Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Handboeken Jeugddelinquentie Alle Stof

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
32
Geüpload op
18-11-2025
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van de literatuur van de tentamenstof van het vak Jeugddelinquentie, gegeven in de minor Kinderrechten en Forensische Jeugdzorg aan de UvA.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

H1
Dark number = een groot verschil tussen de werkelijke aard en omvang van de criminaliteit en wat we
daarvan terugzien in de cijfers en in de strafrechtspleging. Dit komt onder andere door:
● Verreweg de meeste delicten worden niet door de politie opgemerkt. Met name bij jongeren is
de pakkans gering.
● Er wordt niet altijd aangifte gedaan / men is niet altijd bewust van het misdrijf (selectie).
● Bepaalde misdrijven vallen niet onder politie (witteboordencriminaliteit; milieudelicten,
belastingfraude etc.) (selectie).
● Als OM zaak zelfstandig afdoet of wordt doorgestuurd naar Halt (selectie).

Een oriëntatie op doelgroepen wordt als een van de verklaringen beschouwd voor de opvallende
overrepresentatie in de criminaliteitscijfers van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond.
Ook verklarend voor het verschil tussen meisjes en jongens.

Bronnen van jeugdcriminaliteit
1. Politiecijfers
● Beïnvloed door meldingsbereidheid en beleidsprioriteiten.
● Wisselende prioriteit en selectiviteit van de ‘sociale constructie' van de
jeugdcriminaliteit.
2. Zelfrapportages
● Goed beeld van de meest voorkomende jeugddelicten en onder welke
omstandigheden wordt gepleegd.
● Beperking is dat men slechts een paar delicten kan opnemen in de enquête en geeft
geen goed beeld van de ernst van de delicten.
● Minst betrouwbaar.
3. Slachtofferenquêtes
● Ontwikkeling aantal slachtoffers van misdrijven.
● Beperking is dat ze geen uitsluitsel geven over de leeftijd van de daders, beïnvloed
door meldingsbereidheid en door bereidheid van politie om p-v op te maken.
Prestatieparadox = hoe beter de politie haar werk doet, des te meer criminaliteit er lijkt te zijn en
omgekeerd.

De media schetst het beeld dat de jeugdcriminaliteit toeneemt en alsmaar erger wordt, terwijl de
cijfers juist laten zien dat het spectaculair afneemt. Verklaringen:
● Beveiligingshypothese = de sterk toegenomen veiligheidsmaatregelen zouden met name
jongeren afhouden van relatief eenvoudige 'instapdelicten'.
● Digitalisering = jongeren hangen minder op straat en brengen meer tijd door op social media.
● Afname risicofactoren en toename beschermende factoren = foute vrienden, alcoholgebruik,
monitoring door ouders.

High Impact Crimes laat meer jeugdige verdachten zien.
Hardnekkige recidivisten stijgen ook licht.
Vuurwapenmisdrijven met jonge verdachten stijgen ook.
= verharding.


Jeugdcriminologie valt onder de strafrechtelijke definitie van criminaliteit

, ● Tegenwoordig wordt namelijk veel kattenkwaad gecriminaliseerd en daardoor zou bijna alles
hieronder kunnen vallen.
● Tegen achtergrond van aanhoudende politieke en publicitaire animositeit rond jongeren die
last, irritatie en angst veroorzaken, is het van belang dat de wetenschappelijke bestudering van
de jeugdcriminaliteit zich richt op een helder strafrechtelijk gedefinieerd onderzoeksobject.

H3
Age-crime curve = het aantal jeugdigen dat wegens het plegen van een delict met de politie in
aanraking komt neemt vanaf het 12e levensjaar toe, waarna het een piek bereikt op het 19e levensjaar
en daarna weer afneemt.
Dark number = de omvang van de werkelijke jeugdcriminaliteit en het aantal werkelijke jeugdige
daders is onbekend. Verschillende methoden om ontwikkelingen in het aantal daders te onderzoeken:
● Zelfrapportage
○ Steekproef van jongeren in de doelpopulatie, waarbij deze jongeren een vragenlijst
invullen waarin voor bepaalde typen delicten wordt gevraagd of ze het delict hebben
gepleegd.
● Politie- en justitie statistieken
○ Aantal geregistreerde verdachten van een misdrijf (politiestatistieken).
○ Het aantal strafrechtelijke daders van een misdrijf tegen wie het OM strafvervolging
zinvol achtte en tegen wie een strafzaak is afgedaan (justitiële statistieken).
Meerdere bronnen nodig om iets zinvols te kunnen zeggen over jeugdcriminaliteit. Daar waar
politieregistraties vooral betrekking hebben op bekende verdachten en overwegend ernstige delicten
betreffen, betreft zelfrapportage een steekproef waar het gaat om lichtere delicten die grotendeels
buiten het zicht van de politie blijven.

Zelfrapportage
● 27 traditionele delicten, onderverdeeld in: geweld, vermogen, vernieling en openbare orde,
drugs en wapenbezit.
● Bij jongvolwassen 4 extra: rijden onder invloed, belasting-, uitkerings- en verzekeringsfraude.
● Ook vragen over online delicten.
● Prevalentie van geweld iets hoger dan vermogensdelicten en delicten vernieling en openbare
orde.

Risico- en beschermende factoren
● Risicofactoren zijn bijvoorbeeld alcoholgebruik, negatieve opvoedingsstijlen of delinquente
vrienden.
● Beschermende factoren zijn bijvoorbeeld emotionele steun door ouders, monitoren van
gedrag of een goede binding met school.

H5
In de ontwikkeling van de criminologische theorievorming laten zich drie thema’s onderscheiden:
1. Nature vs. nurture (Chicago School)
● Biologie vs. omgevingsfactoren.
● Basisveronderstelling van het klassieke strafrecht was dat misdadigers de kosten en
baten van hun gedrag tegen elkaar afwegen. Iedereen die voor de rechter moest
verschijnen moest als gelijke worden beschouwd (gelijkheidsbeginsel).
● Proportionaliteitsbeginsel = de sanctie staat in verhouding tot de schuld. Beide
theorieën moesten in de ogen van strafrechtvernieuwers moeten worden losgelaten.

,● Lacassagne = "Elke maatschappij heeft de criminaliteit die ze verdient”. De
grondgedachte is dat criminaliteit niet moet worden gezocht in de biologie, maar
allereerst in de maatschappelijke omgeving.
○ Zowel Lombroso als Lacassagne representeerden het ‘positivisme’: zij
bekeken de misdaad vanuit medisch perspectief (‘wat maakt iemand
crimineel’). Misdaad was geen kwestie van vrije keuze, maar was bepaald
door hoe iemand in elkaar zat (vrije wil niet langer geaccepteerd).
○ Kritiek door Bonger: alle vormen van criminaliteit verbonden met ‘het
milieu’, dus de sociale omgeving.
● Toch verdween de biologische invalshoek niet volledig uit beeld:
○ Veel onderzoeken naar lichaamstypen en lichaamsbouw in verband met
criminaliteit.
○ Social Prediction Tables door Glueck.
● Eysenck persoonlijkheidspsychologie: verschillende dimensies van de
persoonlijkheid. Typerend: extraversie zou samenhangen met een laag prikkelniveau
van de hersenen, waardoor deze personen sneller geneigd zouden zijn tot crimineel
gedrag.
● Oorzaak in maatschappelijke omgeving, 3 hoofdbenaderingen:
○ Sociale desorganisatie (Robert Park en Ernest Burgess): er ontstaan ‘zones’
in buurten of wijken, waarin mensen dezelfde sociale kenmerken vertonen,
omdat ze onderworpen zijn aan dezelfde ecologische krachten. Zij
concluderen dat de buurt waarin men woont een veel grotere invloed heeft op
crimineel gedrag dan factoren zoals persoonlijkheid, etniciteit of religie.
○ Broeibaardhypothese: de buurt waarin kinderen opgroeien, en met name de
concentratie van armoede in de woonomgeving, heeft een sterke invloed
richting criminaliteit.
● Differentiële associatie (Sutherland): er was in achterstandswijken sprake van een
cultureel conflict tussen een conventionele en een criminele maatschappelijke
oriëntatie en het kwam erop aan met welke van die twee de jongeren zich verbond.
○ Crimineel gedrag is niet aangeboren, maar aangeleerd.
○ Ook toepassen op de ‘witte boorden-criminaliteit’ (was bevestiging van zijn
theorie).
○ Matza en Sykes: neutralisatietechnieken: rechtvaardigingen voor crimineel
gedrag door waarden en normen uit de burgerlijke samenleving.
○ Collective efficacy theory (Sampson): het fenomeen van de ‘criminele buurt’
hing volgens deze theorie niet alleen samen met armoede, maar ook met
dichtbevolktheid, veel mobiliteit en instabiele familieverhoudingen en
eenoudergezinnen. Ontbreekt wederzijds vertrouwen en solidariteit in die
buurten.
● Merton: de algemene druk en dreiging om te falen zet degenen met weinig kansen en
weinig uitzicht om te stijgen op de maatschappelijke later aan om illegale middelen te
hanteren, om langs die weg toch te kunnen voldoen aan het alom uitgedragen ideaal
van de geslaagde burger (strain-benadering).
● Walgrave: de gedachte staat centraal dat jongeren die opgroeien in ongunstige
omstandigheden te maken kunnen krijgen met factoren die op hun beurt extra
negatieve invloed uitoefenen op hun ontwikkeling en hun kansen om aan hun
ongunstige uitgangssituatie te ontkomen kunnen verminderen. Negatieve spiraal van
maatschappelijke kwetsbaarheid.

, ●Cohen concludeerde statusfrustratie: jongeren uit lagere klassen voelen zich volgens
hem onderworpen aan eisen die de middenklasseninstituties aan hen stellen, waaraan
zij niet kunnen of willen voldoen. Meer nadruk op pedagogische onmacht en
inadequate socialisatieprocessen en minder op Amerikaanse Droom van Merton.
● Labeling: gekwalificeerd worden als dief of geweldpleger, verandert de plaats in de
wereld. Label als crimineel. Lemert onderscheidde 2 typen afwijkend gedrag:
○ Primaire deviantie betreft het al mogelijke regelovertredende gedrag dat de
betrokkene beschouwt als incidenteel en waar hij meestal ook een verklaring
voor heeft. Degene die over de schreef gaat ziet zichzelf niet als crimineel.
○ Secundaire deviantie betreft gedrag dat vanwege stigmatisering juist
beantwoordt aan etiketten die in het hele proces aan de persoon worden
opgelegd.
● Gelegenheid en keuze
○ De gelegenheid tot het begaan van een misdrijf is cruciaal (omgeving). Het
eigen karakter van de omgevingsfactoren wordt nauwkeurig bestudeerd.
○ Defensible space (Newman) en hierop voortbouwende theorieën: alle
mogelijke technieken die ertoe leiden dat potentiële daders meer moeite
moeten doen om een delict te plegen. Leidde tot betere beveiliging etc.
○ Rationelekeuzetheorie: een delict wordt beschouwd als doelbewuste stap. De
crimineel wordt verantwoordelijk gehouden voor zijn keuze en kan daarop
worden afgerekend. Jeugdcriminaliteit is echter vaak ondoordacht.
2. Opvoeding vs. omgeving
● Social control theory (Hirschi): de aandacht zou moeten gaan naar de factoren die
mensen afhouden van het vertonen van antisociaal gedrag. Gaat om controle van
binnenuit en wordt in NL ook wel bindingstheorie genoemd. Het gaat om een ‘warme
afweging’, waarbij zowel de voordelen als de nadelen worden afgewogen in het licht
van iemands sociale binding. De sociale binding kan in kracht variëren.
○ Hij onderscheidde 4 elementen:
■ Attachment: de emotionele gehechtheid aan anderen.
■ Commitment: de koele, rationele kant van de sociale binding. Men is
zich bewust van de kosten van delinquent gedrag.
■ Involvement: men heeft diverse conventioneel maatschappelijke
bezigheden, waardoor er nauwelijks of geen tijd overblijft om
delicten te plegen.
■ Belief: geloof in de geldigheid van de heersende maatschappelijke
regels.
● A general theory of crime (Hirschi en Gottfredson): personen met een sterke
zelfcontrole lopen weinig kans om zich schuldig te maken aan delicten, terwijl
degenen die dat wel doen daarentegen al vanaf jongs af aan een zwakke zelfcontrole
ontwikkelen. Conventioneel gedrag zou zelfbeheersing vereisen om niet toe te geven
aan de neiging tot zoeken naar directe behoeftebevrediging.
● Belangrijkste dat de beide theorieën verbindt is de aanname dat iedereen in gelijke
mate in staat is tot criminaliteit.
● Ontstaan van criminaliteit in verband met opvoeding vanuit andere hoeken:
○ Opvoeding wordt opgevat als tweerichtingsverkeer (wederzijdse
beïnvloeding).
○ Het idee van o.a. Hirschi dat gebrekkige opvoeding leidt tot gebrekkige
zelfcontrole wordt niet helemaal gevolgd. Patterson wijst erop dat inadequate

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
18 november 2025
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$18.78
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
JillUva Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
13
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
17
Laatst verkocht
3 maanden geleden
Jill\'s samenvattingen

Volledige aantekeningen, stappenplannen en uitwerkingen!

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen