Economie – Hoorcollege 1
Hoofdstuk 1: betekenis van de bedrijfseconomie
Behoefte en middelen
Keuzes
Behoeftebevrediging
Maximaal nut Economie gaat uit van het hoogste nut
Rationeel
Schaarste
Bedrijfshuishouding
- Organisaties
- Bedrijven (productie in economische zin)
- Ondernemingen (continuit, maximale winst op lange termijn)
Input-output proces
Productiefactoren
Arbeid, kapitaal, geld, grond en ondernemingszin zijn productie factoren
Arbeid krijg je loon
Kapitaal krijg je rente of interest
Grond krijg je pacht of huur
Ondernemingszin met winst of verlies
Bedrijfseconomie
Kosten
Financiering
Winst
Opbrengst is ongelijk aan inkomsten
Uitgaven is ongelijk aan kosten
Stakeholders zijn betrokken op basis van ruil
Hoofdstuk 2
Ondernemingsvormen
Natuurlijk persoon = met prive vermogen aansprakelijk
- Eenmanszaak
- Maatschap = samenwerkingsvorm van mensen die hetzelfde werk doen
- Vennootschap onder firma (VOF)
- Commanditaire vennootschap (CV) = iemand die allen geld in het bedrijf stopt
- Betalen inkomstenbelasting (box 1, 2, 3)
Rechtspersoon = zelfstandig lichaam met eigen rechten en plichten én een afzonderlijke….
- Naamloze vennootschap (NV)
- Besloten vennootschap (BV)
- Vereniging
- Stichting
, Criteria voor keuze ondernemingsvorm
Aansprakelijkheid
Financieringsmogelijkheden
Publiceren van financiële gegevens
Fiscale aspecten
- Bij eenmanszaak moet je inkomstenbelasting betalen
- Vennootschap is 25%
Hoofdstuk 3 – ondernemingsplan
Omschrijvingen van de activiteiten
Marketingsplan
Investeringsbegroting
- Gebouwen
- Inventaris
- Voorraden
- Liquide middelen
Personeelsplan
Financieringsplan
- Hypothecaire lening
- Onderhandse lening
Liquiditeitsbegroting
Resultaten begroting
Begin balans is altijd gelijk aan elkaar
Bezittingen debit
Schulden credit
Rechts staat eigenvermogen
Eigenvermogen is geen bezitting het is een schuld aan de eigenaar schulden rechts
Hoofdstuk 1: betekenis van de bedrijfseconomie
Behoefte en middelen
Keuzes
Behoeftebevrediging
Maximaal nut Economie gaat uit van het hoogste nut
Rationeel
Schaarste
Bedrijfshuishouding
- Organisaties
- Bedrijven (productie in economische zin)
- Ondernemingen (continuit, maximale winst op lange termijn)
Input-output proces
Productiefactoren
Arbeid, kapitaal, geld, grond en ondernemingszin zijn productie factoren
Arbeid krijg je loon
Kapitaal krijg je rente of interest
Grond krijg je pacht of huur
Ondernemingszin met winst of verlies
Bedrijfseconomie
Kosten
Financiering
Winst
Opbrengst is ongelijk aan inkomsten
Uitgaven is ongelijk aan kosten
Stakeholders zijn betrokken op basis van ruil
Hoofdstuk 2
Ondernemingsvormen
Natuurlijk persoon = met prive vermogen aansprakelijk
- Eenmanszaak
- Maatschap = samenwerkingsvorm van mensen die hetzelfde werk doen
- Vennootschap onder firma (VOF)
- Commanditaire vennootschap (CV) = iemand die allen geld in het bedrijf stopt
- Betalen inkomstenbelasting (box 1, 2, 3)
Rechtspersoon = zelfstandig lichaam met eigen rechten en plichten én een afzonderlijke….
- Naamloze vennootschap (NV)
- Besloten vennootschap (BV)
- Vereniging
- Stichting
, Criteria voor keuze ondernemingsvorm
Aansprakelijkheid
Financieringsmogelijkheden
Publiceren van financiële gegevens
Fiscale aspecten
- Bij eenmanszaak moet je inkomstenbelasting betalen
- Vennootschap is 25%
Hoofdstuk 3 – ondernemingsplan
Omschrijvingen van de activiteiten
Marketingsplan
Investeringsbegroting
- Gebouwen
- Inventaris
- Voorraden
- Liquide middelen
Personeelsplan
Financieringsplan
- Hypothecaire lening
- Onderhandse lening
Liquiditeitsbegroting
Resultaten begroting
Begin balans is altijd gelijk aan elkaar
Bezittingen debit
Schulden credit
Rechts staat eigenvermogen
Eigenvermogen is geen bezitting het is een schuld aan de eigenaar schulden rechts