Farmacologie = geneesmiddelenleer en hun effecten op levende organismen.
Farmacodynamiek = beschrijft wat het effect van het medicijn is op het lichaam.
Farmacokinetiek = Beschrijft wat het lichaam doet met het medicijn. (bepalen dosering)
Farmacokinetiek:
Absoptie (opname)
Distributie (verdeling)
Metabolisme
Extrectie (uitscheiding)
Absorptie:
Opnamesnelheid medicatie door het lichaam
- Van belang voor bepalen doseringsinterval
- Is afhankelijk van de toedieningsroute
- Wordt beïnvloed door toevoegingen aan de medicatie
Werkzame concentratie
- Van belang voor bepalen dosering
- Minimale effectieve concentratie (MEC)
- Minimale toxische concentratie (MTC)
- Therapeutische index ligt tussen MEC en MTC
Verdeling (distributie) medicatie over het lichaam:
Zuur/ basisch
Vet
Eiwit
In het bloed -> vrij of gebonden aan albumine
Uitscheiding medicatie:
In dezelfde onveranderde vorm
Als metabolieten (omgezette stoffen)
Belangrijke rol voor de lever en nieren
- Let op met medicatie bij lever- en nierpatiënten!
Effect entero-hepatische kringloop
Farmacokinetiek bij voedselproducerende dieren
Wachttijd i.v.m. medicijnrestanten in vlees, melk en eieren
Wachttijd = minimale tijd nadat medicatie is gegeven totdat producten van het dier
gebruikt mogen worden voor menselijke consumptie
Afhankelijk van:
- Schadelijkheid voor de mens
- Formulering van het diergeneesmiddel
- Doel van het dier (vlees / melk / eieren)
Economische waarde v.h. dier beïnvloed medicijngebruik
, Oraal:
- Via de bek
- Opgenomen in het maag darm kanaal
- Medicijnen komen via de portader in het bloed -> lever
First pass effect (lever) = afbraak in de lever van de werkzame stof
Biologische beschikbaarheid = de hoeveelheid van de toegediende werkzame stof die
uiteindelijk in de bloedbaan komt (en voor de werking beschikbaar komt)
Ten opzichte van intraveneuze toediening die biologische beschikbaarheid 100% is, je spuit
het direct in de bloedbaan).
Factoren die de biologische beschikbaarheid beïnvloeden
Bij orale toediening:
1. Niet geheel vrijkomen van de werkzame stof
2. Niet geheel opnemen van de werkzame stof in het maagdarmkanaal
3. Afbraak van de werkzame stof in het maagdarmkanaal
4. Afbraak van de werkzame stof in de lever
Toedieningsvormen:
Effectiviteit is afhankelijk van de toedieningsvorm
Indeling in twee toedieningsvormen
- Lokaal (op de plek van de aandoening)
- Systemisch (verspreiding door het gehele lichaam)
Lokale toediening
• Wordt niet of nauwelijks in de bloedbaan opgenomen
• Weinig bijwerkingen
• Geschikt voor makkelijk bereikbare plaatsen
• NIET geschikt voor over het lichaam verspreide (gegeneraliseerde) aandoeningen
Topicaal – Huid
1. Crème (waterig, trekt snel in)
2. Zalf (vettig, blijft lang zitten)
3. Spray (praktisch)
4. Wassing (veel werk, betrouwbaar)
5. Druppel (wordt opgenomen in het bloed -> systemische werking)
Lokale toediening in het oor (tropicaal oor):
o Druppel – bereikt de gehele gehoorgang
o Zalf – blijft beter zitten
o Oorcleaner voor reinigen
o Oorzalf of druppels bij oorontsteking
o Advies: Vooraf ALTIJD controle trommelvlies door dierenarts