1. Wat is filosofie?
Lastig te omschrijven. Drie grote filosofen:
Plato / Aristoteles: “Filosofie is de radicalisering van de verwondering.” (hierop stemmen ze
overeen). Als je je verwondert sta je even stil. Je kijkt: wat is er nu eigenlijk aan de hand?
Mensen debatteren bv. over de mogelijkheid van de vrije wil, maar wat verstaan ze eigenlijk
onder vrijheid?
❑ Verwondering → stilstand in het denken.
❑ Niet ‘verklaren’, maar ‘schouwen’. Filosofie is anders dan de empirische wetenschappen.
Is niet gebaseerd op empirisch onderzoek. Empirische wetenschappen proberen te
verklaren. Een filosoof wil eerder naar inzicht streven. Hij is passief. Kan rustig nadenken en
zitten. Een wetenschapper is actief. Dit is een verschil.
Wanneer treedt verwondering op?
❑ … als vertrouwdheid wegvalt. Dan ga je dingen afvragen die anders vanzelfsprekend zijn.
Dan ga je je verwonderen.
Als de vertrouwdheid wegvalt, zijn er verschillende reacties mogelijk:
❑ Relativisme
❑ Filosofie: methodisch en systematisch ordenen van de ervaring
Hierbij is filosofie dus: jezelf verwonderen als de vanzelfsprekendheid/vertrouwdheid
wegvalt.
Kant: “Filosofie als kritische houding.” Motto van de Verlichting: sapere aude – durf (zelf) te
denken. Zelf denken, kritisch denken. Kant maakt een onderscheid tussen ‘verstand’ en
‘rede’: Ons denken valt dus uiteen in twee kwaliteiten. Het verstand ‘vat’ wat in de zintuigen
is gegeven. Het verstand ordent wat we zien en horen etc. Het verstand is ook als middel
om een doel te bereiken.
De rede ‘begrijpt’ wat in de zintuigen is gegeven. De rede zoekt naar inzicht en begrip.
Filosofie als kritische houding van de rede. Voorbeeld: je wil je belastingsformulier zo
invullen dat je zo veel mogelijk eruit haalt, maar niet liegt. Daarvoor heb je de rede nodig.
Maar je zal ook gebruik maken van een rekenmachine: maar die kan niet denken, net als het
verstand. Het verstand is dom, kan niet denken. Dus filosofie als kritische houding van de
rede.
Wittgenstein: “Filosofie is een strijd tegen de beheksing van ons verstand door de middelen
van de taal.” Voorbeeld: president van het land is slecht (as van het kwaad) dus het hele
land is gelijk slecht (as van het kwaad). Dat denk je doordat je verstand behekst is(??).
Filosofie: taalanalyse om (verhullend) taalgebruik te ontrafelen en (verborgen) aannames te
ontmaskeren.
Gevangen in taalspelen en concepten?
❑ ‘Tafelpoten’ = ‘legs of the table’?
❑ ‘Ongeboren leven’ of ‘vrouwelijke gameten’.
,❑ ‘Rebellen’ of ‘vrijheidsstrijders’?
→ Taal kan ervoor zorgen dat je ongemerkt een bepaalde visie op de werkelijkheid hebt.
Achter taal kunnen verborgen aannames zitten die jou sturen.
DUS:
● Plato / Aristoteles: “Filosofie is de radicalisering van de verwondering.”
● Kant: “Filosofie als kritische houding van de rede, op zoek naar inzicht.”
● Wittgenstein: “Filosofie als taalanalyse om (verborgen) aannames te ontmaskeren.
Zoeken naar een definitie om te gebruiken voor dit vak. Zoek naar Overeenkomsten tussen
de verschillende definities (…):
• Vraagtekens zetten bij dat wat vanzelfsprekend lijkt.
• (Zeker wanneer een model of een visie op grenzen stuit).
• Dan kritisch kijken naar de vooronderstellingen (het onderliggende kader analyseren). (bv
analyse van taal om te zien welke aannames er zijn)
• Resultaat: ‘redelijk’ verworven inzicht en begrip
Deze definitie kun je verder gebruiken.
2. Filosofische en de vakwetenschappen
Analyse: je gaat op zoek naar de aannames.
Voorbeeld 1 van een filosofische analyse: Wetenschappelijk onderzoek naar ‘intelligentie’.
Dan wil je eerst een definitie hebben van intelligentie. Koppelen aan de grootte van iemands
schedel. Vroeger was dat normaal, want de historische omstandigheden waren anders:
mensen deelden bepaalde aannames. Vrouwen deden bv. al niet mee in de maatschappij.
Tegenwoordig gaat hem om IQ.
Onderliggend kader: ook in wetenschappelijk onderzoek dringen aannames door. historisch
bepaalde waarden.
Voorbeeld 2 van een filosofische analyse: Wetenschappelijk onderzoek naar gehechtheid.
Onderliggend kader: cultureel bepaalde aannames.
Voorbeeld 3: imperialisme van de economische denkwijze. Bv als je op kamers wil wonen
gaan economen een kosten-baten analyse maken. Kan het of niet? Economen zeggen dat
mensen een rationele analyse maken van inkomsten en uitgaven om te bepaken of ze een
huis kunnen komen. Dat werkt goed in financiele situaties. Maar in het imperialisme is dat
niet alleen financieel. Je kunt bv ook zo relaties verklaren of bepalen of je wel of geen
kinderen wilt.
De mens is een calculerende burger die altijd kijkt naar wat de voor en nadelen zijn.
Toepassing: realiseren kinderwens → ervaring van geluk?
Mensen beleven het hebben van kinderen als een groot geluk. Maar uit empirisch onderzoek
blijkt het tegendeel.
,Algemene tevredenheid en geluk nemen namelijk pas weer toe als de kinderen het huis uit
zijn.
Zou kunnen komen door bv. slaaptekort.
Er zijn allerlei verklarende factoren voor.
Opmerking 1: Wie filosofeert er? Niet alleen de filosoof! Het gaat om het stellen van een
bepaald soort vragen.
Verschil tussen zogenaamde vakwetenschappelijke en filosofische vragen.
❑ Vakwetenschappelijke vragen stellen het onderliggende kader niet ter discussie (binnen
het model blijven).
❑ Filosofische vragen doen dat wel.
Opmerking 2: Hoe worden filosofische vragen beantwoord? Door het in kaart brengen van
het begrippenkader, helder analyseren, grotere verbanden leggen, diverse perspectieven
zien, het opsporen van vooronderstellingen, … Filosofen volgen niet een bepaalde methode.
Problemen hierbij
❑ Moeilijk om de meest vanzelfsprekende vooronderstellingen (van de eigen cultuur etc.) op
te sporen. Het onderzoek gaat namelijk ook uit van waarden die je zelf ook aanhangt. Bv
met het intelligentieonderzoek : nu begrijp je dat intelligentie niet is gekoppeld aan
hersengrootte, maar toen zagen ze dat nog niet.
❑ Nog moeilijker om deze, als ze eenmaal beschreven zijn, ter discussie te stellen.
3.1 Geschiedenis van de filosofie in drie tijdvakken
❑ Oudheid en Middeleeuwen (‘ware werkelijkheid in stabiele, universele en kenbare
principes’). Voorbeeld: wel of geen abortus? Oudheid/middeleeuwen zou zeggen dat er
buiten ons in de ware werkelijkheid het antwoord zou moeten liggen. Zoals de bijbel. Daarin
vind je de ware. Men zoekt buiten zichzelf de ware werkelijkheid.
❑ Moderne Tijd (‘waarheid ligt binnen het denken van de mens’). Als ik het antwoord zoek,
moet ik simpelweg goed nadenken en zelf beargumenteren of ik het wel of niet kan
verantwoorden. Rond 1400. Tot 1850.
❑ Hedendaagse Tijd (‘waarheid …? Hangt altijd af van het perspectief en wordt voor
belangrijk deel bepaald door niet te beheersen krachten en machten’). Er zijn krachten of
machten buiten mij die aan mij trekken maar wel heel reëel zijn. Bv. status of verzekering
ofzo?
,