Thijmen Burgerhout
Leren voor het examen:
- Tijdvakken 5 t/m 8
- Chronologie, kenmerkende aspecten.
Niet de Republiek !!
De wereld wordt groter 5.1
Begin europese overzeese expansie.
Portugezen
+ Begonnen ontdekkingsreizen samen met spanjaarden
+ Werkten via een systeem van factorijen
factorijen= handelsposten met een haven, pakhuizen, woningen, soldaten
Spanjaarden
+ Volgden strategie van het stichten van kolonies (grote gebieden)
+ Plantages/mijnen
- katoen, koffie, cacao, suiker
- goud/zilver
1. Motieven voor de expansie
→ godsdienstig Verspreiding van het christendom
→ politiek macht/status uitbreiden door nieuwe gebieden te veroveren
→ economisch zeeweg vinden naar azië im goedkoop aan producten te
komen.
2. Nodige uitvindingen (voor de expansie)
→ cartografie betere kaarten
→ scheepsbouw grotere/sterkere schepen
→ navigatie kompas
1
,3. Gevolgen europese expansie
→ Grotere macht voor spanje & portugal
→ Toenemende handelscontacten
→ Meer wetenschappelijke kennis (planten, dieren, mensen)
→ Vernietiging van indianencultuur (azteken)
Een nieuw mens- en wereldbeeld 5.2
Hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
(focus ging terug naar grieken en romeinen)
Middeleeuwen ten einde, start vroegmoderne tijd
+ Godsdienstig → Geleerden waren diep gelovig
+ Economisch → Schaarste economie en overal tekorten
+ Politiek→ Koningen bleven de baas
Humanistische geleerden zoals Erasmus en Valla:
+ Grijpen kritisch terug op klassieke teksten/bronnen
+ Verstand/ratio speelt grote rol
+ Optimistisch over de menselijke mogelijkheden (kwaliteiten/prestaties)
Erasmus bestudeert de latijnse vertaling van de bijbel en heeft die verbeterd
(Kritisch terugkijken op klassieke teksten/bronnen)
Valla heeft kritisch gekeken naar de schenking van Constantijn
→ kwam erachter dat het niet waar is en verzonnen was door de katholieke kerk.
2
, Renaissance:
+ Meer aandacht naar het individu in plaats van het collectief geheel.
v.b. Michelangelo, had zijn naam op beeldhouwwerk gezet
+ Meer aandacht voor de mens naast aandacht voor God
1. Godsdienstig → Geleerden waren diep gelovig
2. Economisch → Schaarste economie en overal tekorten
3. Politiek→ Koningen bleven de baas
De kerkhervorming 5.3
De protestantse reformatie die leidde tot een splitsing in de christelijke kerk
Christendom:
+ Oosters-orthodox
+ Rooms-katholiek (later gesplitst → protestantisme)
Protestantisme:
+ Katheralisme
+ Calvinisme
Reactie van de Rooms-Katholieke kerk op het werk van luther (Reformatie)
→ Contra-reformatie, poging om de reformatie te stoppen
Concilie van Trente, concrete stappen → oprichting inquisitie
Inquisitie= kerkelijke rechtbank om ketters op te sporen en te straffen (vervolgen)
3