Blokopdracht 1.3
Kinderen observeren
Naam :
Studentnummer :
Vestiging :
Opleiding :
Naam docent :
, Observatielijst de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind
Voor- en achternaam kind: ................................................................
Geboortedatum kind: ................................................................
Datum en tijd observatie: ................................................................
Door: ................................................................
Naam van de locatie: ................................................................
1. Het kind geniet van het samen
□ Gaat goed
werken en bezig zijn met andere
□ Vraagt aandacht
kinderen.
2. Het kind praat en overlegt met de □ Gaat goed
andere kinderen. □ Vraagt aandacht
3. Het kind legt contact met andere
□ Gaat goed
kinderen en overlegt wat ze zullen
□ Vraagt aandacht
gaan doen.
□ Gaat goed
4. Het kind vertrouwt in anderen.
□ Vraagt aandacht
5. Het kind kan met andere kinderen □ Gaat goed
spelen. □ Vraagt aandacht
6. Het kind Merkt of en wanneer een □ Gaat goed
ander kind hulp nodig heeft. □ Vraagt aandacht
7. Het kind biedt hulp aan/ kan □ Gaat goed
anderen helpen. □ Vraagt aandacht
8. Het kind houdt rekening met □ Gaat goed
gevoelens en wensen van anderen. □ Vraagt aandacht
9. Het kind kent de sterke en zwakke □ Gaat goed
punten van een ander. □ Vraagt aandacht
10.Het kind kent de emoties en
□ Gaat goed
gevoelens van andere kinderen en
□ Vraagt aandacht
kan die interpreteren.
Opmerkingen:
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
Kinderen observeren
Naam :
Studentnummer :
Vestiging :
Opleiding :
Naam docent :
, Observatielijst de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind
Voor- en achternaam kind: ................................................................
Geboortedatum kind: ................................................................
Datum en tijd observatie: ................................................................
Door: ................................................................
Naam van de locatie: ................................................................
1. Het kind geniet van het samen
□ Gaat goed
werken en bezig zijn met andere
□ Vraagt aandacht
kinderen.
2. Het kind praat en overlegt met de □ Gaat goed
andere kinderen. □ Vraagt aandacht
3. Het kind legt contact met andere
□ Gaat goed
kinderen en overlegt wat ze zullen
□ Vraagt aandacht
gaan doen.
□ Gaat goed
4. Het kind vertrouwt in anderen.
□ Vraagt aandacht
5. Het kind kan met andere kinderen □ Gaat goed
spelen. □ Vraagt aandacht
6. Het kind Merkt of en wanneer een □ Gaat goed
ander kind hulp nodig heeft. □ Vraagt aandacht
7. Het kind biedt hulp aan/ kan □ Gaat goed
anderen helpen. □ Vraagt aandacht
8. Het kind houdt rekening met □ Gaat goed
gevoelens en wensen van anderen. □ Vraagt aandacht
9. Het kind kent de sterke en zwakke □ Gaat goed
punten van een ander. □ Vraagt aandacht
10.Het kind kent de emoties en
□ Gaat goed
gevoelens van andere kinderen en
□ Vraagt aandacht
kan die interpreteren.
Opmerkingen:
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................