Pathologie
Samenvatting
Ysabeau Annaly Flietstra
Hogeschool Saxion Enschede
Academie gezondheidszorg, fysiotherapie
FYS2-G-KT-DT
Kennistoets orthopedie 2
Pathologie 45223
Pagina | 0
,Inhoudsopgave
Fractuurleer.......................................................................................................................................... 2
Heupletsel .......................................................................................................................................... 10
Schouderletsels................................................................................................................................. 17
Onderarmletsels ............................................................................................................................... 20
Knieletsels .......................................................................................................................................... 27
Perifeer zenuwstelsel ...................................................................................................................... 36
Pagina | 1
,Fractuurleer
Leerdoel: De student kan de orthopedie beschrijven en verklaren van: fracturen (algemene aspecten).
Fractuur
• Definitie: een fractuur is een onderbreking van de rigide structuur en continuïteit van een bot.
Dit kan uiteenlopen van een scheurtje tot een volledig verbrijzeling.
Een fractuur gaat vaak gepaard met schade aan omliggende weefsels/ structuren/ gewrichten,
zoals bijvoorbeeld bloedvaten en zenuwen.
• Oorzaak:
➢ Trauma: direct (een stoot) of indirect (inslag op de gebogen knie met als gevolg breuk
femurhals)
➢ Stress/ vermoeidheidsfracturen: ontstaan in een normaal bot, bij een gezond persoon,
zonder trauma door repeterende ongewone belasting (herhaalde stress of
overbelasting). Bijvoorbeeld marsfractuur.
➢ Pathologische fracturen (maligniteit, osteoporose): ontstaat door geen of minimaal
trauma, in een bot dat al verzwakt is door bijvoorbeeld een botaandoening
(osteogenesis imperfecta), primaire maligniteit, metastase of cysten. Wordt naast een
röntgenfoto ook in het lab onderzocht doormiddel van een bloedonderzoek en/of
biopt voor een diagnose.
➢ Kinderen: ‘spontane’, battered child, epifysair schijf: vaak incompleet (bijv. greenstick),
minder dislocatie (door een dikker periost), snellere genezing, zelden ‘non-union’,
betere remodellering. Eventueel een mal-union, zie je vaak bij bepaalde type fracturen
van de groeischijf
(Salter- Harris classificatie)
!!als er fracturen zijn ontstaan in of dicht bij een gewricht moet er opgepast worden,
met name door de groeischijf; kan gevolgen hebben voor groei bij kinderen!!
Afbeelding 01. Salter- Harris classificatie fracturen
• Anamnese fractuur:
Wordt vaak veroorzaakt door trauma, sprake van acute heftige pijn en functieverlies: dit zijn,
losgezien van functieverlies, echter geen specifieke kenmerken voor een fractuur. Wat wel?
Standsverandering!
Pagina | 2
, • (Lichamelijk) onderzoek fractuur:
Om welke fractuur gaat het? Is de huid intact (strakstaande huid= teken dat er een bot bijna
door de huid steekt) Is er sprake van een standsverandering? Stabiele of instabiele fractuur?
Maar er wordt ook gekeken naar vroege complicaties die een snelle aanpak nodig hebben:
doorbloedingstoornissen (kleur huid), letsel aan zenuw of compartimentsyndroom
Bij een fractuur zie je vaak zwelling, hematoom, deformiteit, functiestoornis.
➢ Röntgen 5 x2
▪ 2 richtingen/ aanzichten
▪ 2 gewrichten (aanpalend aan het letsel)
▪ 2 extremiteiten (links en rechts)
▪ 2 verwondingen (bijvoorbeeld bij femurfractuur ook de wervelkolom en
bekken
▪ 2 tijdstippen (na 1-2 weken)
➢ (3D) CT- scan of MRI: nodig bij moeilijke fracturen
Classificatie:
Op basis van:
• Locatie in het bot
➢ Intra articulair: de fractuurlijn doorloopt tot aan het
gewrichtsoppervlakte
➢ Meta- en epifysair: de fractuur is gelokaliseerd in de metafyse of
epifyse (spongieuze (trabeculair) bot)
➢ Diafysair: de fractuur is gelokaliseerd in de diafyse (corticaal bot)
• Gesloten/ open
Afbeelding 02. Classificatie fracturen locatie bot
➢ Gesloten: Overliggende huid is intact
➢ Open (gecompliceerd fractuur: sprake van een huidwond met een open verbinding tussen
fractuur en de buitenwereld. Er is hierbij meer schade aan de weke delen (neuro- en/of
vasculaire schade) en een hoger risico op infecties dan een gesloten fractuur.
Tabel Classificatie van open/gecompliceerde fracturen volgens Gustilo& Anderson
Type I Kleine wonden <5 cm (PP: <1 cm)
Minimaal weke delen schade
Geen contaminatie* (huidperforatie door de botuiteinden van binnen naar buiten)
Type II Grote verwondingen >5 cm (PP: >1 cm en <10 cm)
Weinig/ geen gedevitaliseerd weefsel
Minimale weke delen schade (huidperforatie door kracht van buiten naar binnen)
Zonder ernstige contaminatie
Type III A: Wond met elke afmeting maar met uitgebreide huid- en wekedelen schade (laceratie, lapverwonding),
terwijl de fractuur nog redelijk bedekt wordt door de gelaedeerde huid en weke delen
(PP: Uitgebreid weke delen letsel met nog adequate bedekking van de ossale structuren)
B: Meer uitgebreide weke delenbeschadiging (crush) of zelfs weefselverlies, waardoor de fractuurdelen
onbedekt kunnen zijn. Uitgebreide periostale stripping en contaminatie
(Uitgebreid weke delen letsel zonder adequate bedekking van de ossale structuren/ periostale stripping of
ernstige contaminatie van de wond.)
C: Gecompliceerde fracturen met arterieel laesie, waardoor acute ischaemie, bijna volledige traumatische
amputatie welke behandeling behoeft.
( PP: gecompliceerde fractuur met arterieel letsel of bijna volledig traumatische amputatie welke
behandeling behoeft)
* contaminatie= verontreiniging of besmetting met chemische stof of bacterie
Pagina | 3