Samenvatting Anesthesie high-riskpatiënt
Pré- anesthetische evatluatie
1. Anesthesiologische anmnese
2. Pré-anesthetisch onderzoek
3. ASA Classificatie
1. Anesthesiologische anamnese
- Medische geschiedenis
- Anesthesiologische geschiedenis
- Recent toegediende medicijnen (dosering en tijdstip)
- Reden anesthesie en wat gaat er gebeuren
2. Pré-anesthetisch onderzoek
- Reden: is narcose verantwoord?
- Algemene indruk (ras, gedrag, beweging, voedingstoestand, verzorging)
- Algemeen onderzoek (APT + slijmvliezen, lymfeknopen, huid beharing en hoornige struc.)
- Aanvullend bloedonderzoek (als het nodig is)
3. ASA classificatie
- ASA 1 normaal gezonde patiënt zonder onderliggende ziekte, bv castratie
- ASA 2 lichte tot matige systemische aandoening zon der symptomen, bv stabiele diabetes
- ASA 3 Matig systemische aandoening met milde symptomen, bv matige koorts of nierfalen
- ASA 4 ernstige systemische aandoening met levensbedreigende symptomen, bv shock
- ASA 5 stervende patiënt, of sterven binnen 24 uur te verwachten, bv maagtorsie
Anesthesie = gevoelloosheid
Algehele anesthesie
Narcose = totaal verlies van bewustzijn
Analgesie = verlies van pijngewaarwording
Amnesie = geheugenverlies
Spierrelaxatie = spierverslapping
Sedatie = verminderd bewustzijn
Hoofddoelen anesthesie:
1. Bereiken van bewusteloosheid (mentaal blok)
2. Voldoende pijnstilling (sensibel blok)
3. Goede spierontspanning (motorisch blok)
4. Autonome stabiliteit
, Soorten anesthesie:
- Algehele anesthesie (gas, injectie of combinatie)
- Lokale anesthesie, bij deel van het lichaam (oppervlakte, infiltratie of geleidingsanesthesie)
Keuze soort anesthesie afhankelijk van:
- Aard en noodzakelijk ingreep
- Gezondheidstoestand en welzijn
- Karakter en temperament
- Veiligheid dierenarts of assistent
Anesthesie stadia
1. Wakker
2. Sedatie/analgesie
3. Exitatiestadium
4. Chirurgisch/enesthesie stadium
5. Toxisch stadium
Wat gebeurt er met de organen:
Hersenen
Anesthetica reageren met verschillende receptoren in de hersenen. Met gevolg een herstelbare
remming van het centrale zenuwstelsel (CZS) -> bewusteloosheid en pijnonderdrukking.
Cardiovasculaire systeem (hart en bloedvaten)
Remming door "controlecentrum” van het hart en bloedvaten in de hersenen. Met als gevolg minder
transport van bloed door het lichaam. Gevaar is onvoldoende zuurstof en voeding voor de organen.
Respiratieapparaat (ademhalingsstelsel)
Remming van het ademhalingscentrum in de hersenen. Minder gevoelig voor CO2 concentratie met
als gevolg een verminderde neiging tot ademen. Daardoor hypercapnie -> bloed co2 stijgt.
Lever
Verschillende anesthetica kunnen de totale bloedsvoorziening verminderen.
Nieren
De nieren "leven” van de bloeddruk. Door anesthetica lagere bloeddruk -> verminderde nierfunctie.
Belangrijk is dat jencirculerend volume op pijl houdt door infuus en voldoende zuurstof en
ademhaling hebt door tube.
Anesthesie in stappen
1. Premedicatie = sederen
2. Inleiding of inductie = in slaap brengen
3. Onderhoud = in slaap houden
4. Uitleiding en recovery = wakker maken/ worden
Pré- anesthetische evatluatie
1. Anesthesiologische anmnese
2. Pré-anesthetisch onderzoek
3. ASA Classificatie
1. Anesthesiologische anamnese
- Medische geschiedenis
- Anesthesiologische geschiedenis
- Recent toegediende medicijnen (dosering en tijdstip)
- Reden anesthesie en wat gaat er gebeuren
2. Pré-anesthetisch onderzoek
- Reden: is narcose verantwoord?
- Algemene indruk (ras, gedrag, beweging, voedingstoestand, verzorging)
- Algemeen onderzoek (APT + slijmvliezen, lymfeknopen, huid beharing en hoornige struc.)
- Aanvullend bloedonderzoek (als het nodig is)
3. ASA classificatie
- ASA 1 normaal gezonde patiënt zonder onderliggende ziekte, bv castratie
- ASA 2 lichte tot matige systemische aandoening zon der symptomen, bv stabiele diabetes
- ASA 3 Matig systemische aandoening met milde symptomen, bv matige koorts of nierfalen
- ASA 4 ernstige systemische aandoening met levensbedreigende symptomen, bv shock
- ASA 5 stervende patiënt, of sterven binnen 24 uur te verwachten, bv maagtorsie
Anesthesie = gevoelloosheid
Algehele anesthesie
Narcose = totaal verlies van bewustzijn
Analgesie = verlies van pijngewaarwording
Amnesie = geheugenverlies
Spierrelaxatie = spierverslapping
Sedatie = verminderd bewustzijn
Hoofddoelen anesthesie:
1. Bereiken van bewusteloosheid (mentaal blok)
2. Voldoende pijnstilling (sensibel blok)
3. Goede spierontspanning (motorisch blok)
4. Autonome stabiliteit
, Soorten anesthesie:
- Algehele anesthesie (gas, injectie of combinatie)
- Lokale anesthesie, bij deel van het lichaam (oppervlakte, infiltratie of geleidingsanesthesie)
Keuze soort anesthesie afhankelijk van:
- Aard en noodzakelijk ingreep
- Gezondheidstoestand en welzijn
- Karakter en temperament
- Veiligheid dierenarts of assistent
Anesthesie stadia
1. Wakker
2. Sedatie/analgesie
3. Exitatiestadium
4. Chirurgisch/enesthesie stadium
5. Toxisch stadium
Wat gebeurt er met de organen:
Hersenen
Anesthetica reageren met verschillende receptoren in de hersenen. Met gevolg een herstelbare
remming van het centrale zenuwstelsel (CZS) -> bewusteloosheid en pijnonderdrukking.
Cardiovasculaire systeem (hart en bloedvaten)
Remming door "controlecentrum” van het hart en bloedvaten in de hersenen. Met als gevolg minder
transport van bloed door het lichaam. Gevaar is onvoldoende zuurstof en voeding voor de organen.
Respiratieapparaat (ademhalingsstelsel)
Remming van het ademhalingscentrum in de hersenen. Minder gevoelig voor CO2 concentratie met
als gevolg een verminderde neiging tot ademen. Daardoor hypercapnie -> bloed co2 stijgt.
Lever
Verschillende anesthetica kunnen de totale bloedsvoorziening verminderen.
Nieren
De nieren "leven” van de bloeddruk. Door anesthetica lagere bloeddruk -> verminderde nierfunctie.
Belangrijk is dat jencirculerend volume op pijl houdt door infuus en voldoende zuurstof en
ademhaling hebt door tube.
Anesthesie in stappen
1. Premedicatie = sederen
2. Inleiding of inductie = in slaap brengen
3. Onderhoud = in slaap houden
4. Uitleiding en recovery = wakker maken/ worden