Samenvatting Inleiding in het recht (Kennis)
Week 1
Par. 1.1 In de samenleving heeft het recht de taak om conflicten te voorkomen en
bestaande conflicten op te lossen. De vrede in de samenleving wordt hiermee
behouden.
Naast de vredestichtende en vredesbewarende werking van het recht, zorgt het recht
voor het reguleren van tegenstrijdige belangen. Rechtsregels hebben als doel om
menselijke gedragingen te ordenen en te uniformeren, omdat ze geldend zijn voor
iedereen. Ordening van gedrag.
Bij veel rechtsregels gaat het erom dat het tussen mensen eerlijk toegaat. Dat iedereen
zijn eigendom heeft en dat niemand hierin nadeel lijdt.
Naast het ordenen van menselijk gedrag door het stellen van rechtsregels heeft het recht
nog een belangrijke functie die uit de eerste functie volgt. Het handhaven van de
gestelde regels. er moet toezicht worden uitgeoefend op de niet-naleving van de
rechtsregels kan worden gestraft. Handhaving rechtsregels
Par. 1.2 onder recht wordt verstaan: het geheel van de geldende rechtsregels. Dit is het
positief recht, een synoniem hiervoor is het objectief recht. Tot het positieve recht
behoren de regels die in het recht zijn opgenomen. Voorschriften uit de moraal of de
godsdienst voortvloeien en fatsoensregels dienen te worden onderscheidt van het
positieve recht. Deze zijn namelijk niet opgenomen in rechtsregels. Rechtsregels die niet
zijn ingevoerd of afgeschaft vallen ook onder de regels die niet behoren tot het positieve
recht.
Het positieve recht is het door de mensen gemaakte recht. Het natuurrecht is het recht
dat voor iedereen geldt ongeacht plaats en tijd, omdat het door de natuur is gegeven.
Het gaat om de universele waarden en normen die zijn voortgekomen uit de natuur. Een
groot deel hiervan is vastgelegd in de wetgeving, hierdoor speelt het natuurrecht geen rol
meer in het rechtssysteem van tegenwoordig.
Objectief en subjectief recht
Objectief recht: ordenen de verhouding tussen personen door aan hen bevoegdheden en
verplichtingen toe te kennen. Ze vormen op zichzelf geen doel, maar ze dienen toegepast
te worden, zodra een in de regel beschreven geval zich voordoet.
Subjectief: de bevoegdheid die wordt ontleend aan een regel van he t objectief recht.
Voorbeeld: Objectief recht: Iedere meerderjarige Nederlander heeft stemrecht.
Subjectief recht: de keuze en de mogelijkheid om te stemmen.
Het recht heeft 2 betekenissen: algemene regels (law, objectief recht) en individuele
bevoegdheid (right, subjectief recht).
Rechtsbronnen
De bronnen waaruit het geldend recht uit voortvloeit. Onder de wet wordt verstaan: elke
algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot wetgeving
bevoegd overheidsorgaan. Naast de wet als rechtsbron, bestaan er 5 andere
rechtsbronnen.
De zes rechtsbronnen:
1. De wet
2. De jurisprudentie
3. De gewoonte
, 4. Verdragen en besluiten van internationale organisaties.
5. Algemene rechtsbeginselen
6. Gepubliceerde beleidsregels
De wet
Elke algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot wetgeving
bevoegd overheidsorgaan.
De jurisprudentie
Niet alle geldende recht staat in de wet. De rechter vormt ook rechtsregels. Rechters
leggen in geval van onduidelijkheid een rechtsregel uit door het maken van een nadere
regel of formuleert hij zelfstandig een nieuwe regel. Deze regels kunnen later worden
toegepast op andere geschillen.
De gewoonte
Ongeschreven regels die voortvloeien uit gewoonte worden ook beschouwd als
rechtsbron.
Verdragen
Verdragen en besluiten van internationale organisaties waar Nederland lid van is, zijn ook
een van de rechtsbronnen voor het positieve recht.
Algemene beginselen
Algemeen erkende basisprincipes die ten grondslag liggen aan wet- en regelgeving à
gelijkheidsbeginsel, redelijkheid, billijkheid, het rechtszekerheidsbeginsel,
proportionaliteit en subsidiariteit en het adagium, geen straf zonder schuld.
Gepubliceerde beleidsregels
Een soort interen instructienormen waarin een bestuursorgaan bepaalt hoe het zijn
bevoegdheden uitoefent.
Par. 1.3 Binnen zijn grondgebied bepaalt ieder land de omvang en inhoud van zijn
nationale rechtstelsel. Dit heet soevereiniteit. Het Nederlandse recht geld dus alleen in
Nederland. Naast dit nationale recht bestaat er zoiets als het internationaal recht. Het
deel van het internationaal recht dat rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten
onderling en het verkeer russen staten en Internationale organisatie heet het in of het
internationaal publiekrecht.
Par. 1.4 Materieel recht regels die betrekking hebben op de rechten en plichten van
personen in hun onderling verkeer, gericht op de inhoud. Formeel recht à regels gericht
op de wijze van procederen bij de rechter. Ook wel procesrecht genoemd.
Materieel recht, er ontstaan rechten en plichten
Formeel recht, als er moeilijkheden ontstaan, regelt het procesrecht hoe het recht moet
worden gehaald.
Rechtsgebieden
Staatrecht à betrekking op de organisatie van de staat en zijn organen en op de
bevoegdheden van de organen. Het omvat de verhouding van de burgers tot de staat en
de mogelijkheden die de burgers hebben om invloed te hebben op het functioneren van
de overheidsorganen.
,Grondwet, het grootste deel; van de Grondwet is gewijd aan de inrichting van de
belangrijkste overheidsorganen. En de grondrechten van de inwoners van Nederland.
Organieke wetten zijn wetten waarnaar wordt verwezen in de Grondwet à Nadere regels
in de Wet op de Raad van State.
Gewoonterecht à ongeschreven regels die worden nageleefd, bijvoorbeeld het aftreden
van een minister na een motie van wantrouwen. Staat nergens geschreven, wordt wel
aangehouden.
Het bestuursrecht
Het administratief recht bestaat uit eigen regels over het optreden van de
bestuursorganen tegenover de burger en een eigen procesrecht voor de beslechting van
geschillen.
Beschikking en besluit: een beschikking is een besluit van een bestuursorgaan in een
individueel geval. Een besluit is vaak een besluit van algemeen belang. Een beschikking
kan bestaan uit her verlenen van rechten maar ook uit verplichtingen. Beschikkingen zijn
alleen rechtsgeldig als ze in overeenstemming zijn met de abbb’s. tegen een beschikking
kan bezwaar worden gemaakt. Is de burger het niet eens met de uitkomst nadat hij
bezwaar heeft aangetekend, kan hij nog in beroep gaan. Dit biedt rechtsbescherming aan
de burgers.
Het strafrecht
Het materiele strafrecht geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn, wie de dader is en
welke straffen voor het plegen van een strafbaar feit kunnen worden opgelegd. Het staat
grotendeels vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht, de Wegenverkeerswet, de
Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Het formele strafrecht (strafprocesrecht) bevat voorschriften omtrent de gang van zaken
bij de opsporing van strafbare feiten, het onderzoek ter terechtzitting en de
tenuitvoerlegging van de straf.
Strafbare feiten kunnen worden gepleegd door zowel natuurlijke personen als
rechtspersonen. Geweldsdelicten kunnen alleen worden gepleegd door een natuurlijk
persoon, milieudelicten door allebei.
Handhaving à De bevoegdheid om tot strafrechtelijke vervolging van een strafbaar feit
over te gaan is voorbehouden aan het OM.
Sancties à De belangrijkste strafrechtelijke sancties zijn de gevangenisstraf, de hechtenis,
de taakstraf en de geldboete. De eerste twee zijn vrijheid berovende sancties. Strafrecht
kent geen ongeschreven regels die het opleggen van een straf mogelijk maken.
Het burgerlijk recht of privaatrecht heeft de juridische betrekkingen tussen personen
onderling tot onderwerp. Het materiële privaatrecht kun je onderverdelen in 2 groepen:
regels over de persoon en de regels over het vermogen van een persoon. Het personen-
en familierecht en het rechtspersonenrecht.
Het personen- en familierecht regelt alle persoonlijke betrekkingen binnen en buiten
het gezin. Nationaliteit, het recht op naam, afstamming, huwelijk, ouderlijk gezag, voogdij
en minderjarigheid.
, Rechtspersonenrecht een rechtspersoon is een juridische samenwerkingsvorm die
zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Bijvoorbeeld een vereniging, een
stichting, een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap. Dit zijn
privaatrechtelijke rechtspersonen. Het vermogensrecht is het geheel van regels over het
vermogen van een persoon. Een vermogen is zijn alle rechten en verplichtingen van een
persoon die op geld waardeerbaar zijn en in beginsel overdraagbaar zijn.
Het arbeidsrecht het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de
arbeidsverhouding van personen die in loondienst werkzaam zijn. het collectief
arbeidsrecht betreft verder het recht van werknemers en ambtenaren om zich in
vakverenigingen te organiseren en bij een arbeidsconflict een staking uit te roepen.
Verticaal en horizontaal
Het publiekrecht gaat over de inrichting van de overheid (het staatsrecht) en wijze
waarop exclusief aan de overheid toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend naar
de burger toe. Verticaal
Het privaatrecht is gebaseerd op een gelijkwaardige rechtsverhouding tussen personen.
Deze loopt dus horizontaal.
Wetten in materiële en formele zin
Wetten in materiele zin à inhoud algemeen verbindende voorschriften à inhoud
Wetten in formele zin à Elk besluit van regering en Staten-Generaal à herkomst van
het besluit. Alleen besluiten van de regering en Staten-Generaal noemen we een wet in
formele zin. Een wet in formele zin door de hoogste wetgever vastgelegd.
Bestaat de inhoud van dat besluit bestaat uit algemeen verbindende voorschriften, dan is
het een wet in materiele zin.
In gevallen waarin de wetten in formele zin algemeen verbindende voorschriften
bevatten, worden deze een wet in formele zin en tevens in materiele zin genoemd.
Naast het bovenstaande bestaan er ook wetten in materiele zin die niet afkomstig zijn
van de regering en Staten-Generaal tezamen. In dergelijke gevallen gaat het om
algemene maatregelen van bestuur à AMvB’s. en wetgeving van lagere overheden, zoals
gemeentelijke en provinciale verordeningen.
Het verdrag als rechtsbron
Nederland kent een systeem dat de doorwerking van verdragsrecht mogelijk maakt. Zo
een systeem wordt een incorporatiesysteem genoemd.
Verdragen waarbij Nederland partij is, maken deel uit van de Nederlandse
rechtsorde zodra deze zijn bekendgemaakt en in werking zijn getreden.
Er zijn 2 typen verdragsbepalingen
Week 1
Par. 1.1 In de samenleving heeft het recht de taak om conflicten te voorkomen en
bestaande conflicten op te lossen. De vrede in de samenleving wordt hiermee
behouden.
Naast de vredestichtende en vredesbewarende werking van het recht, zorgt het recht
voor het reguleren van tegenstrijdige belangen. Rechtsregels hebben als doel om
menselijke gedragingen te ordenen en te uniformeren, omdat ze geldend zijn voor
iedereen. Ordening van gedrag.
Bij veel rechtsregels gaat het erom dat het tussen mensen eerlijk toegaat. Dat iedereen
zijn eigendom heeft en dat niemand hierin nadeel lijdt.
Naast het ordenen van menselijk gedrag door het stellen van rechtsregels heeft het recht
nog een belangrijke functie die uit de eerste functie volgt. Het handhaven van de
gestelde regels. er moet toezicht worden uitgeoefend op de niet-naleving van de
rechtsregels kan worden gestraft. Handhaving rechtsregels
Par. 1.2 onder recht wordt verstaan: het geheel van de geldende rechtsregels. Dit is het
positief recht, een synoniem hiervoor is het objectief recht. Tot het positieve recht
behoren de regels die in het recht zijn opgenomen. Voorschriften uit de moraal of de
godsdienst voortvloeien en fatsoensregels dienen te worden onderscheidt van het
positieve recht. Deze zijn namelijk niet opgenomen in rechtsregels. Rechtsregels die niet
zijn ingevoerd of afgeschaft vallen ook onder de regels die niet behoren tot het positieve
recht.
Het positieve recht is het door de mensen gemaakte recht. Het natuurrecht is het recht
dat voor iedereen geldt ongeacht plaats en tijd, omdat het door de natuur is gegeven.
Het gaat om de universele waarden en normen die zijn voortgekomen uit de natuur. Een
groot deel hiervan is vastgelegd in de wetgeving, hierdoor speelt het natuurrecht geen rol
meer in het rechtssysteem van tegenwoordig.
Objectief en subjectief recht
Objectief recht: ordenen de verhouding tussen personen door aan hen bevoegdheden en
verplichtingen toe te kennen. Ze vormen op zichzelf geen doel, maar ze dienen toegepast
te worden, zodra een in de regel beschreven geval zich voordoet.
Subjectief: de bevoegdheid die wordt ontleend aan een regel van he t objectief recht.
Voorbeeld: Objectief recht: Iedere meerderjarige Nederlander heeft stemrecht.
Subjectief recht: de keuze en de mogelijkheid om te stemmen.
Het recht heeft 2 betekenissen: algemene regels (law, objectief recht) en individuele
bevoegdheid (right, subjectief recht).
Rechtsbronnen
De bronnen waaruit het geldend recht uit voortvloeit. Onder de wet wordt verstaan: elke
algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot wetgeving
bevoegd overheidsorgaan. Naast de wet als rechtsbron, bestaan er 5 andere
rechtsbronnen.
De zes rechtsbronnen:
1. De wet
2. De jurisprudentie
3. De gewoonte
, 4. Verdragen en besluiten van internationale organisaties.
5. Algemene rechtsbeginselen
6. Gepubliceerde beleidsregels
De wet
Elke algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot wetgeving
bevoegd overheidsorgaan.
De jurisprudentie
Niet alle geldende recht staat in de wet. De rechter vormt ook rechtsregels. Rechters
leggen in geval van onduidelijkheid een rechtsregel uit door het maken van een nadere
regel of formuleert hij zelfstandig een nieuwe regel. Deze regels kunnen later worden
toegepast op andere geschillen.
De gewoonte
Ongeschreven regels die voortvloeien uit gewoonte worden ook beschouwd als
rechtsbron.
Verdragen
Verdragen en besluiten van internationale organisaties waar Nederland lid van is, zijn ook
een van de rechtsbronnen voor het positieve recht.
Algemene beginselen
Algemeen erkende basisprincipes die ten grondslag liggen aan wet- en regelgeving à
gelijkheidsbeginsel, redelijkheid, billijkheid, het rechtszekerheidsbeginsel,
proportionaliteit en subsidiariteit en het adagium, geen straf zonder schuld.
Gepubliceerde beleidsregels
Een soort interen instructienormen waarin een bestuursorgaan bepaalt hoe het zijn
bevoegdheden uitoefent.
Par. 1.3 Binnen zijn grondgebied bepaalt ieder land de omvang en inhoud van zijn
nationale rechtstelsel. Dit heet soevereiniteit. Het Nederlandse recht geld dus alleen in
Nederland. Naast dit nationale recht bestaat er zoiets als het internationaal recht. Het
deel van het internationaal recht dat rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten
onderling en het verkeer russen staten en Internationale organisatie heet het in of het
internationaal publiekrecht.
Par. 1.4 Materieel recht regels die betrekking hebben op de rechten en plichten van
personen in hun onderling verkeer, gericht op de inhoud. Formeel recht à regels gericht
op de wijze van procederen bij de rechter. Ook wel procesrecht genoemd.
Materieel recht, er ontstaan rechten en plichten
Formeel recht, als er moeilijkheden ontstaan, regelt het procesrecht hoe het recht moet
worden gehaald.
Rechtsgebieden
Staatrecht à betrekking op de organisatie van de staat en zijn organen en op de
bevoegdheden van de organen. Het omvat de verhouding van de burgers tot de staat en
de mogelijkheden die de burgers hebben om invloed te hebben op het functioneren van
de overheidsorganen.
,Grondwet, het grootste deel; van de Grondwet is gewijd aan de inrichting van de
belangrijkste overheidsorganen. En de grondrechten van de inwoners van Nederland.
Organieke wetten zijn wetten waarnaar wordt verwezen in de Grondwet à Nadere regels
in de Wet op de Raad van State.
Gewoonterecht à ongeschreven regels die worden nageleefd, bijvoorbeeld het aftreden
van een minister na een motie van wantrouwen. Staat nergens geschreven, wordt wel
aangehouden.
Het bestuursrecht
Het administratief recht bestaat uit eigen regels over het optreden van de
bestuursorganen tegenover de burger en een eigen procesrecht voor de beslechting van
geschillen.
Beschikking en besluit: een beschikking is een besluit van een bestuursorgaan in een
individueel geval. Een besluit is vaak een besluit van algemeen belang. Een beschikking
kan bestaan uit her verlenen van rechten maar ook uit verplichtingen. Beschikkingen zijn
alleen rechtsgeldig als ze in overeenstemming zijn met de abbb’s. tegen een beschikking
kan bezwaar worden gemaakt. Is de burger het niet eens met de uitkomst nadat hij
bezwaar heeft aangetekend, kan hij nog in beroep gaan. Dit biedt rechtsbescherming aan
de burgers.
Het strafrecht
Het materiele strafrecht geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn, wie de dader is en
welke straffen voor het plegen van een strafbaar feit kunnen worden opgelegd. Het staat
grotendeels vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht, de Wegenverkeerswet, de
Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Het formele strafrecht (strafprocesrecht) bevat voorschriften omtrent de gang van zaken
bij de opsporing van strafbare feiten, het onderzoek ter terechtzitting en de
tenuitvoerlegging van de straf.
Strafbare feiten kunnen worden gepleegd door zowel natuurlijke personen als
rechtspersonen. Geweldsdelicten kunnen alleen worden gepleegd door een natuurlijk
persoon, milieudelicten door allebei.
Handhaving à De bevoegdheid om tot strafrechtelijke vervolging van een strafbaar feit
over te gaan is voorbehouden aan het OM.
Sancties à De belangrijkste strafrechtelijke sancties zijn de gevangenisstraf, de hechtenis,
de taakstraf en de geldboete. De eerste twee zijn vrijheid berovende sancties. Strafrecht
kent geen ongeschreven regels die het opleggen van een straf mogelijk maken.
Het burgerlijk recht of privaatrecht heeft de juridische betrekkingen tussen personen
onderling tot onderwerp. Het materiële privaatrecht kun je onderverdelen in 2 groepen:
regels over de persoon en de regels over het vermogen van een persoon. Het personen-
en familierecht en het rechtspersonenrecht.
Het personen- en familierecht regelt alle persoonlijke betrekkingen binnen en buiten
het gezin. Nationaliteit, het recht op naam, afstamming, huwelijk, ouderlijk gezag, voogdij
en minderjarigheid.
, Rechtspersonenrecht een rechtspersoon is een juridische samenwerkingsvorm die
zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Bijvoorbeeld een vereniging, een
stichting, een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap. Dit zijn
privaatrechtelijke rechtspersonen. Het vermogensrecht is het geheel van regels over het
vermogen van een persoon. Een vermogen is zijn alle rechten en verplichtingen van een
persoon die op geld waardeerbaar zijn en in beginsel overdraagbaar zijn.
Het arbeidsrecht het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de
arbeidsverhouding van personen die in loondienst werkzaam zijn. het collectief
arbeidsrecht betreft verder het recht van werknemers en ambtenaren om zich in
vakverenigingen te organiseren en bij een arbeidsconflict een staking uit te roepen.
Verticaal en horizontaal
Het publiekrecht gaat over de inrichting van de overheid (het staatsrecht) en wijze
waarop exclusief aan de overheid toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend naar
de burger toe. Verticaal
Het privaatrecht is gebaseerd op een gelijkwaardige rechtsverhouding tussen personen.
Deze loopt dus horizontaal.
Wetten in materiële en formele zin
Wetten in materiele zin à inhoud algemeen verbindende voorschriften à inhoud
Wetten in formele zin à Elk besluit van regering en Staten-Generaal à herkomst van
het besluit. Alleen besluiten van de regering en Staten-Generaal noemen we een wet in
formele zin. Een wet in formele zin door de hoogste wetgever vastgelegd.
Bestaat de inhoud van dat besluit bestaat uit algemeen verbindende voorschriften, dan is
het een wet in materiele zin.
In gevallen waarin de wetten in formele zin algemeen verbindende voorschriften
bevatten, worden deze een wet in formele zin en tevens in materiele zin genoemd.
Naast het bovenstaande bestaan er ook wetten in materiele zin die niet afkomstig zijn
van de regering en Staten-Generaal tezamen. In dergelijke gevallen gaat het om
algemene maatregelen van bestuur à AMvB’s. en wetgeving van lagere overheden, zoals
gemeentelijke en provinciale verordeningen.
Het verdrag als rechtsbron
Nederland kent een systeem dat de doorwerking van verdragsrecht mogelijk maakt. Zo
een systeem wordt een incorporatiesysteem genoemd.
Verdragen waarbij Nederland partij is, maken deel uit van de Nederlandse
rechtsorde zodra deze zijn bekendgemaakt en in werking zijn getreden.
Er zijn 2 typen verdragsbepalingen