Onderzoeksvoorstel
Duurzaam uit zorg
Naam:
Werkplek:
Werkbegeleidster:
Opdrachtgever:
Module: 7, Zorginnovatie in de praktijk
Tutor:
Datum: 02-11-2020
Aantal woorden: 2490
,Inhoud
Inleiding..................................................................................................................................................1
1 Doel- en vraagstelling..........................................................................................................................3
1.2 Vraagstelling.................................................................................................................................4
1.3 Definiëring van begrippen............................................................................................................4
2. Methodologie.....................................................................................................................................4
2.1 Design...........................................................................................................................................4
2.2 Onderzoekspopulatie en steekproef.............................................................................................4
2.3 Dataverzameling...........................................................................................................................5
2.4 Analysemethode...........................................................................................................................6
2.6 Ethiek, wet – en regelgeving.........................................................................................................7
2.7 Tijdsplanning.................................................................................................................................8
Literatuurlijst..........................................................................................................................................9
1. Bijlage 2: Topiclijsten........................................................................................................................11
2 Bijlage 3: Informed consent...............................................................................................................13
INLEIDING
COVID-19 is een ziekte die wordt veroorzaakt door een coronavirus SARS-CoV-2. In de Chinese stad
Wuhan is in december 2019 een cluster van symptomen van een ‘’longontsteking van onbekende
oorsprong’’ waargenomen. In januari 2020 is het virus voor het eerst geïdentificeerd en op 11 maart
2020 is de uitbraak van de COVID-19 erkend als een pandemie door de World Health Organization
(WHO). In Nederland was de eerste besmetting van COVID-19 op 27 februari 2020 vastgesteld (RIVM,
2020).
1
, COVID-19 heeft een grote impact op de gezondheidszorg, waaronder in de thuiszorg. De werkdruk en
het ziekteverzuim bij zorgmedewerkers nemen toe. In vergelijking met de zomer van 2019 is dit een
stijging van 4,5% (Van Wijk, 2020). De verpleegkundigen spelen een belangrijke rol tijdens de COVID-
19 pandemie. Klanten krijgen van de wijkverpleegkundigen voorlichtingen en adviezen over de
genomen maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen (RIVM, 2020). Visser (2019) geeft
aan dat 96% van de verpleegkundigen preventie en gezondheidsbevordering zien als de belangrijkste
kerntaak van hun vak. Door de hoge werkdruk en een tekort aan collega’s komen de
verpleegkundigen hier echter niet aan toe. Tijdens de COVID-19 zijn preventieve taken juist
belangrijk om bijvoorbeeld ziekenhuisopnames te voorkomen. Preventieve huisbezoeken van zowel
wijkverpleegkundigen als huisartsenpraktijken worden ingezet om kwetsbare ouderen, mensen met
weinig gezondheidservaring en zorgmijders op te sporen. Dit proces wordt vertraagd doordat de
contacten zoveel mogelijk beperkt moesten worden en doordat klanten zelf, uit angst voor het
COVID-19, de afspraak afzeggen (RIVM, 2020). Vroegsignalering van (gezondheids)problemen kan
niet plaats vinden, waardoor de CanMEDsrol Gezondheidsbevorderaar niet voldoende kan worden
toegepast (Lambregts, Grotendorst & Van Merwijk, 2016). Kwetsbare ouderen, mensen met weinig
gezondheidservaring en zorgmijders worden hierdoor minder snel opgespoord (RIVM, 2020).
Sinds de aankondiging van de eerste landelijke COVID-19 maatregelen in Nederland op 12 maart
2020 neemt binnen de gehele thuiszorg de planbare zorg af. Binnen ….. is een (concept) rapport
opgesteld waarin naar voren komt wat de effecten zijn van de coronacrisis in de thuiszorg (bijlage 1).
In dit rapport komt duidelijk naar voren dat er een daling van het aantal klanten is te zien vanaf de
eerste landelijke COVID-19 maatregelen (week 12). In week 11 had …..11.784 klanten in zorg, dit is in
week 16 afgenomen tot 10.574, een daling van 1.210 klanten (10,4%). Het Zorgautoriteit Nederland
(NZa)(2020) heeft een rapport opgesteld met productiegegevens van vier relatief grote aanbieders,
die verspreid over Nederland hun werkgebied hebben. Hierin is een daling te zien van 13,4% in de
periode van week 11 en week 17. Wat de daling exact veroorzaakt is niet te duiden, omdat in de
wijkverpleging sprake is van continue in- en uitstroom. Mogelijke oorzaken zijn volgens een analyse
van de NZa (2020) een combinatie van factoren zoals minder instroom uit het ziekenhuis, minder
instroom vanuit de huisarts en doordat mensen geen zorg meer willen ontvangen of doordat de zorg
is afgeschaald.
Uit een sectorrapportage binnen de VVT-sector van het RIVM (2020) kwam naar voren dat in 23%
van de gevallen de klant (of diens naaste) besloot om de thuiszorg stop te zetten, in 22% is het in
overleg besloten en in 19% besloot iemand anders of wist men het niet. Naar de oorzaken waarom
klanten uit zorg zijn gegaan in een pandemie is geen literatuur gevonden. De klanten die uit zorg zijn
kunnen momenteel ondersteuning ontvangen van een mantelzorg(st)er of de klanten zijn
zelfredzaam. De klanten die zelfredzaam zijn en geen zorg afnemen van een mantelzorg(st)er of
andere zorgorganisatie zijn duurzaam uit zorg gegaan. De verwachting is dat ze in de toekomst weer
in zorg komen.
Uit het onderzoek van het RIVM (2020) en van NZa (2020) blijkt uit de cijfers dat de klanten
voornamelijk uit zorg zijn gegaan in de periode toen voor de zorgverleners in de wijkverpleging
onvoldoende Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voorhanden was. In periode 3, waarin de
klanten uit zorg zijn gegaan binnen ……, werkten thuiszorgmedewerkers niet preventief met
mondkapjes, omdat deze niet voldoende voorradig waren. Doordat de besmettingen opliepen
binnen de regio, is dit na 25 september 2020 verplicht gesteld. De veronderstellingen zijn dat de
klanten daardoor uit angst voor het COVID-19 virus uit zorg zijn gegaan. Een andere reden kan zijn
dat de thuiszorg niet meer aan aspecten kunnen voldoen die belangrijk worden gevonden, zoals
contact, aandacht voor de klant, een luisterend oor bieden en passende zorg leveren
2