(1930-1945)
TIJDLIJN VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG
Tweede Wereldoorlog (1933-1945)
1942-1943
1933 1938 1939 1940 1941 1944 1945
Slag bij
Hitler krijgt Conferentie Duitsland valt Duitsland Japanse aanval D-day Einde Tweede
de macht in van München: Polen binnen: bezet op Pearl Harbor: Stalingrad Wereldoorlog
Landing
Duitsland Sudetenland Begin Tweede Nederland begin van de ⚡ KEERPUNT ⚡ Normandië in Europa
Wereldoorlog oorlog in Azië 🇷🇺 en Azië
1933 1938 1939 1940 1941 1942-43 1944 1945
1940-1945
Nederlandse
bezetting
🇳🇱
Duitse acties Appeasement Geallieerde acties Keerpunt Nederlandse bezetting
Bekijk deze tijdlijn goed! Hierin zie je de belangrijkste gebeurtenissen van de Tweede
Wereldoorlog in één overzicht.
BELANGRIJKE JAARTALLEN
• 1933 - Hitler krijgt de macht in Duitsland; einde van de Republiek van Weimar
• 1938 - Conferentie van München: Sudetenland wordt Duits
• 1939 - Duitsland valt Polen binnen: begin Tweede Wereldoorlog
• 1940 - Duitsland bezet Nederland
• 1941 - Japanse aanval op Pearl Harbor: begin van de oorlog in Azië
• 1942-1943 - Slag bij Stalingrad
• 1944 - D-day
• 1945 - Einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa en Azië
,SAMENVATTING
3.1 Het nationaalsocialisme
Ontevreden Duitsland na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog waren veel Duitsers boos over het Verdrag van Versailles.
Duitsland was grote stukken land en zijn koloniën kwijtgeraakt. Ook eisten de
geallieerden hoge herstelbetalingen. Daardoor herstelde de Duitse economie maar
langzaam van de oorlog en was de werkloosheid hoog. De democratische regering had
moeite die problemen op te lossen. Een deel van de bevolking had daarom maar weinig
vertrouwen in de democratie en de regerende politieke partijen. Sommigen waren
bovendien bang voor een nieuwe communistische revolutie in Duitsland.
De nazi-ideologie
In 1920 werd de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) opgericht. Al
snel werd Adolf Hitler daarvan de leider. Het nationaalsocialisme combineerde het
fascisme van Mussolini met racisme en fel antisemitisme (Jodenhaat).
De nationaalsocialisten (afgekort: nazi's) hadden de volgende ideeën:
Één partij en één leider: Volgens de nationaalsocialisten kon alleen een sterke leider
(Führer) die alle macht had, de problemen van Duitsland oplossen. In een democratie
lukte dat niet, omdat de verschillende partijen het steeds oneens waren.
Nationalisme: De nazi's vonden het verkeerd dat Duitssprekenden verspreid over
verschillende landen woonden. Alle Duitsers moesten samen één grote, sterke en
welvarende staat vormen.
Militarisme: De nazi's vonden gebruik van geweld normaal. Ze verheerlijkten het
soldatenleven: in een oorlog konden mensen zich bewijzen en leiderschap tonen.
Anticommunisme: De nazi's geloofden in de eenheid van het Duitse volk. Daarom
waren ze fel tegen de communistische klassenstrijd. Duitse ondernemers en arbeiders
moesten eensgezind zijn.
Racisme en antisemitisme: De nazi's geloofden dat zij 'Germanen' waren, een
superieur 'ras' dat blond haar en blauwe ogen zou hebben. Dit 'ras' mocht niet worden
verzwakt door vermenging met zogenaamd 'lagere' mensensoorten, zoals Joden en
Roma en Sinti (rondreizende volken uit Oost-Europa die vroeger 'zigeuners' werden
genoemd). Tegenwoordig weten we dat er geen aparte mensenrassen bestaan.
Hitler komt aan de macht
, De NSDAP was opgericht in 1920 en bleef tot 1929 een kleine partij. Dat veranderde
toen in dat jaar de economische wereldcrisis uitbrak. Duitsland werd zwaar getroffen.
Daarvan profiteerden de nazi's. Hitler beloofde de Duitsers een einde te maken aan de
crisis, de werkloosheid en de 'schande van Versailles'. Veel werklozen, middenstanders
en eigenaren van grote bedrijven zagen zo'n aanpak wel zitten en stemden op Hitler.
De nazi's gebruikten ook slimme propaganda, bijvoorbeeld via de radio, om hun ideeën
te verspreiden. Partijleden marcheerden regelmatig in uniform op straat om hun macht
te laten zien.
Bij de parlementsverkiezingen in juli 1932 werd de NSDAP de grootste partij van
Duitsland. Een halfjaar later, op 30 januari 1933, werd Hitler benoemd tot rijkskanselier
(een soort minister-president). Kort daarna werd de Rijksdag, het parlementsgebouw in
Berlijn, in brand gestoken. Hitler gaf de schuld aan de communisten. Hij greep de brand
aan om de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid af te schaffen. Ook liet hij het
parlement stemmen over een machtigingswet. Deze wet gaf Hitler de macht om zonder
parlement te regeren. Door parlementsleden te bedreigen en op te sluiten kreeg Hitler
voldoende stemmen voor die wet. Vanaf maart 1933 had hij onbeperkte macht in
Duitsland.
Leven in nazi-Duitsland: een totalitaire staat
Onmiddellijk nadat Hitler en zijn NSDAP alle macht hadden verkregen, verbood hij alle
andere politieke partijen. Politieke tegenstanders, onder wie communisten en kritische
journalisten, liet hij zonder proces opsluiten in speciale concentratiekampen. Om de
burgers te controleren zetten de nazi's knokploegen, de politie en de geheime dienst in.
Ook zetten de nazi's de media naar hun hand. Zij bepaalden de inhoud van kranten,
films en radio-uitzendingen. Kunstenaars mochten alleen werken als ze lid waren van
een nationaalsocialistische beroepsorganisatie.
Verder kwamen alle verenigingen en vakbonden in handen van de nazi's. Jongeren
konden alleen nog maar lid worden van een nationaalsocialistische jeugdvereniging: de
Hitlerjugend. De jeugdleiders gebruikten indoctrinatie om de kinderen op te voeden tot
goede nationaalsocialisten: kinderen leerden hier dat de nazi-ideeën de enige juiste
waren. Jongens werden voorbereid op het soldatenleven; meisjes leerden koken,
verplegen en kinderen verzorgen. Zo werd Duitsland een totalitaire staat.
Economisch herstel
Toch waren halverwege de jaren 1930 veel Duitsers tevreden met Hitler. Hij bracht de
Duitse economie erbovenop door te stoppen met herstelbetalingen, de dienstplicht in te
voeren en het leger weer op te bouwen. Hij gaf opdracht om op grote schaal
vliegtuigen, tanks en marineschepen te bouwen. Alle mannen boven de 18 jaar waren
verplicht een halfjaar in een arbeidskamp te werken. Zij legden nieuwe, grote
snelwegen aan of werkten in de oorlogsindustrie. Werkende vrouwen werden
ontslagen: zij hadden volgens de nazi's belangrijke taken in het huishouden of anders in