Hoorcollege 1 Moleculaire biologie
De celcyclus
Waar vinden we DNA?
- Huid van de hand
o Sneldelende cellen aan onze ‘buitenkant’
o Cellen worden continu gedeeld & de buitenste lagen zijn daardoor dood.
Op deze dode laag met cellen zit DNA.
- Haar
o Groot deel van je haar bestaat uit eiwit.
o Haar zit aan elkaar vast door middel van zwavelbruggen.
o In de haarzakjes wordt de keratine uitgescheiden. Hierbij delen de cellen van de
haarzakjes heel snel.
- Bloed
o Sneldelende cellen (soms helaas) aan onze ‘buitenkant’
o Ons bloed zit vol met cellen = dus vol met DNA.
o Cellen die kunnen differentiëren naar allerlei verschillende bloedcellen.
- Huid
Mitochondriën hebben eigen DNA !
Hier komt de energie vandaan (uit het mitochondriën).
Mitochondriaal circulair DNA -> coderen vooral voor tRNA.
Het mitochondriale DNA dat iedereen heeft komt van de moeder.
Eicel bevat mitochondriaal DNA.
Waar vinden we geen DNA?
1. Speeksel
2. Urine
3. Rode bloedcel
4. Haren
5. Spierweefsel
Toplaag van de huid (schilvertjes) = stratum corneum.
Wat als je nu geen stratum corneum zouden hebben, wat zou er dan gebeuren?
➢ Wij (als mensen) hebben geen celwand. Onze celwand is de huid.
➢ Je loopt helemaal leeg.
,De celcyclus
G1, S en G2 worden ook interfase genoemd
(blauw).
Hierin is er geen celdeling!
Mitose wordt ook M fase genoemd (groen).
Wat gebeurt er in S-fase?
• Tijdens G1 groeit de cel (volume neemt toe), mRNA en eiwitten worden gemaakt.
• Tijdens S fase vindt DNA replicatie plaats.
• Tijdens G2 vindt weer veel groei plaats en eiwitsynthese als voorbereiding voor de echte
deling.
Wat gebeurt er in M-fase (mitose)?
• Het verdubbelde DNA wordt gesplitst.
• De cellen scheiden fysiek: cytokinese.
M fase (mitose)
• Profase
• Prometafase
• Metafase
• Anafase
• Telophase
Ezelsbruggetje voor de volgorde van celcyclus: IPPMAT
,Het chromosoom
Centromeer en kinetochore
Aan het centromeer binden verschillende eiwitten:
kinetochoor.
De scheiding van de zuster chromatiden worden
verzorgd door microtubules.
Microtubules kan je zien als een soort stalen kabels in de cel.
Ze zorgen voor stevigheid.
Actine en tubuline
Actine = rood
Tubuline = groen
Microtubules en actine zijn eiwitcomplexen die zorgen dat
een cel zijn/haar vorm behoudt.
Mens heeft:
23 paren = 46 chromosomen.
In S fas heb je 2x zo veel chromosomen.
Bij de anafase ben je weer diploïd.
, Mitose
Profase
• Chromosomen condenseren.
• Microtubules worden gevormd (buiten de kern).
Prometafase
• Kernmembraan ‘lost op’.
• Microtubules binden aan kinetochores.
Metafase
• Chromosomen worden op 1 lijn gebracht (to align).
• Elk chromatide gebonden aan microtubules.
Anafase
• Zuster chromatiden splitsen en bewegen in de richting van tegenovergestelde polen.
• De microtubules verkorten zich.
De celcyclus
Waar vinden we DNA?
- Huid van de hand
o Sneldelende cellen aan onze ‘buitenkant’
o Cellen worden continu gedeeld & de buitenste lagen zijn daardoor dood.
Op deze dode laag met cellen zit DNA.
- Haar
o Groot deel van je haar bestaat uit eiwit.
o Haar zit aan elkaar vast door middel van zwavelbruggen.
o In de haarzakjes wordt de keratine uitgescheiden. Hierbij delen de cellen van de
haarzakjes heel snel.
- Bloed
o Sneldelende cellen (soms helaas) aan onze ‘buitenkant’
o Ons bloed zit vol met cellen = dus vol met DNA.
o Cellen die kunnen differentiëren naar allerlei verschillende bloedcellen.
- Huid
Mitochondriën hebben eigen DNA !
Hier komt de energie vandaan (uit het mitochondriën).
Mitochondriaal circulair DNA -> coderen vooral voor tRNA.
Het mitochondriale DNA dat iedereen heeft komt van de moeder.
Eicel bevat mitochondriaal DNA.
Waar vinden we geen DNA?
1. Speeksel
2. Urine
3. Rode bloedcel
4. Haren
5. Spierweefsel
Toplaag van de huid (schilvertjes) = stratum corneum.
Wat als je nu geen stratum corneum zouden hebben, wat zou er dan gebeuren?
➢ Wij (als mensen) hebben geen celwand. Onze celwand is de huid.
➢ Je loopt helemaal leeg.
,De celcyclus
G1, S en G2 worden ook interfase genoemd
(blauw).
Hierin is er geen celdeling!
Mitose wordt ook M fase genoemd (groen).
Wat gebeurt er in S-fase?
• Tijdens G1 groeit de cel (volume neemt toe), mRNA en eiwitten worden gemaakt.
• Tijdens S fase vindt DNA replicatie plaats.
• Tijdens G2 vindt weer veel groei plaats en eiwitsynthese als voorbereiding voor de echte
deling.
Wat gebeurt er in M-fase (mitose)?
• Het verdubbelde DNA wordt gesplitst.
• De cellen scheiden fysiek: cytokinese.
M fase (mitose)
• Profase
• Prometafase
• Metafase
• Anafase
• Telophase
Ezelsbruggetje voor de volgorde van celcyclus: IPPMAT
,Het chromosoom
Centromeer en kinetochore
Aan het centromeer binden verschillende eiwitten:
kinetochoor.
De scheiding van de zuster chromatiden worden
verzorgd door microtubules.
Microtubules kan je zien als een soort stalen kabels in de cel.
Ze zorgen voor stevigheid.
Actine en tubuline
Actine = rood
Tubuline = groen
Microtubules en actine zijn eiwitcomplexen die zorgen dat
een cel zijn/haar vorm behoudt.
Mens heeft:
23 paren = 46 chromosomen.
In S fas heb je 2x zo veel chromosomen.
Bij de anafase ben je weer diploïd.
, Mitose
Profase
• Chromosomen condenseren.
• Microtubules worden gevormd (buiten de kern).
Prometafase
• Kernmembraan ‘lost op’.
• Microtubules binden aan kinetochores.
Metafase
• Chromosomen worden op 1 lijn gebracht (to align).
• Elk chromatide gebonden aan microtubules.
Anafase
• Zuster chromatiden splitsen en bewegen in de richting van tegenovergestelde polen.
• De microtubules verkorten zich.