12 hersenzenuwen: volume toe, moet iets af ruggenmerg) en vervoert Axon/neuriet, geeft signaal door (myeline).
Truncus cerebri Stam
1. N. Opticus (II) nemen i.v.m. inklemming. hormonen, voeding en Neurotransmitters, stoffen die de signaal
(midden hersenen + pons +
Kijken/zien. afval. 130-150ml aan overdracht verzorgen in de synaps (aan het
medulla oblongata).
2. N. Oculomotorius (III) Volume schedel 1700 ml = circulerend volume. einde van een axon).
Oog bewegingen. Vweefsel 1200 ml + Formatio reticularis, functie truncus cerebri.
Dura mater, harde vlies.
3. N. Facialis (VII) Vliquor 125 ml + Bestaat uit H2O, zout, Epidurale hematoom/bloeding, tussen de
Arachnoïdea, spinragvlies.
Spieren bewegen. Vintravasaal bloed 375 ml. glucose, eiwit en enkele dura mater (harde vlies) en schedelbot.
Pia mater, zachte
4. N. Vagus (X) lymfocyten. Wordt in de Subduraal h/b, onder de dura. Tussen het
hersenvlies/vaatvlies.
Zwervende zenuw, Cushing reflex, HT + vier ventrikels gemaakt (bij dura mater en arachnoïdea in.
speelt een rol bij o.a. bradycardie + hoge de plexus choroïdeus), in (Sub)arachnoïdale bloeding (SAB), onder
Hf, RR en stembanden. polsdruk (systole). de subarachnoïdale ruimte het arachnoïdea en boven het pia mater.
Zowel een motorische Cushing trias, HT + (tussen pia mater en Intracerebrale bloeding (ICH), in hersenen.
als een sensorische bradycardie + abnormaal arachnoid mater). Penumbra gebied, verminderde
functie; NMT24. respiratoir patroon. doorbloeding waar het infarct zit.
1
, MINDMAPS
GD04 – Basis respiratie Er is O2 voor alle cellen in het lichaam! In de longen vindt uitwisseling plaatst van O2 en CO2, van en naar het bloed.
Samenvatting Dode ruimte ventilatie Ventilatie / Perfusie - V/Q Regulatie ademhaling Begrippenlijst
Surfactant, in een alveoli zit een dun laagje
WOB is afhankelijk van Daar waar geen diffusie is. Twee belangrijke centrums water (water trekt naar elkaar toe).
compliance en resistance die het ademen verzorgen: Surfactant zit daaroverheen, waardoor de
Lage C: stugge long > ARDS Anatomische dode ruimte: oppervlakte spanning verlaagt.
Pneumonie, niet rekken. van 500ml teugvolume (Vt) Medulair ritmisch centrum Wet van Fick, diffusie gaat sneller bij groter
Hoge C: slappe long > blijft 100-150ml achter. (medulla oblongata) oppervlak (longen), kleine afstand, grotere
Emfyseem, wel ver rekken. Shunting, Regelmatige in- en uit concentratie verschillen en afhankelijk van
Alveolaire dode ruimte: Ventilatie wordt kleiner ademing + stimulatie bij gaseigenschap.
DO2 = Hb x SaO2 x C.O. Longblaasjes van de t.o.v. perfusie. fysieke inspanning. Diffusie, gasuitwisseling op basis van
VO2 = SaO2 – SvO2 of O2 longtoppen, in rust wel Wel perfusie, geen V > concentratieverschil (hoog naar laag).
extractie X zuurstofillisatie. een V maar geen Q. V/Q-verhouding is laag. Pneumotactisch centrum Osmose, op basis van diffusie gaat een
O2 beperkt effectief, is (pons) vloeistof, met opgeloste stof erin, door de
Stijging CO2 leidt tot een Fysiologische dode ruimte: afhankelijk van % shunting. Adem-diepte, AH-freq en semipermeabele wand wat de vloeistof
versnelde ademhaling en Anatomisch + alveolair pO2 omlaag, pCO2 omlaag adempauze (afkappen bij doorlaat maar de stof niet.
bij daling een vertraging. (initieel). inspiratie). Zones van West, in onderste longvelden zijn
Pathologisch dode ruimte: de alveoli het kleinste en nemen het meeste
760 mmHg normale druk. Geen diffusie > longziektes Door bijv: pneumonie, Pons en medulla oblongata in volume toe. In longtoppen zijn de alveoli
759 mmHg inademen, ARDS, longoedeem, krijgen hun input door het grootst maar kunnen niet veel uitzetten.
grote thorax, lagere druk. Longvliezen atelectase. chemo- en rekreceptoren Ventilatie, CO2 uitscheiding en
761 mmHG uitademen, Binnenkant longvlies via de nervus vagus en n. een normaal PaCO2 handhaven.
kleine thorax, meer druk. > pleura visceralis glossopharyngicus. Oxygenatie, O2 opnamen en
Dode Ruimte Ventilatie,
Perfusie wordt minder een normaal PaO2 handhaven.
Ademvolumes (Av): Buitenkant borstwandvlies Chemoreceptoren centraal Compliance, rekbaarheid/ uitzetten.
t.o.v. ventilatie.
Vt, teugvolume ≡ Av = 0,5L > pleura parietalis bodem 4e ventrikel: PaCO2 Elasticiteit, terug in originele vorm komen.
Wel ventilatie, geen Q.
IRV, extra-inademing = 2,5 V/Q-verhouding is hoog. en H+, 75% chemie drive. Resistance, weerstand (inademen lager).
ERV, extra-uitadem = 1,5 Pleuradruk is negatief, Chemoreceptoren perifeer ARDS, adult respiratory distress syndroom.
pO2 niet perse verstoord,
VC, vitale capaciteit = 4,5 -5 cmH2O drukverschil. aortaboog en carotiden: Een ontstekingsreactie in de longen die
pCO2 verlaagd (initieel).
Voorkomt collaps alveoli PaO2, PaCO2, H+, 25%. ontstaat als gevolg van een infectie of
samen met surfactant inflammatie elders in het lichaam.
Door bijv: longembolie,
(surfactant bestaan uit Rekreceptoren: in longen. CAP, Community Acquired Pneumonie
emfyseem, hypoperfusie.
fosfolipiden en eiwitten). Saturatie, bezette haemgroep : totaal x 100.
2