HOORCOLLEGES EN LITERATUUR
Master Klinische Psychologie, Tilburg University, Blok 2/3
Hoorcollege 1 | Start & Theoretisch Kader .......................................................................................3
Diagnostiek ..................................................................................................................................... 3
Normaal vs. abnormaal ................................................................................................................... 4
Categorisch vs. Dimensionaal .......................................................................................................... 5
Hoorcollege 2 | Diagnostisch Proces...............................................................................................6
Aanmelding ..................................................................................................................................... 8
Anamnese/intake ............................................................................................................................ 8
Onderzoeksopzet ...........................................................................................................................10
Het onderzoek ................................................................................................................................11
Integratief beeld .............................................................................................................................11
Advies ............................................................................................................................................12
Hoorcollege 3 | Neuropsychologisch onderzoek & Intelligentie ...................................................... 13
Neuropsychologisch onderzoek (NPO) ............................................................................................13
Intelligentie ....................................................................................................................................16
Hoorcollege 4 | Heuristieken & besluitvorming + Zorgstandaarden ................................................. 20
Besluitvorming ...............................................................................................................................20
Heuristieken...................................................................................................................................21
Zorgstandaarden ............................................................................................................................26
Hoorcollege 5 | Diagnostiek bij persoonlijkheidsproblematiek ....................................................... 27
Persoonlijkheidsproblematiek .........................................................................................................27
Afweermechanismen......................................................................................................................27
Diagnostiek ....................................................................................................................................28
Antisociaal-gedrag (literatuur) .........................................................................................................30
Hoorcollege 6 | Diagnostiek bij eetstoornissen .............................................................................. 33
Criteria ..........................................................................................................................................33
Diagnostiek ....................................................................................................................................35
Prevalentie .....................................................................................................................................37
Comorbiditeit .................................................................................................................................38
ASS en eetstoornissen ....................................................................................................................38
Etiologische modellen ....................................................................................................................39
Instandhoudende factoren ..............................................................................................................40
Intake ............................................................................................................................................40
1
,Hoorcollege 7 | Gehechtheid: Diagnostiek bij volwassenen ........................................................... 41
(On)Veilige hechting........................................................................................................................41
Gehechtheid meten ........................................................................................................................42
Hechting en behandelbereidheid.....................................................................................................43
Onveilige gehechtheid en psychopathologie ....................................................................................44
Gedesorganiseerde hechting ..........................................................................................................46
DiWerentie met autisme ..................................................................................................................46
Literatuur .......................................................................................................................................47
2
, Hoorcollege 1 | Start & Theore1sch Kader
HC1 + Wi9eman et al. (2022) H1
Diagnos1ek
DiagnosJek is een besluitvormingsproces waarin de
diagnosJcus – in interacJe met de
cliënt/paJënt/onderzochte – voortdurend hypothesen
formuleert en test, gepaste instrumenten selecteert en
gegevens interpreteert, waarbij hij/zij/hen op dynamische
wijze informaJe van verschillende bronnen integreert.
DiagnosJek kent een brede toepassing. Een diagnosJcus wil
begrijpen welke interne psychische processen en
omgevingsinvloeden ten grondslag liggen aan
klachten/problemen van de cliënt, paJënt of onderzochte.
DiagnosJsch Proces volgt de empirische cyclus
3
, Gebruikte methoden binnen DiagnosJsch Proces
• ObservaJes (van zichzelf, directe omgeving, interviews)
• Interviews
• Psychologische testen
Alle methoden hebben voor- en nadelen.
Normaal vs. abnormaal
Normaal is een inadequate term en zorgt voor sJgma en pathologiseren. Maar wat houdt
normaal in? En wat houdt abnormaal in? De complexiteit van menselijk gedrag is moeilijk te
vangen in terminologie. Er is geen consensus, dus er zijn verschillende definiJes van normaal
en abnormaal. Met elk voor- en nadelen. Het ontbreken van een eenduidige definiJe van
normaal en abnormaal gedrag bemoeilijkt de formulering van criteria voor afwijkend gedrag.
Wat is een stoornis?
Wanneer er voldaan is aan criteria van het classificaJesysteem in de DSM of ICD (= Europese
variant, ook systeem met criteria). Als klachten overeenkomen met de criteria krijgen ze het
label ‘stoornis’. Het label geea dus weer hoe we een verzameling symptomen beschrijven. Een
stoornis wordt onterecht beschouwd als iets wat aanwijsbaar bestaat = reïficaJe (= iets tot een
ding maken) van stoornissen. Bijvoorbeeld is depressie niet in de externe wereld te zien.
ClassificaJesystemen als de DSM en ICD veranderen regelmaJg en bevacen geen
verklaringsmodel. Het is tot stand gekomen in consensusbesprekingen van expert. Ook wel een
BOGSAT-diagnose (a Bunch of Guys Sidng Around a Table) genoemd. Een cliënt is dus niet het
label, maar het is een verzameling van klachten die communicaJe gemakkelijker maakt.
NegaJeve gevolgen van reïficaJe
Het leidt tot cirkelredeneringen, de stoornis wordt als oorzaak gezien in plaats van als
gevolg/onderdeel. Daarnaast leidt het tot sJgmaJsering, vermeende ongunsJge prognoses en
sociale uitsluiJng. De context van het gedrag wordt buiten beschouwing gelaten. Daarnaast
wordt door de biomedische benadering van psychopathologie gezien dat psychische
benadering ziektes zijn met vaststelbare, afwijkende, fysiologische en neurologische processen.
Onderdelen over verklaringen van psychische stoornissen
Het heea de neiging tot causale interpretaJes, maar dat weten we eigenlijk niet. Vaak is er niet
één oorzaak maar een samenloop van omstandigheden. Daarop volgt het onterecht conJnuüm
van klachten, tussen biologische vs. psychosociale oorzaak.
Biologisch: medicaJe, iemand kan er niks aan doen, behandeling is lasJg.
Psychosociaal: schuld van de persoon, behandeling lost het op.
Het is daarom van belang dat er een individueel verklaringsmodel wordt opgesteld. Zodat er
een goed beeld van het individu ontstaat en het specifieke klachtenpatroon.
Ø ClassificaJe van problemaJek ≠ het stellen van een diagnose.
Een diagnose bevat namelijk een ‘case formulaJon’/casusconceptualistaJe. Dit is een
beschrijving van klinisch beloop. Hoe de klachten zijn ontstaan, wat ze nu zijn. Wat biologische
factoren zijn die hebben meegespeeld. En wat psychologische en sociale factoren zijn. Het
vormt het individuele verklaringsmodel. Volgens de DSM is dit ook leidend voor het opstellen
van het behandelplan en niet de classificaJe. De DSM geea hier echt geen informaJe over. Het
is het verhaal van de persoon > narraJef.
4