Inleiding in de methode en techniek: College 1
- methodologie alle richtingen aanwezig
- Basic research = doel is om meer kennis op te doen
- Applied research = doel is om een probleem op te lossen
- Basic research is vaak basis voor applied research
- Doel onderzoekers = beschrijven, voorspellen of uitleggen van gedrag (applied
researcher > suggesties en oplossing voor bevindingen
- wetenschap is een methode , wetenschappelijke benadering
1. systematisch empirisme
- empirisme = je kan kennis opdoen door waarnemingen (nieuw in de 17e
eeuw)
- systematisch = je doet de waarnemingen telkens op dezelfde manier
2. publieke verificatie
- kan door andere bevestigd worden of ontkracht
3. oplosbare problemen
- moet door wetenschappers kunnen worden opgelost
- Theorie is een verzameling uitspraken (proposities) die de relatie beschrijft
tussen een aantal begrippen (concepten)
- oorzaak-gevolg relatie ( causale relatie) wil je het liefst vinden
- post hoc explanations = uitleg nadat iets al gebeurd is
- a priori = voor het verzamelen van data
- methodological pluralisme = meerdere methodes en ontwerpen om iets te
testen
- strategie voor sterke conclusie = twee theorie gebruiken. De conclusie
ontkracht dan een van de twee theorieën.
- null findings = dat een variabele niet gerelateerd is aan gedrag
empirische cyclus
Hoe kennis tot stand komt.
Model: hoe iets een verband heeft (theorie: hoe en waarom er een verband is)
…-observatie-inductie-deductie-toetsing-evaluatie-...
Observatiefase:
- ontstaan van een idee voor onderzoek
- vrijheid van ontwerp
Inductiefase:
- uitwerken tot hypthese
- leap of faith (sprong van geloof/vertrouwen)/ niet zeker weten maar klinkt
aannemelijk
Deductiefase:
, - uit algemene hypothese wordt een werkhypothese afgeleid
(onderzoeksvraag)
- deductie = logica
- hoe specifieker de onderzoeksvraag, hoe beter je kan richten op belangrijke
informatie
Conceptuele definitie: hoe het wordt beschreven in een woordenboek (abstract)
Operationele definitie: heel concreet, specifiek
Toetsingsfase:
- uitvoering
Evaluatiefase:
- gevonden wat je verwacht? Aanpassen of verbeteren? Iets vergeten?
Positief bewijs (waar) : logisch onmogelijk
- hypothese komt uit theorie> hypothese bewezen is automatisch theorie
bewezen
- als je hypothese klopt hoeft de theorie niet waar te zijn (jake is op het feest,
jake is de moordenaar)
Negatief bewijs ( niet waar) : praktisch onmogelijk
- er is altijd wel een stukje waar, niet theorie uit raam gooien maar verder
onderzoeken
Theorie is bevestigd of ondersteund door bevindingen.
Door bewijs kan je theorie aannemelijker maken
Doel van onderzoek:
Variabiliteit verklaren (mate waarin mensen verschillen)
Variabele = iets dat kan variëren
variantie beschrijft de mate van variabiliteit
scores worden anoniem weergegeven
totale variantie = gemiddelde van alle scores ongeacht verschillende groepen.
, variantie heeft geen eenheid, is geen einddoel
totale variantie = systematische variantie + errorvariantie
= verschil tussen groepen (verklaard) + onverklaarde variantie
Foutenvariantie = variabiliteit
in eindcijfers binnen een
groep
- methodologie alle richtingen aanwezig
- Basic research = doel is om meer kennis op te doen
- Applied research = doel is om een probleem op te lossen
- Basic research is vaak basis voor applied research
- Doel onderzoekers = beschrijven, voorspellen of uitleggen van gedrag (applied
researcher > suggesties en oplossing voor bevindingen
- wetenschap is een methode , wetenschappelijke benadering
1. systematisch empirisme
- empirisme = je kan kennis opdoen door waarnemingen (nieuw in de 17e
eeuw)
- systematisch = je doet de waarnemingen telkens op dezelfde manier
2. publieke verificatie
- kan door andere bevestigd worden of ontkracht
3. oplosbare problemen
- moet door wetenschappers kunnen worden opgelost
- Theorie is een verzameling uitspraken (proposities) die de relatie beschrijft
tussen een aantal begrippen (concepten)
- oorzaak-gevolg relatie ( causale relatie) wil je het liefst vinden
- post hoc explanations = uitleg nadat iets al gebeurd is
- a priori = voor het verzamelen van data
- methodological pluralisme = meerdere methodes en ontwerpen om iets te
testen
- strategie voor sterke conclusie = twee theorie gebruiken. De conclusie
ontkracht dan een van de twee theorieën.
- null findings = dat een variabele niet gerelateerd is aan gedrag
empirische cyclus
Hoe kennis tot stand komt.
Model: hoe iets een verband heeft (theorie: hoe en waarom er een verband is)
…-observatie-inductie-deductie-toetsing-evaluatie-...
Observatiefase:
- ontstaan van een idee voor onderzoek
- vrijheid van ontwerp
Inductiefase:
- uitwerken tot hypthese
- leap of faith (sprong van geloof/vertrouwen)/ niet zeker weten maar klinkt
aannemelijk
Deductiefase:
, - uit algemene hypothese wordt een werkhypothese afgeleid
(onderzoeksvraag)
- deductie = logica
- hoe specifieker de onderzoeksvraag, hoe beter je kan richten op belangrijke
informatie
Conceptuele definitie: hoe het wordt beschreven in een woordenboek (abstract)
Operationele definitie: heel concreet, specifiek
Toetsingsfase:
- uitvoering
Evaluatiefase:
- gevonden wat je verwacht? Aanpassen of verbeteren? Iets vergeten?
Positief bewijs (waar) : logisch onmogelijk
- hypothese komt uit theorie> hypothese bewezen is automatisch theorie
bewezen
- als je hypothese klopt hoeft de theorie niet waar te zijn (jake is op het feest,
jake is de moordenaar)
Negatief bewijs ( niet waar) : praktisch onmogelijk
- er is altijd wel een stukje waar, niet theorie uit raam gooien maar verder
onderzoeken
Theorie is bevestigd of ondersteund door bevindingen.
Door bewijs kan je theorie aannemelijker maken
Doel van onderzoek:
Variabiliteit verklaren (mate waarin mensen verschillen)
Variabele = iets dat kan variëren
variantie beschrijft de mate van variabiliteit
scores worden anoniem weergegeven
totale variantie = gemiddelde van alle scores ongeacht verschillende groepen.
, variantie heeft geen eenheid, is geen einddoel
totale variantie = systematische variantie + errorvariantie
= verschil tussen groepen (verklaard) + onverklaarde variantie
Foutenvariantie = variabiliteit
in eindcijfers binnen een
groep