1. Wat is voor een jager de belangrijkste reden om wild te tellen vóór aanvang van het jachtseizoen?
A. Om te weten hoeveel munitie nodig is
B. Om vast te stellen hoeveel wild verantwoord kan worden benut
C. Om territoriumgrenzen te bepalen
2. Wanneer is jacht met hagel toegestaan op wilde eend?
A. Gedurende het hele jaar
B. Alleen in het wettelijk vastgestelde jachtseizoen
C. Alleen bij schadebestrijding
3. Wat is een kenmerk van een volwassen haas in wintervacht?
A. De oren zijn korter dan bij jonge hazen
B. De vacht wordt lichter en minder rossig
C. Hij verliest de witgekleurde buikvacht
4. Waarom wordt bij een drukjacht een vaste postindeling gebruikt?
A. Om te zorgen dat jagers elkaar goed kunnen zien
B. Om te voorkomen dat schietsectoren elkaar kruisen
C. Om het wild langer in beweging te houden
5. Wat is een belangrijke indicator voor een gezond reeënbestand?
A. Veel zichtbare bokken in open terrein
B. Evenwichtige verhouding tussen bokken, geiten en kalveren
C. Veel oudere bokken met zwaar gewei
6. Waarom mag niet op een vluchtende vos worden geschoten als het achterveld onduidelijk is?
A. Omdat een vos te snel draait
B. Omdat kogels onvoorspelbaar kunnen afketsen
C. Omdat vos te klein is om veilig te raken
7. Wat is een correcte handeling bij het benaderen van geschoten grofwild?
A. Direct trekken aan een poot om te controleren of het dood is
B. Rustig benaderen en met stok of wapen de oogreflex testen
C. Het wild omrollen om verwondingen te inspecteren
8. Waarom moet een jager altijd rekening houden met aanzitwind?
A. Omdat geur wild waarschuwt
B. Omdat wind de kogelbaan sterk beïnvloedt op korte afstand
C. Omdat wind geluid van de trekker dempt
9. Welke informatie hoort een jager altijd te melden bij aanvang van de jachtdag?
A. Welk merk munitie hij gebruikt
B. Of hij een geluiddemper meeneemt
C. Waar hij in het veld gepositioneerd zal zijn
10. Wat is bij het selectief afschot van reeën een ethische basisregel?
, A. Altijd eerst de grootste bok schieten
B. Eerst zwakke of afwijkende dieren selecteren
C. Eerst jonge dieren schieten
11. Wat is een duidelijk kenmerk van een koppel fazanten?
A. Meerdere hanen bij één hen
B. Eén haan met meerdere hennen
C. Fazanten leven nooit in koppels
12. Waarom is het belangrijk dat een jager de leeftijd van een reebok kan schatten?
A. Voor administratieve verplichting
B. Voor juist beheer en selectie
C. Omdat oude bokken minder schrikken
13. Wanneer is het toegestaan om ganzen te bejagen met kogelgeweer?
A. Nooit
B. Alleen bij schadebestrijding op aangewezen plekken
C. Altijd buiten het broedseizoen
14. Wat is de wettelijke minimale kaliber-eis voor het schieten van reeën in Nederland?
A. .22 LR
B. Een kaliber met minimaal 980 Joule op 100 meter
C. Een kaliber met minimaal 2.000 Joule op 200 meter
15. Hoe herken je een verkeerde treffer bij grofwild?
A. Het wild valt direct
B. Het wild vertrekt langzaam waggelend
C. Het wild vlucht snel zonder zichtbaar reactiepunt
16. Waarom wordt bij ganzenbejaging vaak met meerdere jagers gewerkt?
A. Om meer terrein af te kunnen zoeken
B. Omdat ganzen snel leren en groepsdruk nodig is
C. Omdat één jager niet veilig genoeg is
17. Wat is de belangrijkste functie van een Faunabeheerplan?
A. Het vastleggen van jachtdagen
B. Het bepalen van populatiebeheer en afschotcriteria
C. Het aanwijzen van nieuwe jachtvelden
18. Waarom is schieten op een haas in de sprong (ren) vaak niet toegestaan?
A. Omdat de haas beschermd is
B. Omdat de trefzekerheid gevaarlijk laag is
C. Omdat haas te snel draait voor kogels
19. Wat kan wijzen op schurft bij vos?
A. Een natte neus
B. Kale plekken en verdikte huid
C. Een volle, glanzende vacht
20. Wat betekent het begrip ‘rustgebied’ voor wild?
A. Gebied waar wild niet mag drinken