Verschillende vormen van kindermishandeling
- Actief = wanneer schade actief wordt toegebracht, zoals gebeurt bij fysieke mishandeling,
emotionele mishandeling en seksueel misbruik.
- Passief = wanneer schade passief wordt toegebracht, zoals gebeurt bij fysieke, emotionele en
medische verwaarlozing. Ook getuige zijn van huiselijk geweld valt hieronder.
Obstakels in etiologisch onderzoek
● Een gebrek aan een eenduidige definitie van de verschillende vormen van mishandeling.
Definities worden vaak ontleend aan plaatselijke regelgeving.
● Verschillende mishandelingsvormen komen vaak tegelijk voor. De vraag welke factoren tot
welke vormen mishandeling leiden is moeilijk te beantwoorden.
● Het accuraat vaststellen van welke kinderen wel en niet slachtoffer zijn, vormt ook een
belemmering.
Monocausale theorieën
● Per theorie staat er 1 oorzaak van mishandeling centraal.
● Gehechtheidstheorie: mishandeling wordt veroorzaakt door een slechte ouder-kindrelatie.
● Psychodynamische verklaringen: een verstoorde relatie tussen ouder en kind wordt gezien
als oorzaak van kindermishandeling.
● In het leertheoretisch perspectief staat centraal dat kindermishandeling aangeleerd gedrag is.
Meer specifiek wordt gesteld dat ouders te weinig adequaat opvoedgedrag aangeleerd hebben.
Een oplossing vanuit deze theorie is eenvoudig: leer ouders juist opvoedgedrag aan.
● Cognitief georiënteerde verklaringen staan hier lijnrecht tegenover: hierin staat namelijk
niet het mishandelende gedrag van de ouders centraal, maar de manier waarop ouders hun
kind en zijn of haar gedrag waarnemen.
● Kindermishandeling omvat verschillende vormen en doet zich voor bij verschillende
gezinnen, in verschillende situaties en onder verschillende omstandigheden. Daarom zijn als
reactie op de monocausale theorieën, de theoretische modellen ontwikkeld.
Risicofactoren en protectieve factoren
● Voor de meeste risicofactoren wordt een causaal verband verondersteld, maar dat is nog niet
wetenschappelijk aangetoond.
● Een voorbeeld van een belangrijke risicofactor is een lage sociaaleconomische status (SES)
van het gezin.
● Vooral de aanwezigheid van risicofactoren gerelateerd aan de ouders vergroten de kans op
kindermishandeling, zoals een gebrekkig pedagogisch besef, agressieproblematiek en
psychiatrische problemen zoals middelenmisbruik en het hebben van een verstandelijke
beperking.
● Maar, de rol van kindfactoren is ook niet te negeren.
Multicausale theorieën
● Sociaal-ecologisch model = risico op kindermishandeling wordt bepaald door vier
verschillende niveaus:
1. Het verleden van ouders die hun kind mishandelen (ontogenetische ontwikkeling);
2. Eigenschappen van het kind en gezin;
, 3. Eigenschappen van het werk van de ouders/verzorgers, de gemeenschap waarin het gezin leeft
en de mate van sociale steun voor het gezin;
4. De houding van de maatschappij ten aanzien van kinderen en kindermishandeling.
● Het ontstaan van kindermishandeling hangt af van de balans tussen alle risico- en
beschermende factoren die aanwezig zijn. Ook factoren die dichter bij het kind staan, wegen
zwaarder in het risico.
● Transactioneel model = risicofactoren voor kindermishandeling bestaan uit kenmerken van
ouders, het kind en/of de sociale omgeving van het kind. Onderscheid tussen 4 soorten
factoren:
1. Permanente/langdurende risico’s, zoals een ouder die een verleden van kindermishandeling
heeft;
2. Permanente/langdurende beschermende factoren, zoals een goede, duurzame relatie tussen
ouders;
3. Kortdurende risico’s, zoals een ouder die zijn of haar baan verliest.
4. Kortdurende beschermende factoren, zoals een periode waarin ouders goed met elkaar
omgaan.
● Transitioneel model = kindermishandeling wordt beschouwd als escalerend oudergedrag. De
manier waarop interactie plaatsvindt tussen ouder en kind is bepalend. Later uitgebreid met 3
ontwikkelingsstadia:
1. Factoren zijn aanwezig die agressie stimuleren en stresstolerantie verminderen;
2. Factoren die leiden tot onvoldoende crisismanagement en provocatie;
3. Gewoontepatronen van agressie en gespannenheid ontstaan.
H17
Verschillen tussen instrumenten
● Screeningsinstrumenten = als doel om op een relatief snelle en goedkope manier te bepalen
of er op het moment van afname mogelijk sprake is van kindermishandeling. Hierbij wordt
gescreend op kindermishandeling bij kinderen met letsel, door onder andere te bepalen in
hoeverre het letsel past bij de verklaring van de ouders en of udere letsels waarneembaar zijn.
● Risicotaxatie-instrumenten = het doel is om de kans op toekomstige kindermishandeling in
te schatten op basis van risicofactoren die aanwezig zijn bij een kind en in het gezin.
● Veiligheidstaxatie-instrumenten = hebben als doel om daadwerkelijk vast te stellen of er
sprake is van kindermishandeling en zijn daarmee diagnostische instrumenten.
Gaat verder over de RNR methode maar heb ik nou wel genoeg over gehoord en geschreven lijkt me.
H11
ACE-studie = in deze studie wordt voor het eerst bij een grote groep mensen aangetoond hoe
gezondheidsgedrag en gezondheidsproblemen op volwassen leeftijd gerelateerd zijn aan het
meegemaakt hebben van trauma en mishandeling tijdens de kindertijd.
- Laat voor het eerst de grote schaal zien waarop kindermishandeling voorkomt en ook hoe
vaak er sparke is van disfunctionele gezinssituaties.
- ACES = Adverse Childhood Experiences.
Beperking van het onderzoek: