Andy Bremner, Ross D. Parke en Mary Gauvain. Er zijn zowel open- als meerkeuzevragen. De
antwoorden bevinden zich aan het einde van het document. Bij de antwoorden staat ook extra
uitleg over de mogelijke begrippen en worden voorbeelden genoemd. Het aantal vragen verschilt
per hoofdstuk. In totaal zijn er honderd vragen. Sommige vragen hebben ook subvragen.
Voorbeeldvragen:
vraag 8
Match de volgende kenmerken/beschrijvingen met de goede theorie:
1. Piagetian theorie a. gedrag moet worden gezien in de
context waar het in plaatsvindt
2. Psychodynamische theorie b. id, ego, superego
3. Ethologische theorie c. een kind zoekt zelf actief naar
nieuwe informatie
4. Social learning theorie d. observatie en imitatie
vraag 11
Stel je voor, je bent op dieet maar je lievelingstaart staat in je koelkast naar je te lonken. Welk van de
volgende drie moet je onderdrukken om dat taartje niet op te eten?
a. id
b. ego
c. superego
vraag 15
Je wilt onderzoeken op welke leeftijd mensen gemiddeld het meest intelligent zijn. Je test dit door
mensen van verschillende leeftijden een IQ test te laten doen. Wat is de onafhankelijke en wat is de
afhankelijke variabelen?
vraag 17
Wat houdt de waarnemer bias in?
vraag 24
Op onderstaande afbeelding zie je aan de rechterkant het hoofdje van een gezond kindje.
a. aan welke aandoening lijdt het linker kindje waarschijnlijk?
b. wat is een mogelijke oorzaak van deze aandoening?
Vraag 47
, a. Wat is het fonologisch bewustzijn?
b. Waar zitten de problemen in het fonologisch bewustzijn bij mensen met dyslectie?
Vraag 48
Een kind zegt het volgende tegen je ‘Ik heeft gister naar het zwembad gegaan’. Je herhaalt de vraag met
‘Ben jij gister naar het zwembad geweest?’ en vraagt aan het kind of er ook ‘rode, blauwe of gele’
glijbanen waren. Wat is het begrip dat past bij deze actie:
a. recast
b. expansie
c. exfrase
d. habituation
Vraag 50
Deel de volgende begrippen of overtuigingen in bij de goede persoon. Kies uit Piaget of Vygotsky.
★ kinderen zoeken actief naar informatie
★ sensomotorische periode
★ mediatoren
★ rol sociale omstandigheden bij ontwikkeling kind
★ constructivisme
★ genetische epistemologie
Vraag 65
Sifra is 8 jaar en heeft last van ADHD. Voor topo moet ze erg hard leren. Voor haar laatste toets heeft ze
een 5.4 gehaald, terwijl ze heel graag een voldoende wilde. Om de volgende keer wel een voldoende te
halen besluit ze nog harder te leren. Welk begrip hoort hier bij?
Vraag 79
a. wat is de eerste fase in fases van morele ontwikkeling volgens Kohlberg?
b. waarop baseert een kind zijn of haar gedrag in deze fase?