Hoofdstuk 13 Hormonen
§13.1 Hormoonklieren (CE)
Hormoonklieren: organen die elders in het lichaam organen en weefsels activeren. Cellen
maken een hormoon wordt afgegeven aan het bloed alle cellen van je lichaam
cellen met passende receptor reageert.
= Hormonen werken dus alleen bij hun doelwitorganen en -weefsels.
Twee soorten klieren:
1) Exocriene klieren: hebben afvoerbuis, geven via afvoerbuis producten af
(zweetklieren/speekselklieren)
2) Endocriene klieren: hebben GEEN afvoerbuis, geven producten af aan het bloed ( alle
hormoonklieren)
De aansturing gebeurt vooral door de hypofyse (BINAS 88C) prikkelt veel andere
hormoonklieren en activeert organen als botten, nieren en de baarmoeder.
Hypothalamus:
Neurosecretie van: 1) Releasing hormonen: via bloedvaatjes afgegeven aan
hypofysevoorkwab, waardoor deze hormonen gaat afgeven (TSH, FSH, LH, groeihormoon)
2) Inhibiting hormonen: remming van hormoonproductie door de hypofyse
3) Neurohormonen: gemaakt in neuronen waarvan de uitlopers naar de
hypofyseachterkwab lopen, waardoor deze hormonen gaat afgeven.
§13.2 Reacties van cellen op hormonen (CE)
2 soorten hormonen:
- Steroïdhormonen: zijn chemisch verwant aan cholesterol; ze zijn vetachtig en dus
hydrofoob
- Peptidehormonen (eiwithormonen): deze hormonen zijn meestal (poly)peptiden
(eiwitten) en soms ‘omgebouwde’ aminozuren (zogeheten aminozuurderivaten).
Tyrosinehormonen werken hetzelfde als eiwithormonen.
Steroïdhormonen: de geslachtshormonen en de bijnierschorshormonen.
- Hydrofoob, dus niet oplosbaar in water
- Dringen eenvoudig door het celmembraan
- Binden in het cytoplasma een bepaald eiwitmolecuul (receptor). Het hormoon-
receptor-complex dringt door tot in de kern, daar bevindt zich het DNA binding.
Deze binding kan genexpressie stimuleren = leidt tot de aanmaak van bepaalde
eiwitten. Zo stuurt het hormoon-receptor-complex de activiteiten van de cel aan.
Eiwithormonen: ADH, oxytocine en insuline
- Hydrofiel, dus oplosbaar in water
- Kan celmembraan van doelwitcellen niet passeren
- Hormoon (first messenger)bindt aan een voor het hormoon gevoelige receptor in het
celmembraan startsein voor aantal reacties eindresultaat is toename van cAMP,
gevormd uit ATP.
- cAMP (second messenger) heeft invloed op de cel-activiteit (bijvoorbeeld andere
enzymactiviteit)
§13.1 Hormoonklieren (CE)
Hormoonklieren: organen die elders in het lichaam organen en weefsels activeren. Cellen
maken een hormoon wordt afgegeven aan het bloed alle cellen van je lichaam
cellen met passende receptor reageert.
= Hormonen werken dus alleen bij hun doelwitorganen en -weefsels.
Twee soorten klieren:
1) Exocriene klieren: hebben afvoerbuis, geven via afvoerbuis producten af
(zweetklieren/speekselklieren)
2) Endocriene klieren: hebben GEEN afvoerbuis, geven producten af aan het bloed ( alle
hormoonklieren)
De aansturing gebeurt vooral door de hypofyse (BINAS 88C) prikkelt veel andere
hormoonklieren en activeert organen als botten, nieren en de baarmoeder.
Hypothalamus:
Neurosecretie van: 1) Releasing hormonen: via bloedvaatjes afgegeven aan
hypofysevoorkwab, waardoor deze hormonen gaat afgeven (TSH, FSH, LH, groeihormoon)
2) Inhibiting hormonen: remming van hormoonproductie door de hypofyse
3) Neurohormonen: gemaakt in neuronen waarvan de uitlopers naar de
hypofyseachterkwab lopen, waardoor deze hormonen gaat afgeven.
§13.2 Reacties van cellen op hormonen (CE)
2 soorten hormonen:
- Steroïdhormonen: zijn chemisch verwant aan cholesterol; ze zijn vetachtig en dus
hydrofoob
- Peptidehormonen (eiwithormonen): deze hormonen zijn meestal (poly)peptiden
(eiwitten) en soms ‘omgebouwde’ aminozuren (zogeheten aminozuurderivaten).
Tyrosinehormonen werken hetzelfde als eiwithormonen.
Steroïdhormonen: de geslachtshormonen en de bijnierschorshormonen.
- Hydrofoob, dus niet oplosbaar in water
- Dringen eenvoudig door het celmembraan
- Binden in het cytoplasma een bepaald eiwitmolecuul (receptor). Het hormoon-
receptor-complex dringt door tot in de kern, daar bevindt zich het DNA binding.
Deze binding kan genexpressie stimuleren = leidt tot de aanmaak van bepaalde
eiwitten. Zo stuurt het hormoon-receptor-complex de activiteiten van de cel aan.
Eiwithormonen: ADH, oxytocine en insuline
- Hydrofiel, dus oplosbaar in water
- Kan celmembraan van doelwitcellen niet passeren
- Hormoon (first messenger)bindt aan een voor het hormoon gevoelige receptor in het
celmembraan startsein voor aantal reacties eindresultaat is toename van cAMP,
gevormd uit ATP.
- cAMP (second messenger) heeft invloed op de cel-activiteit (bijvoorbeeld andere
enzymactiviteit)