a.
Tandkroon (corona dentis) – boven het tandvlees
b. Tandhals (collum dentis) – overgang kroon naar wortel
c. Tandwortel (radix dentis) – onder het tandvlees
1. Glazuurlaag (email) -> Natuurlijk afweermechanisme
2. Tandbeen (dentine) -> Hoofdbestanddeel gebitselement
3. Tandpulpa (pulpa dentis) -> Het levende deel en vult
de pulpaholte (4) en het wortelkanaal
5. Cement (substantia ossea) -> bescherming tandbeen
6. Tandvlees (gingiva) -> bedekking en bescherming tandhals
7. Kaakbot (alveolair bot) -> steunweefsel tandkassen
8. Wortelvlies (parododontaal ligament) -> schokbreker
Parodontium = steunweefsels rondom de gebitselementen
Sulcus gingivalis = ruimte tussen gebitselement en tandvlees
Epitheliale aanhechting = bodem van de sulcus gingivalis
Pocket = ruimte in de sulcus gingivalis, deze verdiept bij ontsteking
Schedelvorm:
Dolichoephaal = lang en smal
Mesocefaal = gemiddeld
Brachycefaal = kort en breed
Beet = Manier waarop de kaken en gebitselementen op elkaar staan.
De beet is afhankelijk van:
- Positie gebitselement
- Stand gebitselement
- Aansluiting gebitselementen onderkaak en bovenkaak
- Stand onderkaak ten opzichte van bovenkaak en schedel
Normale beet is schaargebit:
, - Boven snijtanden staan voor onder snijtanden
- Onder hoektand past tussen bovenhoektand en snijtand
- Valse kiezen (premolaren onder- en bovenkaak scharen
- 4e promolaar bovenkaak schaart met 1e molaar onderkaak
- Kroonpunten van de 2e promolaren staan op dezelfde hoogte
- Geen scheefstand – hortizontale beet
Afwijkende beet:
- Bovenvoorbijter (overbeet)
- Ondervoorbijter (onderbeet)
Risico vergroot door tandplaque, tandsteen, tandvleesontsteking (gingivitis) en ontsteking
van de steunweefsels (paradontitis).
Bij tandformule gaat het per kaakhelft (links en rechts), bovenkaak is boven de streep en
onderkaak is onder de streep.
Gebitsformules
Snijtanden (incisiva) -> i/ I
Hoektanden (canini) -> c/ C
Valse kiezen (premolaren) -> p/ P
Ware kiezen (molaren) -> M
Tandformule kat