Hoorcollege 1: Subjectivering van het bestuursprocesrecht
1. Bestuursprocesrecht in de actualiteit
Het hoorcollege opent met recente uitspraken die laten zien dat het
bestuursprocesrecht steeds meer verandert in de richting van intensievere toetsing,
rechterlijke finalisering en een sterkere rol voor individuele rechtsbescherming.
Voorbeelden van recente ontwikkelingen
PAS-uitspraak (ABRvS 29 mei 2019)
Rechter tornt aan langjarig overheidsbeleid. Laat zien dat de rechter bereid is
om harde conclusies te trekken en grote besluiten te vernietigen.
Kinderopvangtoeslag (ABRvS 23 oktober 2019)
Keerpunt in de evenredigheidstoetsing: maatwerk moet, absolute lijn (“alles
terugvorderen”) is onhoudbaar.
Evacuatiebeslissingen Afghanistan (ABRvS 14 september 2022)
Activistische houding: overheidshandelingen worden sneller als Awb-besluiten
aangemerkt.
Detentie vreemdelingen – JCS (ABRvS 2025)
Illustratie van intensieve rechterlijke controle op feitelijke omstandigheden.
Conclusie: het bestuursprocesrecht verschuift van een systeem dat vooral
controleert of het bestuur zich aan de regels houdt, naar een systeem dat kijkt of
de burger eerlijk wordt behandeld. Dit is subjectivering.
2. Het constitutionele kader van het bestuursrecht
Het bestuursprocesrecht staat nooit op zichzelf. Het is ingebed in de constitutionele
positie van het bestuur:
Drie functies van bestuursrecht
1. Legitimatie – wettelijke basis en democratische inbedding
2. Instrument – overheid moet kunnen besturen
3. Waarborg – bescherming burger tegen overheid
Historische legitimatie van rechterlijke terughoudendheid
Wetgever = primair verantwoordelijk
Rechter = toets terughoudend (Loeff/Struycken)
Art. 120 Gw + art. 8:3 Awb bevestigen deze houding
Maar door ontwikkelingen als Europese integratie, terugtred wetgever, complexe
bestuursstaat wordt terughoudendheid steeds minder houdbaar.
3. De kernontwikkeling: van objectief naar subjectief bestuursprocesrecht
Objectieve leer (Arob-tijdperk)
Doel: handhaving objectieve rechtmatigheid
Burger: “verklikker in rijksdienst” (Verheij)
Rechter toetst alles ambtshalve
Subjectieve leer (Awb)
Doel: geschillenbeslechting tussen overheid en burger
Slechts beoordelen wat partijen verdeeld houdt
Omvang geding = grondenstelsel (art. 8:69 Awb)
Hoorcollege 1 draait om deze verschuiving.
1
,4. Objectif versus subjectif: de klassieke tegenstelling
Beroepstoegang
Objectief: eenieder
Subjectief: alleen belanghebbenden (art. 1:2 Awb)
Beoordelingskader
Objectief: alle normen die raken aan rechtmatigheid
Subjectief: alleen normen die strekken tot bescherming van belang van eiser
(relativiteit 8:69a Awb)
Feitenvaststelling
Objectief: rechter vult feiten volledig aan
Subjectief: rechter volgt partijen, tenzij nodig (8:69 lid 3)
Uitspraakbevoegdheden
Objectief: vernietiging heeft erga omnes-werking
Subjectief: effect is inter partes
5. Synthese (1994–heden): een partijengeding met objectieve resten
De Awb heeft geprobeerd beide richtingen te combineren:
Besluit blijft het toegangskaartje (art. 8:1)
Vernietiging blijft de hoofdbevoegdheid (art. 8:72)
Maar: gronden, belangen van partijen en subjectivering bepalen de
grenzen van het geding
Dit is het huidige hybride model.
6. Juridiseringsdiscussie (eind jaren ’90)
Probleem: rechter vernietigt veel, maar lost niets op
→ “Pingpong” tussen rechter en bestuur
Gevolg: behoefte aan definitieve geschilbeslechting
Voorbeelden:
in stand laten rechtsgevolgen
zelf voorzien
bestuurlijke lus
judiciële lus
art. 6:22 Awb (ook materiële gebreken passeren)
Deze instrumenten stimuleren subjectivering: niet het systeem, maar de burger staat
centraal.
7. 2000–2015: verdere subjectivering & finalisering
Paradepaardjes:
6:22 Awb nieuw
Relativiteitsvereiste 8:69a Awb
Bestuurlijke en judiciële lus
Frequent zelfvoorzieningen
Rechter grijpt vaker in de inhoud van geschillen.
8. Vanaf 2015: intensievere toetsing door EU & mensenrechten
Belangrijke doorbraakmomenten:
Toeslagenaffaire
Evenredigheid wordt leidend
Extreem strenge benadering wordt verlaten
2
, Rechter toetst diepgaander
Europeanisering
Unierecht vergt volledige rechtsbescherming
Rechter toetst vaker ambtshalve (bijv. non-refoulement, consumentenrecht)
De constitutionele terughoudendheid brokkelt af.
9. Huidig debat: spanningen
a. Differentiatie in procedures
Is intensieve toetsing altijd wenselijk? Omgevingsrecht vs. sociaal domein.
b. Responsiviteit & maatwerk (maatwerkparadox)
Iedereen wil menselijkheid, maar te veel maatwerk bedreigt rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid.
c. Politisering van rechtspraak
Wanneer rechter te veel ingrijpt, komt legitimiteit onder druk.
d. Bestuurlijke ongehoorzaamheid
Overheden leggen rechterlijke uitspraken naast zich neer.
e. Tegengestelde politieke signalen
In woorden: meer rechtsbescherming
In daden: beperking (één instantie, noodwetgeving, etc.)
10. Kernbegrippen die in dit hoorcollege horen
Belanghebbendheid (art. 1:2 Awb)
OPERA-criteria
Concurrentiebelangen erkend
Belangenorganisaties (statuten + feitelijke werkzaamheden)
Procesbelang
Ex nunc
Vervalt → niet-ontvankelijk
Principiële vragen: onvoldoende
Relativiteitsvereiste (8:69a Awb)
Slechts vernietiging als norm strekt tot bescherming belang eiser
Europese uitzonderingen (Aarhus, EVRM)
Misbruik van procesrecht (art. 3:13 BW analoog)
Relevantie bij veelschrijvers
Rechter kan beroep niet-ontvankelijk verklaren
Slot: betekenis van Hoorcollege 1
Hoorcollege 1 schetst de grote beweging van het bestuursprocesrecht:
Van objectief naar subjectief
Van bestuursgericht naar burgergericht
Van terughoudend naar indringend
Van vernietigen naar finaliseren
Het college vormt daarmee het fundament voor de colleges die volgen over:
rechtsbelang
procesbelang
omvang van het geding
evenredigheid
en het voorstel voor rechtsbetrekkingenprocesrecht.
3
1. Bestuursprocesrecht in de actualiteit
Het hoorcollege opent met recente uitspraken die laten zien dat het
bestuursprocesrecht steeds meer verandert in de richting van intensievere toetsing,
rechterlijke finalisering en een sterkere rol voor individuele rechtsbescherming.
Voorbeelden van recente ontwikkelingen
PAS-uitspraak (ABRvS 29 mei 2019)
Rechter tornt aan langjarig overheidsbeleid. Laat zien dat de rechter bereid is
om harde conclusies te trekken en grote besluiten te vernietigen.
Kinderopvangtoeslag (ABRvS 23 oktober 2019)
Keerpunt in de evenredigheidstoetsing: maatwerk moet, absolute lijn (“alles
terugvorderen”) is onhoudbaar.
Evacuatiebeslissingen Afghanistan (ABRvS 14 september 2022)
Activistische houding: overheidshandelingen worden sneller als Awb-besluiten
aangemerkt.
Detentie vreemdelingen – JCS (ABRvS 2025)
Illustratie van intensieve rechterlijke controle op feitelijke omstandigheden.
Conclusie: het bestuursprocesrecht verschuift van een systeem dat vooral
controleert of het bestuur zich aan de regels houdt, naar een systeem dat kijkt of
de burger eerlijk wordt behandeld. Dit is subjectivering.
2. Het constitutionele kader van het bestuursrecht
Het bestuursprocesrecht staat nooit op zichzelf. Het is ingebed in de constitutionele
positie van het bestuur:
Drie functies van bestuursrecht
1. Legitimatie – wettelijke basis en democratische inbedding
2. Instrument – overheid moet kunnen besturen
3. Waarborg – bescherming burger tegen overheid
Historische legitimatie van rechterlijke terughoudendheid
Wetgever = primair verantwoordelijk
Rechter = toets terughoudend (Loeff/Struycken)
Art. 120 Gw + art. 8:3 Awb bevestigen deze houding
Maar door ontwikkelingen als Europese integratie, terugtred wetgever, complexe
bestuursstaat wordt terughoudendheid steeds minder houdbaar.
3. De kernontwikkeling: van objectief naar subjectief bestuursprocesrecht
Objectieve leer (Arob-tijdperk)
Doel: handhaving objectieve rechtmatigheid
Burger: “verklikker in rijksdienst” (Verheij)
Rechter toetst alles ambtshalve
Subjectieve leer (Awb)
Doel: geschillenbeslechting tussen overheid en burger
Slechts beoordelen wat partijen verdeeld houdt
Omvang geding = grondenstelsel (art. 8:69 Awb)
Hoorcollege 1 draait om deze verschuiving.
1
,4. Objectif versus subjectif: de klassieke tegenstelling
Beroepstoegang
Objectief: eenieder
Subjectief: alleen belanghebbenden (art. 1:2 Awb)
Beoordelingskader
Objectief: alle normen die raken aan rechtmatigheid
Subjectief: alleen normen die strekken tot bescherming van belang van eiser
(relativiteit 8:69a Awb)
Feitenvaststelling
Objectief: rechter vult feiten volledig aan
Subjectief: rechter volgt partijen, tenzij nodig (8:69 lid 3)
Uitspraakbevoegdheden
Objectief: vernietiging heeft erga omnes-werking
Subjectief: effect is inter partes
5. Synthese (1994–heden): een partijengeding met objectieve resten
De Awb heeft geprobeerd beide richtingen te combineren:
Besluit blijft het toegangskaartje (art. 8:1)
Vernietiging blijft de hoofdbevoegdheid (art. 8:72)
Maar: gronden, belangen van partijen en subjectivering bepalen de
grenzen van het geding
Dit is het huidige hybride model.
6. Juridiseringsdiscussie (eind jaren ’90)
Probleem: rechter vernietigt veel, maar lost niets op
→ “Pingpong” tussen rechter en bestuur
Gevolg: behoefte aan definitieve geschilbeslechting
Voorbeelden:
in stand laten rechtsgevolgen
zelf voorzien
bestuurlijke lus
judiciële lus
art. 6:22 Awb (ook materiële gebreken passeren)
Deze instrumenten stimuleren subjectivering: niet het systeem, maar de burger staat
centraal.
7. 2000–2015: verdere subjectivering & finalisering
Paradepaardjes:
6:22 Awb nieuw
Relativiteitsvereiste 8:69a Awb
Bestuurlijke en judiciële lus
Frequent zelfvoorzieningen
Rechter grijpt vaker in de inhoud van geschillen.
8. Vanaf 2015: intensievere toetsing door EU & mensenrechten
Belangrijke doorbraakmomenten:
Toeslagenaffaire
Evenredigheid wordt leidend
Extreem strenge benadering wordt verlaten
2
, Rechter toetst diepgaander
Europeanisering
Unierecht vergt volledige rechtsbescherming
Rechter toetst vaker ambtshalve (bijv. non-refoulement, consumentenrecht)
De constitutionele terughoudendheid brokkelt af.
9. Huidig debat: spanningen
a. Differentiatie in procedures
Is intensieve toetsing altijd wenselijk? Omgevingsrecht vs. sociaal domein.
b. Responsiviteit & maatwerk (maatwerkparadox)
Iedereen wil menselijkheid, maar te veel maatwerk bedreigt rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid.
c. Politisering van rechtspraak
Wanneer rechter te veel ingrijpt, komt legitimiteit onder druk.
d. Bestuurlijke ongehoorzaamheid
Overheden leggen rechterlijke uitspraken naast zich neer.
e. Tegengestelde politieke signalen
In woorden: meer rechtsbescherming
In daden: beperking (één instantie, noodwetgeving, etc.)
10. Kernbegrippen die in dit hoorcollege horen
Belanghebbendheid (art. 1:2 Awb)
OPERA-criteria
Concurrentiebelangen erkend
Belangenorganisaties (statuten + feitelijke werkzaamheden)
Procesbelang
Ex nunc
Vervalt → niet-ontvankelijk
Principiële vragen: onvoldoende
Relativiteitsvereiste (8:69a Awb)
Slechts vernietiging als norm strekt tot bescherming belang eiser
Europese uitzonderingen (Aarhus, EVRM)
Misbruik van procesrecht (art. 3:13 BW analoog)
Relevantie bij veelschrijvers
Rechter kan beroep niet-ontvankelijk verklaren
Slot: betekenis van Hoorcollege 1
Hoorcollege 1 schetst de grote beweging van het bestuursprocesrecht:
Van objectief naar subjectief
Van bestuursgericht naar burgergericht
Van terughoudend naar indringend
Van vernietigen naar finaliseren
Het college vormt daarmee het fundament voor de colleges die volgen over:
rechtsbelang
procesbelang
omvang van het geding
evenredigheid
en het voorstel voor rechtsbetrekkingenprocesrecht.
3