1. Wat is het hoofddoel van de Wet natuurbescherming (Wnb) in relatie tot wild?
A. Zoveel mogelijk jachtdagen creëren
B. Bescherming en duurzaam gebruik van inheemse soorten
C. De handel in wapens reguleren
2. Welke soort behoort tot de vijf jachtsoorten?
A. Wilde eend
B. Zwarte kraai
C. Vos
3. Wie is normaal gesproken jachtrechthebbende op landbouwgrond?
A. De grondgebruiker (pachter)
B. De eigenaar van de grond
C. De gemeente
4. Wat verstaan we onder “benuttingsjacht”?
A. Jacht op jachtsoorten binnen de wettelijke jachttijden
B. Jacht op schadeveroorzakende soorten onder ontheffing
C. Alleen jacht voor wetenschappelijk onderzoek
5. Welke instantie verleent ontheffingen voor populatiebeheer en schadebestrijding?
A. De Faunabeheereenheid
B. De provincie
C. De politie
6. Welk document is verplicht om met een vuurwapen te mogen jagen?
A. Een verklaring van de boer
B. Een geldig wapenverlof voor dat wapen
C. Een lidmaatschap van een jachtvereniging
7. Hoe lang is een jachtakte in principe geldig?
A. Eén jachtseizoen
B. Drie kalenderjaren
C. Eén kalenderjaar
8. Wie moet toestemming geven voordat je op een bepaald perceel mag jagen?
A. De plaatselijke jachtopziener
B. De jachtrechthebbende
C. De burgemeester
9. Wat moet een jager doen met zijn afschotgegevens bij beheer en schadebestrijding?
A. Alleen in eigen schriftje noteren
B. Registreren zoals in ontheffing of faunabeheerplan is voorgeschreven
C. Niet registreren, alleen mondeling melden
10. Wanneer mag er op fazant worden gejaagd?
A. Wanneer de boer schade opgeeft
B. Alleen binnen de landelijke jachttijd en met toestemming
C. Het hele jaar door
11. Wat regelt de provincie aanvullend op de Wnb?
A. De landelijke jachttijden
, B. De precieze voorwaarden voor vrijstelling, ontheffing en beheer
C. De maten van kogelkalibers
12. Mag je kunstlicht gebruiken bij wildbeheer?
A. Nooit
B. Alleen als dit expliciet in vrijstelling of ontheffing is toegestaan
C. Altijd bij grofwild
13. Wie is op een jachtdag verantwoordelijk voor de organisatie en veiligheid in het veld?
A. De FBE
B. De jachtleider
C. De grondgebruiker
14. Wat is volgens de regelgeving de minimale oppervlakte voor een geldig jachtveld?
A. 20 hectare aaneengesloten
B. 40 hectare aaneengesloten
C. 80 hectare, mag versnipperd zijn
15. Wat geldt voor het doden van beschermde soorten?
A. Dat mag nooit
B. Dat mag alleen met een geldige vrijstelling of ontheffing
C. Dat mag als ze schade veroorzaken
16. Hoe moet een vuurwapen tijdens vervoer in de auto zijn?
A. Geladen in de kofferbak
B. Ongeladen en deugdelijk verpakt
C. Met patronen in de kamer maar veiligheid erop
17. Wat is de hoofdtaak van de Faunabeheereenheid (FBE)?
A. Handhaven van jachtwetten
B. Opstellen en uitvoeren van faunabeheerplannen
C. Uitgeven van jachtakten
18. Wanneer kan schadebestrijding plaatsvinden op soorten waarvoor vrijstelling geldt?
A. Alleen in de jachttijd van jachtsoorten
B. Binnen de voorwaarden en perioden die de provincie stelt
C. Alleen als de boer toestemming geeft
19. Welke soort staat in veel provincies op vrijstelling als schadeveroorzakende soort?
A. Zwarte kraai
B. Patrijs
C. Fazant
20. Welk document moet een jager in ieder geval bij zich hebben tijdens de jacht?
A. Alleen een identiteitsbewijs
B. Jachtakte en legitimatie
C. Alleen schriftelijke toestemming van de boer
21. Wat betekent “jachtveld” in juridische zin?
A. Iedere plek waar wild voorkomt
B. Een samenhangend gebied waarop jachtrecht rust en dat aan de minimumgrootte voldoet
C. Alleen het erf rond de boerderij
22. Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de veiligheidsregels tijdens jacht?
A. De politie
B. Elke individuele jager
C. Alleen de jachtleider