Hoofdstuk 2 De zuurgraad van
producten:
Zuren, basen en zouten zijn belangrijke anorganische verbindingen.
Anorganisch = dode stof, bevat geen koolstof, niet opgebouwd uit de natuur.
De zuurgraad/pH druk je uit in een waarde. Deze waarde varieert van 1-
14.
pH = potentie Waterstofionen
Zuur:
Zuren hebben de volgende eigenschappen:
- prikkelende smaak
- adstringerende (samentrekkend) werking op de eiwitten op de huid
- eiwitsplitsende werking
- blekend
- bieden weerstand tegen ziekteverwekkende micro-organismen
- verstevigende werking van de huid
- geleiden elektrische stroom (opgelost in water)
Sterke zuren (pH 1 - 3)
- eiwitsplitsend
- geleiden elektrische stroom
Zwakke zuren (pH 4 - 6,9)
- adstringend
- pH herstellend
- verstevigend, blekend
pH-waarde van de huid = 5,8 (vrouw) en 6,2 (man)
Sterke zuren kunnen de hoorncellen van het huidoppervlak aantasten
en beschadigingen veroorzaken!
Tegenwoordig worden de fruitzuurbehandelingen toegepast:
- tegen acné
- tegen rimpelvorming
- tegen littekenvorming
Basen hebben de volgende eigenschappen:
- zeepachtige smaak
- verweken de hoornlaag
- hoornstof splitsend
Zwakke basen (pH 8 - 10)
- verweken
- vet en vocht onttrekkend
Sterke basen (pH 11 – 14)
- hoornstof splitsend
- geleiden van elektrische stroom
,Vaktheorie Examen Beautylevel 3 – Floor
Wanneer je een base en een zuur bij elkaar brengt, ontstaat er zout (en water).
Zouten:
- zure zouten (bv. Salmiak)
- basische zouten
- neutrale zouten (bv. Keukenzout)
Indicatoren:
- met een pH indicator kun je de zuurgraad van een product vaststellen
- hiervoor heb je de pH-meter en de pH-papiertjes/ lakmoesstrookjes
Hoofdstuk 3 Mengvormen van
cosmetische producten:
, Vaktheorie Examen Beautylevel 3 – Floor
Cosmetische producten bestaan uit verschillende mengvormen of
grondvormen.
We onderscheiden:
- oplossingen
- suspensies
- emulsies
- mengsels
Oplossingen:
Verdeling van een vaste stof, een vloeistof of een gas in een oplosmiddel
Bijvoorbeeld: eau de toilette, gezichtswater
Twee soorten:
- ware oplossing (altijd helder van kleur)
- colloïdale oplossing
- sol
- gel
Ware oplossing:
- moleculen van de opgeloste stof zijn zo klein dat ze een dielijk membraam
kunnen passeren
- kenmerk: altijd helder
- bijvoorbeeld: suikerwater
Colloïdale oplossing:
- oplossingen met groot moleculaire stoffen
- kunnen niet een dierlijk membraam passeren
- bijvoorbeeld : een eiwit
Sol: deeltjes zweven in een vloeistof dun/vloeibaar (bijvoorbeeld vaste zeep in
water
Gel: moleculen vormen grotere netwerken en sluiten water in gaan zwellen
(niet meer vloeibaar)
Soorten gelvormers:
Plantaardig pectine, agar agar
Dierlijk gelatine
Synthetisch methylcellulose
Mineraal kaoline
Suspensies/schudmengsel:
Bestaan in vloeibare en in vaste vorm.
Vloeibaar = schudmengsel (bijvoorbeeld nagellak)
Suspensie = meer dan 50% vaste stof in een vloeistof verwerkt. De grotere
deeltjes bezinken toch na langdurig staan.
Opgeloste deeltjes zijn groot en zwaar
Mechanische invloed is nodig om een homogene massa te krijgen
Emulsie:
Mengsel van 2 vloeistoffen die elkaar van nature afstoten maar met behulp van