Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Nederlandse begrippenlijst boek + college's Ethics in care and education (PAMA5105-S1A)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
26
Geüpload op
16-11-2025
Geschreven in
2025/2026

Een Nederlandse begrippenlijst van het boek en de college's van het vak Ethics of care and education. Van elk begrip staat zowel de Nederlandse als de Engelse naam erbij.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Begrippen Ethics in Care and Education:

College 1:
Boek: An introduction to moral philosophy – Jonathan Wolff (3 e editie)
Hoofdstuk 1: Moral philosopy and moral reasoning

Moraliteit (morality)
= De opvattingen, waarden en regels over wat goed en fout gedrag is. Hoe mensen behoren te
handelen tegenover elkaar. Wat mag wel en wat mag niet?

Morele filosofie (moral philosophy)
= In brede zin de benaming voor het denken en reflecteren over moraliteit.

Supererogatie (supererogatation)
= Het verrichten van daden die verder gaan dan wat er van je wordt verwacht of vereist wordt door
plicht, verplichting of noodzaak. Dus handelingen die verder gaan dan wat moreel verplicht is. Bijv.
een vriend van een vriend helpen verhuizen. Iedereen moet zich dus als moreel heilige gedragen
terwijl in gewoon moraal onderscheiden we plicht en handhaving van gedrag.

Meta-ethiek (meta-ethics)
= De studie van de aard van morele waarden en onze kennis daarvan. Veel filosofische vragen zijn
meta-vragen. Voor moraalfilosofen zijn vragen over de aard van waarden, waar de ethische regels
vandaan komen en hoe we erover kunnen leren, vragen van meta-ethiek.

Normatieve ethiek (normative ethics)
= De studie van wat moraliteit van mensen verlangt. Onderzoekt welke morele regels en principes we
zouden moeten volgen. Het woord ‘normatief’ verwijst naar een standaard, maar die kan twee
betekenissen hebben:
- Wat gemiddeld is (statistisch normaal)
- Wat ideaal is (hoe iets zou moeten zijn)
Het gaat dus niet over wat gebruikelijk is, maar over wat juist is: over de normen waaraan we ons
leven moreel gezien zouden moeten toetsen. Het gaat dus over de vraag ‘welke morele regels,
principes of doctrines moeten we accepteren?’ Naar welke maatstaven of normen moeten we
leven?’.

Toegepaste ethiek (applied ethics)
= De verkenning van een moreel vraagstuk, door middel van filosofisch redeneren. Dus het toepassen
van morele theorieën op concrete vraagstukken. Begint meestal met een specifiek probleem en zoekt
vervolgens naar waarden, principes of andere normatieve standaarden die kunnen worden toegepast
om het op te lossen. Het is gebruikelijk om een probleem vanuit verschillende perspectieven te
bekijken om te zien welke argumenten het sterkst en meest overtuigend zijn. Voorbeeldvragen gaan
over abortus, terrorisme en de Tweede Wereld oorlog.

Morele redenering (moral reasoning)
= Moraalfilosofie is een denktraditie en geen leer strategie die geleerd moet worden. Iedereen kan
eraan bijdragen. Het gaat om het zorgvuldig overwegen van redenen voor en tegen een bepaalde
handeling (bijv. “ik mag niet liegen, want dat schaadt vertrouwen”).

Formele logica (formal logic)
= Een redeneermethode waarbij gebruik wordt gemaakt van deductie. Hierbij worden conclusies
afgeleid uit premissen volgens een reeks logische regels. Je hebt een sterk argument. Bijvoorbeeld:

1

, 1. Alle mensen zijn sterfelijk
2. Socrates is een mens
 Socrates is sterfelijk

Informele logica (informal logic)
= Je bent meer aan het redeneren/ discussiëren met elkaar (minder ‘hard’/ sterk argument) op basis
van analogieën (= een overeenkomst tussen twee verschillende zaken, vaak gebruikt om een complex
of onbekend idee te verduidelijken door het te vergelijken met iets bekendere: A staat tot B zoals C
staat tot D).

Premisse (premise)
= Beginstellingen/ uitgangspunten waarop een redenering is gebaseerd. Een argument bestaat uit
premissen (redenen) die leiden tot een conclusie.

Syllogisme (sylogism)
= Een veelvoorkomende en eenvoudige argumentatievorm (van formele logica) die gaat van twee
premissen naar een conclusie. (Zie voorbeeld bij formele logica).

Logisch geldig/ geldige deductie (logical validity)
= Wanneer de conclusie van een redenering logisch volgt uit de premissen. Een argument is logisch
geldig wanneer als de premissen waar zijn, de conclusie ook noodzakelijk waar moet zijn. Vaak wordt
hierbij gebruik gemaakt van de gedachte van logische noodzakelijkheid. Geldigheid zegt nog niets
over de waarheid van de premissen zelf, maar alleen dat de conclusie volgt uit de premissen.

Logische noodzakelijkheid (logical necessity)
= Wanneer het niet waar kan zijn dat het niet waar is. Het gaat om de waarheid van de bewering, dat
iets altijd waar is, ongeacht feiten in de echte wereld (bijv. alle vierkanten hebben vier zijden). Zegt
dus iets over de waarheid van de premissen.

Impliciete premisse (implied premises)
= Een premisse die niet expliciet in een argument wordt genoemd, maar die wordt verondersteld als
onderdeel van de achtergrond en moet worden genoemd om het argument geldig te laten zijn.

Non-sequitur
= Wanneer de conclusie niet logisch uit de premissen volgt, omdat er ook een ander optie is.
Bijvoorbeeld:
1. Alle honden hebben een staart
2. Dat dier heeft een staart.
 Dat dier is een hond  Dat klopt dus niet, want het zou ook een kat kunnen zijn.

(On)deugdelijkheid (soundness)
= Een verzamelterm voor een redenering die onware premissen heeft, of die invalide is, of beide.

Dubbelzinnigheid (equivocation)
= Hetzelfde woord heeft in verschillende premissen verschillende betekenissen (zoals het woord
‘bank’). Een logical trap.

Cirkelredenering (circular argument/ begging the question)
= Een redenering waarbij de conclusie weliswaar geldig volgt uit de premissen, maar waarbij de
premissen alvast de juistheid van de conclusie veronderstellen. Dus de conclusie wordt al
verondersteld in de premissen. Kan moeilijk te herkennen zijn. Bijv. zeggen dat God bestaat, omdat
het in de bijbel staat, en de bijbel is waar omdat het Gods woord is.
2

, Deductie (deduction)
= Als de premissen waar zijn en de redenering geldig is, moet de conclusie waar zijn. Redeneren van
het algemene naar het bijzondere.

Inductie (induction)
= Redeneren van specifieke gevallen naar een algemene conclusie. De conclusie is waarschijnlijk,
maar niet zeker. Nuttige manier om bewijs te verzamen ter ondersteuning van een hypothese, maar
let op; het is nooit bewijs, maar dient als ondersteuning. Bijv. alle zwanen die ik heb gezien zijn wit 
dus alle zwanen zijn wit.

Abductie (abduction)
= De beste verklaring voor het fenomeen. Je stelt jezelf de vraag “wat zou dit kunnen verklaren?” Bijv.
je hoort voetstappen in huis  de beste verklaring is dat iemand binnen is. Vaak wordt abductie later
getoetst door deductie of inductie.

Inferentie naar de beste verklaring (inference to the best explanation)
= Specifieke vorm van abductie. Je kiest de verklaring die het best past bij de feiten en de meest
voorspellende of verklarende kracht heeft.
Een theorie verdedigen op basis van het feit dat deze de beste verklaring biedt voor een
waargenomen fenomeen (bijv. longkanker komt door roken, ook al zijn er andere mogelijke
verklaringen). Het bestaan van God en een religieuze bron van moraliteit is een goede verklaring voor
het bestaan van onze morele verplichtingen.

Gedachte-experiment (thought experiment)
= Hypothetische situatie die we hebben bedacht om mensen aan te zetten tot diep nadenken.

Utilitarisme (utilitarianism)
= Ethische theorie die stelt dat het juiste om te doen is om zoveel mogelijk geluk te bewerkstelligen
voor het grootst aantal mensen. Kernidee: maximaliseer geluk, minimaliseer pijn.

Contra-intuïtief/ tegen intuïtief (counterintuitive)
= Een theorie die handelingen ondersteunt die jouw negatieve morele intuïties genereren, je gaat dus
in tegen je morele intuïtie of gevoel (bijv. een theorie die als consequentie heeft dat het juist kan zijn
om onschuldige mensen te doden).

Tegenvoorbeeld (counterexample)
= Een gedachte-experiment dat aantoont dat de ethische theorie fouten bevat, door bijv. een situatie
te schetsen waarin het utilitarisme tot een moreel onacceptabel gevolg leidt. (Bijv. het trolley
probleem).

Universalisering (universalization)
= Stel dat je een bepaalde handeling overweegt waarvan je weet dat die normaal gesproken
afkeuring oproept bij de mensen om je heen. Een manier om te testen of de handeling goed of fout
is, is door je af te vragen ‘wat als iedereen dat zou doen?’ Het is dus een hulpmiddel om na te denken
over wat je doet en of dat wel juist is.

Onderscheid tussen feit en waarde (Fact/ value distinction)
= Stelt dat 'normatieve' of waarde vragen (bijvoorbeeld vragen over goed en slecht, mooi en lelijk)
niet op dezelfde manier kunnen worden bewezen of weerlegd als feitelijke beweringen. Je kunt niet
rechtstreeks van een feit (‘mensen liegen’) afleiden van moreel hoort (‘liegen is verkeerd’). Vaak een
regel die niet overschreden mag worden. In feite een waarde toekennen aan een feitelijke observatie
3

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk: 1, 3, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17
Geüpload op
16 november 2025
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.20
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
mxrlxkx
4.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
mxrlxkx Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
4 weken geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen