Marketing samenvatting.
Hoofdstuk 14 tot en met 26
Marketing mix
Product / dienst
Prijs
Promotie
Plaats
De wijze waarop een bedrijf haar marketinginstrumenten in zet om een bepaald
product perfect op een bepaalde doelgroep klanten probeert af te stemmen binnen
een bepaalde markt.
Een product is ook een idee, recht of een goed doel.
Is het geheel van materiële (tastbare) en immateriële (ontastbaar) eigenschappen
van een goed/dienst.
Alles waarmee ene specifieke behoefte kan worden voorzien.
Attributen = kenmerken, eigenschappen. Een product beschikt over attributen.
Functionele productwaarde = zichtbare specifieke eigenschappen van een product.
Emotionele productwaarde = worden gevormd door subjectief, het toevoegen van je
mening.
Instrumentele productwaarde = vervullen van een functionele behoefte (bijv. een
boormachine)
Expressieve productwaarde = vervullen van een emotionele behoefte (bijv. de status
van een auto) BLZ. 298
Product niveaus van ‘’leeflang’’ BLZ 299
Primaire eigenschappen ‘’Ik heb dorst’’ (bier)
Toegevoegde eigenschappen, is iets extra’s dus bijvoorbeeld dan een desperado’s
Daarna krijg je het uitgebreid product.
Instrumentele + expressieve eigenschappen = totaal product
,5 productieniveaus van ‘’Kotler’’ BLZ 300
5 niveaus waarin een product zich bevindt of kan bevinden, gezien de beleving van
de consument. (in een rondje)
(Binnenste ring) : Core benefit = basisfunctie/behoefte -> Jas, beschermt tegen de
kou en regen
Basis product = basisversie (eigenschappen) -> materiaal, pasvorm
Expected product = attributen/eigenschappen -> comfortabel, is de jas echt warm?
Augmentend product = extra factoren, waarmee onderscheiden van de concurrent ->
service, merkimago
(Buiten ring) : Potential product
=uitbreiding voor in de toekomst ->
sterker materiaal, dunner materiaal.
Centrale waarden van een product
Functionele productwaarden = hoe ziet het eruit? Specifieke eigenschappen
Instrumentele productfunctie = welke functie vervult het?
Emotionele productwaarden = welke belang en imago heeft het?
Expressieve productfunctie = wat straalt het uit/ wat straal ik hiermee uit?
Product indelingen in productgroepen
- Naar mate van abstractie
- Naar aard van bestemming
- Naar mate van duurzaamheid
- Naar mate van prijsverandering
- Naar mate van inkomensverandering
, Abstractie = materieel -> tastbaar (product)
Immaterieel -> ontastbaar (dienst/idee)
Naar mate van Bestemming = type afnemer
1e consumenten product (B2C)
2e industrieel product (B2B)
Naar mate van duurzaamheid = naar de verbruiksintentie
Duurzaam = gebruiksgoederen (bijv. een wcpot)
Niet-duurzaam = verbruiksgoederen (bijv. wc-papier)
FMCG = fast moving consumer goods
Naar mate van prijsverandering =
Substitutie goederen = gevraagde hoeveelheid neemt toe
Indifferente goederen = gevraagde hoeveelheid blijft gelijk
Complementaire goederen = gevraagde hoeveelheid daalt
Naar mate van inkomensverandering =
Luxe goederen = een horloge
Noodzakelijke goederen = benzine
Inferieure goederen = een tent
Hoofdstuk 14 tot en met 26
Marketing mix
Product / dienst
Prijs
Promotie
Plaats
De wijze waarop een bedrijf haar marketinginstrumenten in zet om een bepaald
product perfect op een bepaalde doelgroep klanten probeert af te stemmen binnen
een bepaalde markt.
Een product is ook een idee, recht of een goed doel.
Is het geheel van materiële (tastbare) en immateriële (ontastbaar) eigenschappen
van een goed/dienst.
Alles waarmee ene specifieke behoefte kan worden voorzien.
Attributen = kenmerken, eigenschappen. Een product beschikt over attributen.
Functionele productwaarde = zichtbare specifieke eigenschappen van een product.
Emotionele productwaarde = worden gevormd door subjectief, het toevoegen van je
mening.
Instrumentele productwaarde = vervullen van een functionele behoefte (bijv. een
boormachine)
Expressieve productwaarde = vervullen van een emotionele behoefte (bijv. de status
van een auto) BLZ. 298
Product niveaus van ‘’leeflang’’ BLZ 299
Primaire eigenschappen ‘’Ik heb dorst’’ (bier)
Toegevoegde eigenschappen, is iets extra’s dus bijvoorbeeld dan een desperado’s
Daarna krijg je het uitgebreid product.
Instrumentele + expressieve eigenschappen = totaal product
,5 productieniveaus van ‘’Kotler’’ BLZ 300
5 niveaus waarin een product zich bevindt of kan bevinden, gezien de beleving van
de consument. (in een rondje)
(Binnenste ring) : Core benefit = basisfunctie/behoefte -> Jas, beschermt tegen de
kou en regen
Basis product = basisversie (eigenschappen) -> materiaal, pasvorm
Expected product = attributen/eigenschappen -> comfortabel, is de jas echt warm?
Augmentend product = extra factoren, waarmee onderscheiden van de concurrent ->
service, merkimago
(Buiten ring) : Potential product
=uitbreiding voor in de toekomst ->
sterker materiaal, dunner materiaal.
Centrale waarden van een product
Functionele productwaarden = hoe ziet het eruit? Specifieke eigenschappen
Instrumentele productfunctie = welke functie vervult het?
Emotionele productwaarden = welke belang en imago heeft het?
Expressieve productfunctie = wat straalt het uit/ wat straal ik hiermee uit?
Product indelingen in productgroepen
- Naar mate van abstractie
- Naar aard van bestemming
- Naar mate van duurzaamheid
- Naar mate van prijsverandering
- Naar mate van inkomensverandering
, Abstractie = materieel -> tastbaar (product)
Immaterieel -> ontastbaar (dienst/idee)
Naar mate van Bestemming = type afnemer
1e consumenten product (B2C)
2e industrieel product (B2B)
Naar mate van duurzaamheid = naar de verbruiksintentie
Duurzaam = gebruiksgoederen (bijv. een wcpot)
Niet-duurzaam = verbruiksgoederen (bijv. wc-papier)
FMCG = fast moving consumer goods
Naar mate van prijsverandering =
Substitutie goederen = gevraagde hoeveelheid neemt toe
Indifferente goederen = gevraagde hoeveelheid blijft gelijk
Complementaire goederen = gevraagde hoeveelheid daalt
Naar mate van inkomensverandering =
Luxe goederen = een horloge
Noodzakelijke goederen = benzine
Inferieure goederen = een tent