Hoofdstuk 1 Voorbereiden van lesactiviteiten
Blok 6
, Legenda:
paragraaf
tussenkopjes
deelkopjes
begrippen
belangrijke informatie
1.1 Onderwijsleeromgeving
Met de onderwijsleeromgeving wordt bedoeld de opstelling van je lokaal, de inrichting
van het lokaal en welke hulpmiddelen er zijn in het lokaal. Hoe een onderwijsruimte is
ingericht, beïnvloedt het proces van leren.
De tafels en stoelen neerzetten
In een lokaal is er voor ieder kind een tafel en een stoel. Deze tafels en stoelen kun je op
verschillende manieren neerzetten. Deze keuzes beïnvloeden het leerproces. Er zijn drie
manieren waarop je een klas kunt indelen.
In groepjes
De voordelen van groepjes in de klas zijn, dat:
- leerlingen kunnen goed samenwerken en doordat ze in groepjes zitten kunnen ze
elkaar ook aankijken;
- het is ook mogelijk om naast alle tafels te gaan zitten of te staan en individuele
instructies te verlenen.
Een nadeel van groepjes kan zijn dat niet alle leerlingen het bord goed kunnen zien. Je
kunt dit probleem voorkomen door sommige tafels een kwartslag te draaien.
In de busopstelling
De voordelen van de busopstelling zijn, dat:
- alle leerlingen goed zicht hebben op het bord;
- ook kun je kinderen die gauw afgeleid zijn goed voor aanzetten.
De nadelen van de busopstelling zijn, dat:
- het lastig is om individuele hulp te geven;
- voor sommige leerlingen geldt dat wanneer ze een geluid van achter horen ze zich
daar naartoe ook meteen omdraaien.
In een U-vorm
In een U-vorm staan de tafels naast elkaar. Een voordeel van de U-vorm zijn, dat:
- alle leerlingen elkaar aan kunnen kijken wanneer je in de klas een discussie over
een gesprek wilt houden is dat ideaal;
- de opstelling helpt de leerlingen naar elkaar te luisteren.
Een nadeel kan zijn, dat:
- het lastig is om individuele instructie te geven in deze opstelling.
Inrichtingselementen
Naast de opstelling van je lokaal zijn er nog meer elementen die het leerproces kunnen
beïnvloeden. De inrichtingselementen van het lokaal hangen ook erg af van je doelgroep.
Hoeken in het lokaal
Omdat de spanningsboog van kleuters nog niet zo groot is en ze in hun lesprogramma
nog veel ruimte hebben om te spelen, moet hier ook het lokaal op aangepast zijn. Bij de
kleuters richt je een speelruimte in. Leef je in, in de leeftijd en zorg dat alles op de juiste
hoogte er staat. Door kinderen de mogelijkheid te geven om te bouwen, ontwikkelen ze
hun motoriek en ruimtelijk inzicht. Belangrijk is om er samen met de leerlingen voor te
zorgen dat de hoeken netjes blijven en compleet. Wanneer de kinderen ouder worden en
er minder tijd is om te spelen, verdwijnen vaak de speelhoeken. Op veel scholen wordt er
gewerkt met thema’s. Om het thema te laten leven kun je (samen met de leerlingen) een
themahoek inrichten.