HOORCOLLEGE MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN
HOORCOLLEGE 1 – 15 november
Sociologie
• Sociologie is een wetenschap die zich richt op hoe mensen vormgeven aan hun leven.
• Met vragen over hoe wij met elkaar samenleven, welke invloed we op elkaar hebben en hoe de omgeving waarin we
wonen ons mogelijkheden biedt en beperkingen geeft.
• Sociologie richt zich op de interactie en ontwikkeling van maatschappelijke structuren en hoe deze macro structuren
de organisatie van ons sociale leven vormgeven.
• En hoe deze structuren de keuzes en mogelijkheden voor individuen geven en beperken.
• Sociologie richt zich op individuen en hun interacties (microdynamics) en hoe die beïnvloed worden door de context
waarin zij zich begeven. En de keuzevrijheid (agency) die individuen daarbinnen gebruiken
Individuele keuzes die mensen maken worden gevormd door het instituut waarin de mensen zich bevinden. De
omgeving legt je een beperking op of geeft je de mogelijkheden er toe (2 vrouwen trouwen)
Het ontstaan van sociologie – 19e eeuw Comte
Sociologie is de samentrekking van socius (medemens) en logos (leer). dus leer van de medemens
De verlichting was een keerpunt, niet langer traditie of religie maar ratio die op de eerste plaats kwam te staan.
Emancipatie, niet alles staan van te voren al vast, je kan je eigen gedrag en samenleving vormgeven. De
waarneembare fenomenen is belangrijk voor het wetenschappelijk denken.
Het positivisme van Comte
- Regels van de natuurwetenschap toepassen (bepaalde regelmatigheden of wetten die begrip geven).
- Uitgangspunt moet zijn datgene dat waarneembaar is (empirisme).
- Wetenschap is objectief
W: Naarmate er meer in de publieke
gezondheidszorg wordt geïnvesteerd, is de
levensverwachting van mensen hoger
C: In rijke landen wordt er meer in de publieke
gezondheidszorg geïnvesteerd dan in arme landen
E: In rijke landen is de levensverwachting hoger dan in arme landen
Interpretatieve benadering
- Het onderwerp van de sociale wetenschappen betreft de mens en haar gedrag, wat niet te vangen is in wetten.
(regelmatigheden zijn geen wetten)
- Een sociaal wetenschapper verhoudt zich anders tot zijn onderzoeksobject dan een natuur wetenschapper.
Twee dominante (elkaar aanvullende) benaderingen
1. Positivistisch: de werkelijkheid kunnen we waarnemen en meten met indicatoren. Met statistiek kunnen we de
relaties tussen kenmerken vaststellen.
2. Interpretatief: het verklaren van sociale fenomenen door het begrijpen van de alledaagse gecontextualiseerde
werkelijkheid.
Theorie – wat is het?
• Sociologische theorie is een verzameling van concepten en uitspraken over relaties daartussen, waarmee de
patronen en processen in de samenleving worden begrepen.
• Theorie om antwoord te geven op wetenschappelijke vragen over empirische sociale fenomenen
• Een theorie is in ontwikkeling, waarmee het een verzameling van kennis is.
Gebruik van theorie
- Vraag theoretisch antwoord onderzoek naar het theoretische antwoord nieuwe vraag Eventueel aanpassing
van het theoretisch antwoord
- Theorie stimuleert ons om nieuwe vragen te stellen en om een ander perspectief te nemen dan we gewoon zijn te
doen
Vormen van theorieën
- Sommige meer op ongelijkheid in de samenleving
- Sommige meer op relaties, netwerken en het samen leven
- Sommige meer op veranderingsprocessen in een samenleving
, Chapter 1 Karl Marx (1818-1883)
Kapitalisme als gestructureerde ongelijkheid
Ongelijkheid is het gevolg van kapitalisme.
- Kapitalisme is een manier om de productie te ordenen zodat het goed genoeg is om om in de behoeften van ons
bestaan te voorzien. De manier van produceren karakteriseert de organisatie van een maatschappij.
- Kapitalisme is een manier van produceren gebaseerd op ongelijke verdeling van eigendom van de middelen van
productie.
- De minderheid van de kapitalisten zijn de bourgeoisie (burgers) die de middelen van produceren monopoliseren.
Proletariaat zijn de werknemers die de productie-eisen van de fabrieken moeten behalen.
Deze uitbuiting vergroot het economische en sociale gat tussen capitalisten en arbeiders.
Marx’s theorie van geschiedenis
- Marx zegt dat geschiedeins de progressieve uitbreiding is van materiele of economische krachten in een
maatschappij. Dit is ook wel bekend als het historische materialisme.
- Het kapitlisme zorgt voor economisxhe crisissen die voor de van van het kapitalisme zouden zorgen volgen
Marx. Het zou zorgen voor de class conciousness, dat individuele loonarbeiders zouden herkennen dat hun
uitbuiten deel is van een geheel van uitbuiting van alle loonarbeiders.
Dialectisch materialisme is het idee dat historische verandering het resultaat is van bewuste menselijke activiteit
ontstaan uit en handelend naar de sociale ervaren ongelijkheden en tegenstrijdingen in historisch geconditioneerde
economische krachten en relaties.
Communisme is volgens Marx de laatste fase in de evolutie van de geschiedenis. Hierin zou kaptitalisme niet meer
bestaan door een revolutie van de Proletariaat (loonarbeiders), waardoor er geen verdeling meer is van arbeid, privé
terrein en winst.
De verdeling van arbeid zorgt voor vervreemde arbeid:
o Vervreemding van het geproduceerde product
o Vervreemding in het productieprocess
o Vervreemding van het zijn van onze eigen soort.
o Vervreemding van andere werkers
HOORCOLLEGE 2 – 17 november
Denkers voorafgaand aan Marx:
- Hobbes (1588-1679): mensen zijn hebzuchtig en de een bezit meer dan de ander
- Locke (1632-1704): positiever mensbeeld; rationeel eigenbelang zal een positieve uitwerking hebben op het
individueel welzijn en op de samenleving als geheel.
- Smith (1723-1790): econoom, het ging hem om de welvaart van het land. Hij bestudeerde de groei van de
economie in het land. De welvaart neemt vooral toe in landen wanneer de markt volledig vrij is, dus zonder
beperkende regels over verkoop. Hoe hoger de welvaart, hoe hoger het welzijn.
o Vrije markt houdt in dat iedereen mag verkopen wat hij ook maar wil en aan wie hij dat ook maar wilt
verkopen en mag zelf de prijs bepalen.
o We krijgen een efficiënte maatschappij als er een hoge arbeidsverdeling is. Dus een smid maakt in
zijn eentje 300 spelden op een dag, terwijl als je het werk verdeeld over 10 mensen kun je er 4800
per persoon maken op 1 dag. Dit zorgt voor een hogere welvaart.
o Conlusie van Smith: een hoge welvaart bereiken we door vrije markten en een hoge mate van
arbeidsdeling.
dit was allemaal al bedacht voordat Marx geboren was.
Marx legt de nadruk op ongelijkheid
- hij zegt dat de welvaart niet in gelijke mate toeneemt voor iedereen.
- Hij zegt dat de welvaart kan stijgen, maar tegelijkertijd de welvaart voor sommige groepen, vaak de
arbeidsklasse, daalt.
Leven van Marx
- Tijdens zijn werk voor een krant leerde hij Friedrich Engels kennen.
- Marx en Engels werkte veel samen
HOORCOLLEGE 1 – 15 november
Sociologie
• Sociologie is een wetenschap die zich richt op hoe mensen vormgeven aan hun leven.
• Met vragen over hoe wij met elkaar samenleven, welke invloed we op elkaar hebben en hoe de omgeving waarin we
wonen ons mogelijkheden biedt en beperkingen geeft.
• Sociologie richt zich op de interactie en ontwikkeling van maatschappelijke structuren en hoe deze macro structuren
de organisatie van ons sociale leven vormgeven.
• En hoe deze structuren de keuzes en mogelijkheden voor individuen geven en beperken.
• Sociologie richt zich op individuen en hun interacties (microdynamics) en hoe die beïnvloed worden door de context
waarin zij zich begeven. En de keuzevrijheid (agency) die individuen daarbinnen gebruiken
Individuele keuzes die mensen maken worden gevormd door het instituut waarin de mensen zich bevinden. De
omgeving legt je een beperking op of geeft je de mogelijkheden er toe (2 vrouwen trouwen)
Het ontstaan van sociologie – 19e eeuw Comte
Sociologie is de samentrekking van socius (medemens) en logos (leer). dus leer van de medemens
De verlichting was een keerpunt, niet langer traditie of religie maar ratio die op de eerste plaats kwam te staan.
Emancipatie, niet alles staan van te voren al vast, je kan je eigen gedrag en samenleving vormgeven. De
waarneembare fenomenen is belangrijk voor het wetenschappelijk denken.
Het positivisme van Comte
- Regels van de natuurwetenschap toepassen (bepaalde regelmatigheden of wetten die begrip geven).
- Uitgangspunt moet zijn datgene dat waarneembaar is (empirisme).
- Wetenschap is objectief
W: Naarmate er meer in de publieke
gezondheidszorg wordt geïnvesteerd, is de
levensverwachting van mensen hoger
C: In rijke landen wordt er meer in de publieke
gezondheidszorg geïnvesteerd dan in arme landen
E: In rijke landen is de levensverwachting hoger dan in arme landen
Interpretatieve benadering
- Het onderwerp van de sociale wetenschappen betreft de mens en haar gedrag, wat niet te vangen is in wetten.
(regelmatigheden zijn geen wetten)
- Een sociaal wetenschapper verhoudt zich anders tot zijn onderzoeksobject dan een natuur wetenschapper.
Twee dominante (elkaar aanvullende) benaderingen
1. Positivistisch: de werkelijkheid kunnen we waarnemen en meten met indicatoren. Met statistiek kunnen we de
relaties tussen kenmerken vaststellen.
2. Interpretatief: het verklaren van sociale fenomenen door het begrijpen van de alledaagse gecontextualiseerde
werkelijkheid.
Theorie – wat is het?
• Sociologische theorie is een verzameling van concepten en uitspraken over relaties daartussen, waarmee de
patronen en processen in de samenleving worden begrepen.
• Theorie om antwoord te geven op wetenschappelijke vragen over empirische sociale fenomenen
• Een theorie is in ontwikkeling, waarmee het een verzameling van kennis is.
Gebruik van theorie
- Vraag theoretisch antwoord onderzoek naar het theoretische antwoord nieuwe vraag Eventueel aanpassing
van het theoretisch antwoord
- Theorie stimuleert ons om nieuwe vragen te stellen en om een ander perspectief te nemen dan we gewoon zijn te
doen
Vormen van theorieën
- Sommige meer op ongelijkheid in de samenleving
- Sommige meer op relaties, netwerken en het samen leven
- Sommige meer op veranderingsprocessen in een samenleving
, Chapter 1 Karl Marx (1818-1883)
Kapitalisme als gestructureerde ongelijkheid
Ongelijkheid is het gevolg van kapitalisme.
- Kapitalisme is een manier om de productie te ordenen zodat het goed genoeg is om om in de behoeften van ons
bestaan te voorzien. De manier van produceren karakteriseert de organisatie van een maatschappij.
- Kapitalisme is een manier van produceren gebaseerd op ongelijke verdeling van eigendom van de middelen van
productie.
- De minderheid van de kapitalisten zijn de bourgeoisie (burgers) die de middelen van produceren monopoliseren.
Proletariaat zijn de werknemers die de productie-eisen van de fabrieken moeten behalen.
Deze uitbuiting vergroot het economische en sociale gat tussen capitalisten en arbeiders.
Marx’s theorie van geschiedenis
- Marx zegt dat geschiedeins de progressieve uitbreiding is van materiele of economische krachten in een
maatschappij. Dit is ook wel bekend als het historische materialisme.
- Het kapitlisme zorgt voor economisxhe crisissen die voor de van van het kapitalisme zouden zorgen volgen
Marx. Het zou zorgen voor de class conciousness, dat individuele loonarbeiders zouden herkennen dat hun
uitbuiten deel is van een geheel van uitbuiting van alle loonarbeiders.
Dialectisch materialisme is het idee dat historische verandering het resultaat is van bewuste menselijke activiteit
ontstaan uit en handelend naar de sociale ervaren ongelijkheden en tegenstrijdingen in historisch geconditioneerde
economische krachten en relaties.
Communisme is volgens Marx de laatste fase in de evolutie van de geschiedenis. Hierin zou kaptitalisme niet meer
bestaan door een revolutie van de Proletariaat (loonarbeiders), waardoor er geen verdeling meer is van arbeid, privé
terrein en winst.
De verdeling van arbeid zorgt voor vervreemde arbeid:
o Vervreemding van het geproduceerde product
o Vervreemding in het productieprocess
o Vervreemding van het zijn van onze eigen soort.
o Vervreemding van andere werkers
HOORCOLLEGE 2 – 17 november
Denkers voorafgaand aan Marx:
- Hobbes (1588-1679): mensen zijn hebzuchtig en de een bezit meer dan de ander
- Locke (1632-1704): positiever mensbeeld; rationeel eigenbelang zal een positieve uitwerking hebben op het
individueel welzijn en op de samenleving als geheel.
- Smith (1723-1790): econoom, het ging hem om de welvaart van het land. Hij bestudeerde de groei van de
economie in het land. De welvaart neemt vooral toe in landen wanneer de markt volledig vrij is, dus zonder
beperkende regels over verkoop. Hoe hoger de welvaart, hoe hoger het welzijn.
o Vrije markt houdt in dat iedereen mag verkopen wat hij ook maar wil en aan wie hij dat ook maar wilt
verkopen en mag zelf de prijs bepalen.
o We krijgen een efficiënte maatschappij als er een hoge arbeidsverdeling is. Dus een smid maakt in
zijn eentje 300 spelden op een dag, terwijl als je het werk verdeeld over 10 mensen kun je er 4800
per persoon maken op 1 dag. Dit zorgt voor een hogere welvaart.
o Conlusie van Smith: een hoge welvaart bereiken we door vrije markten en een hoge mate van
arbeidsdeling.
dit was allemaal al bedacht voordat Marx geboren was.
Marx legt de nadruk op ongelijkheid
- hij zegt dat de welvaart niet in gelijke mate toeneemt voor iedereen.
- Hij zegt dat de welvaart kan stijgen, maar tegelijkertijd de welvaart voor sommige groepen, vaak de
arbeidsklasse, daalt.
Leven van Marx
- Tijdens zijn werk voor een krant leerde hij Friedrich Engels kennen.
- Marx en Engels werkte veel samen