,Introductie
Anatomie, fysiologie en functionele anatomie
Anatomie is ook wel ontleedkunde dit wordt gedaan om de bouw te kunnen bestuderen
van het lichaam. Ook wel anatomie houdt zich bezig met de bouw van het menselijk
lichaam. Latijns is ana (uiteen) en temnein (snijden).
Fysiologie is het meten van de functies van het levende lichaam. Voorbeelden zijn
bloeddruk, zuurstofverbruik, samenstelling van urine, ademfrequentie, spierkracht en
hersenactiviteit. Latijns is phusis (natuur) en logos (leer, wetenschap).
Functionele anatomie behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie
met lichaamsfuncties.
Anatomische houding is eigenlijk een standaard houding die er bedacht is. Om
bijvoorbeeld rechts en links duidelijk te maken.
- Rechtop staand
- Gezicht naar voren
- Ogen open
- Armen langs lichaam met handpalmen naar voren
- Voeten iets uit elkaar
Lichaamsvlakken
Transversale vlak = dwars
door het lichaam heen, ook
wel een verdeling tussen
boven en onder
Sagitale vlak = verticaal
door het lichaam heen.
Hierin heb je een links en
een rechts
Frontale vlak= horizontaal
door het lichaam heen.
2
,Plaatsaanduidingen dit is er omdat je dingen ten opzichte van elkaar wil beschrijven.
Lateraal betekent als iets meer naar buiten ligt
Mediaal betekent als iets meer naar binnen ligt
Craniaal of Superior betekent omhoog, dus naar het cranium (hoofd)
Caudaal of Inferior betekent omlaag, dus naar de voeten toe
Ventraal of Anterior betekent naar voren
Dorsaal of posterior betekent achteren
Bij de ledematen is het anders dan wordt er gebruik gemaakt van:
Proximaal betekent meer naar het lichaam toe, omhoog (hoe ver het van de
aanhechting zit)
Distaal betekent verder van het lichaam af, omlaag
Centraal betekent meer naar binnen
Perifeer betekent meer naar buiten
Sinister = links
Dexter = recht
s
3
, C1 t/m C7: 7 cervicale wervels (halswervels)
Th1 t/m Th12: 12 thoracale wervels (borstwervels)
L1 t/m L5: 5 lumbale wervels (lendenwervels)
Richting aanduidingen om bewegingen mee te kunnen beschrijven
Flexie betekent buigen, ook wel het buigen van de arm of been
Extensie betekent strekken, ook wel het strekken van het arm of de been
In het scharniergewricht kan er alleen flexie en extensie plaatsvinden qua
bewegingen
Je arm naar voren bewegen is ook wel anteflexie
Je arm naar achteren bewegen is ook wel retroflexie
Je arm naar buiten bewegen is ook wel abductie
Je arm van buiten naar binnen bewegen is ook wel aductie
Als je je arm om de as heen wilt draaien bij je schoudergewricht en hem naar
buiten wilt draaien heet dat exorotatie
Als je je arm om de as heen wilt draaien bij je schoudergewricht en hem naar
binnen wilt draaien heet dat endorotatie.
Het schoudergewricht en het heupgewricht zijn allebei een kogelgewricht maar
zijn wel verschillend. De schouder gebruik je meer dan je heupen. De heupen
dragen je lichaamsgewicht.
Je hoofd op je schouder leggen heet lateroflexie.
Lichaamsregio’s
Caput = hoofd
Collum = hals
Thorax = borstkas
Abdomen = buik
Pelvis = bekken
Abdomen en de thorax worden gescheiden door het diafragma (middenrif). Dit is
een gedeeltelijke scheiding omdat er ook een ruggenwervel doorheen gaat en een
4
Anatomie, fysiologie en functionele anatomie
Anatomie is ook wel ontleedkunde dit wordt gedaan om de bouw te kunnen bestuderen
van het lichaam. Ook wel anatomie houdt zich bezig met de bouw van het menselijk
lichaam. Latijns is ana (uiteen) en temnein (snijden).
Fysiologie is het meten van de functies van het levende lichaam. Voorbeelden zijn
bloeddruk, zuurstofverbruik, samenstelling van urine, ademfrequentie, spierkracht en
hersenactiviteit. Latijns is phusis (natuur) en logos (leer, wetenschap).
Functionele anatomie behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie
met lichaamsfuncties.
Anatomische houding is eigenlijk een standaard houding die er bedacht is. Om
bijvoorbeeld rechts en links duidelijk te maken.
- Rechtop staand
- Gezicht naar voren
- Ogen open
- Armen langs lichaam met handpalmen naar voren
- Voeten iets uit elkaar
Lichaamsvlakken
Transversale vlak = dwars
door het lichaam heen, ook
wel een verdeling tussen
boven en onder
Sagitale vlak = verticaal
door het lichaam heen.
Hierin heb je een links en
een rechts
Frontale vlak= horizontaal
door het lichaam heen.
2
,Plaatsaanduidingen dit is er omdat je dingen ten opzichte van elkaar wil beschrijven.
Lateraal betekent als iets meer naar buiten ligt
Mediaal betekent als iets meer naar binnen ligt
Craniaal of Superior betekent omhoog, dus naar het cranium (hoofd)
Caudaal of Inferior betekent omlaag, dus naar de voeten toe
Ventraal of Anterior betekent naar voren
Dorsaal of posterior betekent achteren
Bij de ledematen is het anders dan wordt er gebruik gemaakt van:
Proximaal betekent meer naar het lichaam toe, omhoog (hoe ver het van de
aanhechting zit)
Distaal betekent verder van het lichaam af, omlaag
Centraal betekent meer naar binnen
Perifeer betekent meer naar buiten
Sinister = links
Dexter = recht
s
3
, C1 t/m C7: 7 cervicale wervels (halswervels)
Th1 t/m Th12: 12 thoracale wervels (borstwervels)
L1 t/m L5: 5 lumbale wervels (lendenwervels)
Richting aanduidingen om bewegingen mee te kunnen beschrijven
Flexie betekent buigen, ook wel het buigen van de arm of been
Extensie betekent strekken, ook wel het strekken van het arm of de been
In het scharniergewricht kan er alleen flexie en extensie plaatsvinden qua
bewegingen
Je arm naar voren bewegen is ook wel anteflexie
Je arm naar achteren bewegen is ook wel retroflexie
Je arm naar buiten bewegen is ook wel abductie
Je arm van buiten naar binnen bewegen is ook wel aductie
Als je je arm om de as heen wilt draaien bij je schoudergewricht en hem naar
buiten wilt draaien heet dat exorotatie
Als je je arm om de as heen wilt draaien bij je schoudergewricht en hem naar
binnen wilt draaien heet dat endorotatie.
Het schoudergewricht en het heupgewricht zijn allebei een kogelgewricht maar
zijn wel verschillend. De schouder gebruik je meer dan je heupen. De heupen
dragen je lichaamsgewicht.
Je hoofd op je schouder leggen heet lateroflexie.
Lichaamsregio’s
Caput = hoofd
Collum = hals
Thorax = borstkas
Abdomen = buik
Pelvis = bekken
Abdomen en de thorax worden gescheiden door het diafragma (middenrif). Dit is
een gedeeltelijke scheiding omdat er ook een ruggenwervel doorheen gaat en een
4