WEEK 1
Definitie, etiologie, prevalentie en gevolgen van kindermishandeling.
Leerdoel:
- Kennis van (inter)nationale definities van typen kindermishandeling en huiselijk geweld.
Definitie kindermishandeling (Jeugdwet 2015) = elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of
gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen
ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of onvrijheid staat, actief of
passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de
minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
Vormen van kindermishandeling (actief of passief):
1. Fysieke mishandeling (fysiek geweld). Ook shaken baby syndroom valt hieronder.
2. Emotionele mishandeling (actieve afwijzing of vijandigheid). Ook het getuige zijn van
huiselijk geweld valt hieronder.
3. Fysieke verwaarlozing (onthouden van lichamelijke basisbehoeften).
4. Emotionele verwaarlozing (tekort aan positieve aandacht - passief). - Komt naar schatting het
meest voor.
5. Seksueel misbruik (in een afhankelijkheidsrelaie).
6. Kindermishandeling door falisificatie (ziekteverschijnselen verzinnen of overdrijven, of het
kind opzettelijk ziek maken). Ook wel het Münchhausen-by-proxysyndroom of Pediatric
Condition Falsification genoemd.
Etiologie/oorzaken kindermishandeling:
● Vaak wordt het risico op kindermishandeling ingeschat door de risicofactoren d.m.v. een
risicotaxatie.
● Concreet causaal verband tussen de omgeving en kindermishandeling is lastig aan te tonen.
● Dubbel relationeel probleem.
● Ook kijken naar wat er maatschappelijk gebeurt, niet het probleem individualiseren.
● Meervoudig Verklaringsmodel van Belsky.
Risicofactoren kind: te vroeg geboren, geboren met laag gewicht, geboren met
verslavingsproblematiek, gehandicapt, ADHD, dyslexie.
Beschermingsfactoren kind: hoog IQ, zelfvertrouwen, zelfwaardering, goede interpersoonlijke
vaardigheden.
,Locus of control: besef dat je zelf kunt bijdragen aan het voorkomen en oplossen van problemen.
Risicofactoren algemeen: laag opgeleid, geen baan, alleenstaande ouder, stieffamilie, familie groter
dan 4, 0-3 leeftijd, meisje, de eerste/tweede in het buitenland geboren familieleden die het
staatsburgerschap verwerven.
Monocausale theorieën
● Gehechtheidstheorie. Mishandeling wordt veroorzaakt door een slechte ouder-kindrelatie.
Daardoor ontstaat bij de ouder veel stress en gaat deze mishandelen.
● Psychodynamische verklaringen. Ook oorzaak is een slechte ouder-kindrelatie, maar mentale
processen bij de ouder liggen ten grondslag aan deze negatieve relatie.
● Leertheoretisch perspectief. Centraal staat dat kindermishandeling aangeleerd gedrag is
(disfunctioneel opvoedgedrag aangeleerd).
● Cognitief georiënteerde verklaringen. Niet het mishandelende gedrag staat centraal, maar de
manier waarop ouders hun kind en zijn/haar gedrag waarnemen (als beeldvorming van ouders
over het eigen kind negatief is, wordt dat gezien als oorzaak).
Multicausale theorieën
● Sociaal-ecologisch model. Omvat de meeste soorten risicofactoren. Interactie en balans tussen
risico- en beschermende factoren op 4 niveaus: (ook nabijheid van factoren speelt een rol)
1. Verleden van ouders (ontogenetische ontwikkeling).
2. Eigenschappen kind en gezin (microsysteem).
3. Eigenschappen van gemeenschap en mate van sociale steun (oxysysteem).
4. Houding van maatschappij (macrosysteem).
● Transactioneel model. Risicofactoren in 1 sociaal systeem beïnvloeden de uitkomsten en
processen van andere sociale systemen. Wederzijdse beïnvloeding. Ook hierbij hangt de kans
op mishandeling af van balans tussen risico- en beschermende factoren. 4 soorten:
1. Permanente/langdurende risico’s, zoals een ouder die een verleden van
kindermishandeling heeft;
2. Permanente/langdurende beschermende factoren, zoals een goede, duurzame relatie
tussen ouders;
3. Kortdurende risico’s, zoals een ouder die zijn of haar baan verliest.
4. Kortdurende beschermende factoren, zoals een periode waarin ouders goed met
elkaar omgaan.
● Transitioneel model. Kindermishandeling wordt beschouwd als escalerend oudergedrag.
Zowel ouder- als kindkenmerken dragen bij aan mishandeling, maar de manier waarop de
interactie tussen ouder en kind plaatsvindt is het meest bepalend. Deze theorie is uitgebreid
met 3 ontwikkelingsstadia met per stadium factoren die zich voordoen:
1. Factoren zijn aanwezig die agressie stimuleren en stresstolerantie verminderen;
2. Factoren die leiden tot onvoldoende crisismanagement en provocatie;
3. Gewoontepatronen van agressie en gespannenheid ontstaan.
Gevolgen van kindermishandeling (voor kinderen) - theorieën:
● Sociale leertheorie = negatief en gewelddadig gedrag wordt aangeleerd en overgenomen.
● Hechtingstheorie = geweld staat de ‘goodness of fit’ in de weg, waardoor het verschaffen van
een veilige basis niet mogelijk kan zijn.
● Traumatheorie = er ontstaat een trauma en daarmee gepaarde psychische stress en
aandoeningen.
● Externaliserend/internaliserend gedrag.
, Kinderbeschermingsmaatregelen:
SPOED REGULIER
VOTS OTS
● Gronden: acute onveiligheid, vaak ● Gronden: ouders zijn onvoldoende in
gepaard met SMUHP. staat te voorzien in basisbehoeften kind
● Duur: max. 3 maanden. in vrijwillig kader.
● Duur: max. 12 maanden.
SMUHP MUHP
● Gronden: acute onveiligheid. ● Gronden: onveiligheid.
● Duur: loopt gelijk aan VOTS. ● Duur: verschillend.
VOVO Voogdij
● Gronden: gezagsvacuüm. ● Gronden: gezagsvacuüm.
● Duur: max. 3 maanden. ● Duur: tot 18e.
Pacificatie in Europa, oorzaken:
1. De democratische staat en haar stabiele geweldsmonopolie;
2. Handel (maatschappelijk verantwoord ondernemen);
3. Feminisering (vrouwen krijgen meer maatschappelijke invloed);
4. Empathie (vooral hierin kunst en cultuur belangrijk);
5. Verstand (we gaan ons verstand beter gebruiken en ook wetenschappelijk onze kennis
gebruiken).
Effectieve elementen interventies (Van der Put, 2022)
● Vergroten persoonlijke vaardigheden ouders.
● Vergroten vaardigheden kind.
● Aanpak GGZ-problematiek ouders.
● Vergroten opvoedvaardigheden.
● Verbeteren attitudes over opvoeding van ouders.
● Vergroten competentiegevoel van ouders.
Familie Netwerkberaad (2016). Geen positieve effecten op de reductie van kindermishandeling,
uithuisplaatsingen en inzet van de professionele zorg.
Levi van Dam: mentorschap. (12 IVRK).
INSPIRE (2016):
● Implementation and reinforcement of laws.
● Norms and values.
● Safe environments.
● Parent and caregiver support.
● Income and economic strengthening.
● Response and support services.
● Education and life skills.
Definitie, etiologie, prevalentie en gevolgen van kindermishandeling.
Leerdoel:
- Kennis van (inter)nationale definities van typen kindermishandeling en huiselijk geweld.
Definitie kindermishandeling (Jeugdwet 2015) = elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of
gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen
ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of onvrijheid staat, actief of
passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de
minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
Vormen van kindermishandeling (actief of passief):
1. Fysieke mishandeling (fysiek geweld). Ook shaken baby syndroom valt hieronder.
2. Emotionele mishandeling (actieve afwijzing of vijandigheid). Ook het getuige zijn van
huiselijk geweld valt hieronder.
3. Fysieke verwaarlozing (onthouden van lichamelijke basisbehoeften).
4. Emotionele verwaarlozing (tekort aan positieve aandacht - passief). - Komt naar schatting het
meest voor.
5. Seksueel misbruik (in een afhankelijkheidsrelaie).
6. Kindermishandeling door falisificatie (ziekteverschijnselen verzinnen of overdrijven, of het
kind opzettelijk ziek maken). Ook wel het Münchhausen-by-proxysyndroom of Pediatric
Condition Falsification genoemd.
Etiologie/oorzaken kindermishandeling:
● Vaak wordt het risico op kindermishandeling ingeschat door de risicofactoren d.m.v. een
risicotaxatie.
● Concreet causaal verband tussen de omgeving en kindermishandeling is lastig aan te tonen.
● Dubbel relationeel probleem.
● Ook kijken naar wat er maatschappelijk gebeurt, niet het probleem individualiseren.
● Meervoudig Verklaringsmodel van Belsky.
Risicofactoren kind: te vroeg geboren, geboren met laag gewicht, geboren met
verslavingsproblematiek, gehandicapt, ADHD, dyslexie.
Beschermingsfactoren kind: hoog IQ, zelfvertrouwen, zelfwaardering, goede interpersoonlijke
vaardigheden.
,Locus of control: besef dat je zelf kunt bijdragen aan het voorkomen en oplossen van problemen.
Risicofactoren algemeen: laag opgeleid, geen baan, alleenstaande ouder, stieffamilie, familie groter
dan 4, 0-3 leeftijd, meisje, de eerste/tweede in het buitenland geboren familieleden die het
staatsburgerschap verwerven.
Monocausale theorieën
● Gehechtheidstheorie. Mishandeling wordt veroorzaakt door een slechte ouder-kindrelatie.
Daardoor ontstaat bij de ouder veel stress en gaat deze mishandelen.
● Psychodynamische verklaringen. Ook oorzaak is een slechte ouder-kindrelatie, maar mentale
processen bij de ouder liggen ten grondslag aan deze negatieve relatie.
● Leertheoretisch perspectief. Centraal staat dat kindermishandeling aangeleerd gedrag is
(disfunctioneel opvoedgedrag aangeleerd).
● Cognitief georiënteerde verklaringen. Niet het mishandelende gedrag staat centraal, maar de
manier waarop ouders hun kind en zijn/haar gedrag waarnemen (als beeldvorming van ouders
over het eigen kind negatief is, wordt dat gezien als oorzaak).
Multicausale theorieën
● Sociaal-ecologisch model. Omvat de meeste soorten risicofactoren. Interactie en balans tussen
risico- en beschermende factoren op 4 niveaus: (ook nabijheid van factoren speelt een rol)
1. Verleden van ouders (ontogenetische ontwikkeling).
2. Eigenschappen kind en gezin (microsysteem).
3. Eigenschappen van gemeenschap en mate van sociale steun (oxysysteem).
4. Houding van maatschappij (macrosysteem).
● Transactioneel model. Risicofactoren in 1 sociaal systeem beïnvloeden de uitkomsten en
processen van andere sociale systemen. Wederzijdse beïnvloeding. Ook hierbij hangt de kans
op mishandeling af van balans tussen risico- en beschermende factoren. 4 soorten:
1. Permanente/langdurende risico’s, zoals een ouder die een verleden van
kindermishandeling heeft;
2. Permanente/langdurende beschermende factoren, zoals een goede, duurzame relatie
tussen ouders;
3. Kortdurende risico’s, zoals een ouder die zijn of haar baan verliest.
4. Kortdurende beschermende factoren, zoals een periode waarin ouders goed met
elkaar omgaan.
● Transitioneel model. Kindermishandeling wordt beschouwd als escalerend oudergedrag.
Zowel ouder- als kindkenmerken dragen bij aan mishandeling, maar de manier waarop de
interactie tussen ouder en kind plaatsvindt is het meest bepalend. Deze theorie is uitgebreid
met 3 ontwikkelingsstadia met per stadium factoren die zich voordoen:
1. Factoren zijn aanwezig die agressie stimuleren en stresstolerantie verminderen;
2. Factoren die leiden tot onvoldoende crisismanagement en provocatie;
3. Gewoontepatronen van agressie en gespannenheid ontstaan.
Gevolgen van kindermishandeling (voor kinderen) - theorieën:
● Sociale leertheorie = negatief en gewelddadig gedrag wordt aangeleerd en overgenomen.
● Hechtingstheorie = geweld staat de ‘goodness of fit’ in de weg, waardoor het verschaffen van
een veilige basis niet mogelijk kan zijn.
● Traumatheorie = er ontstaat een trauma en daarmee gepaarde psychische stress en
aandoeningen.
● Externaliserend/internaliserend gedrag.
, Kinderbeschermingsmaatregelen:
SPOED REGULIER
VOTS OTS
● Gronden: acute onveiligheid, vaak ● Gronden: ouders zijn onvoldoende in
gepaard met SMUHP. staat te voorzien in basisbehoeften kind
● Duur: max. 3 maanden. in vrijwillig kader.
● Duur: max. 12 maanden.
SMUHP MUHP
● Gronden: acute onveiligheid. ● Gronden: onveiligheid.
● Duur: loopt gelijk aan VOTS. ● Duur: verschillend.
VOVO Voogdij
● Gronden: gezagsvacuüm. ● Gronden: gezagsvacuüm.
● Duur: max. 3 maanden. ● Duur: tot 18e.
Pacificatie in Europa, oorzaken:
1. De democratische staat en haar stabiele geweldsmonopolie;
2. Handel (maatschappelijk verantwoord ondernemen);
3. Feminisering (vrouwen krijgen meer maatschappelijke invloed);
4. Empathie (vooral hierin kunst en cultuur belangrijk);
5. Verstand (we gaan ons verstand beter gebruiken en ook wetenschappelijk onze kennis
gebruiken).
Effectieve elementen interventies (Van der Put, 2022)
● Vergroten persoonlijke vaardigheden ouders.
● Vergroten vaardigheden kind.
● Aanpak GGZ-problematiek ouders.
● Vergroten opvoedvaardigheden.
● Verbeteren attitudes over opvoeding van ouders.
● Vergroten competentiegevoel van ouders.
Familie Netwerkberaad (2016). Geen positieve effecten op de reductie van kindermishandeling,
uithuisplaatsingen en inzet van de professionele zorg.
Levi van Dam: mentorschap. (12 IVRK).
INSPIRE (2016):
● Implementation and reinforcement of laws.
● Norms and values.
● Safe environments.
● Parent and caregiver support.
● Income and economic strengthening.
● Response and support services.
● Education and life skills.