Samenvatting Beweging en Kracht
De nettokracht is de som van alle krachten bij elkaar. Nettokracht = resulterende kracht.
Als de nettokracht 0 is, blijft het voorwerp stilstaan of het beweegt met constante snelheid
rechtdoor.
Als de nettokracht in horizontale richting 0 is, blijft de snelheid constant eenparige
beweging. Er is dan sprake van een evenwicht van krachten.
Eigenschappen van een kracht:
Een kracht is een wisselwerking tussen twee voorwerpen.
Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.
De eenheid van een kracht F is newton (N).
Omdat een kracht een grootte en een richting heeft, noem je een kracht een
vectorgrootheid.
Een kracht wordt getekend als een pijl. De lengte van de pijl geeft door middel van
een krachtenschaal de grootte van de kracht aan in newton.
Soorten krachten:
Veerkracht: Hoe verder je een veer uitrekt des te groter wordt de veerkracht. De veerkracht Fv
van een veer is evenredig met de uitrekking u. (Als je een veer 2x zo ver uitrekt, wordt de
veerkracht ook 2x zo groot.)
Spankracht: De kracht die het touw op jou uitoefent (naar boven). De spankracht is overal in
het touw even groot. Als je stil hangt, is de spankracht van het touw naar boven even groot als
de zwaartekracht naar beneden. Bij een zwaarder persoon rekt het touw iets meer uit en is de
spankracht ook groter. De spankracht Fs werkt altijd in de richting van het touw, net als de
veerkracht van een elastiekje.
Zwaartekracht: De zwaartekracht Fz is evenredig met de massa m en grijpt aan in het
zwaartepunt van het voorwerp. Op elke kg werkt een zwaartekracht van 9,8 N.
Normaalkracht: De normaalkracht Fn op een voorwerp staat altijd loodrecht op de
ondergrond.
De nettokracht is de som van alle krachten bij elkaar. Nettokracht = resulterende kracht.
Als de nettokracht 0 is, blijft het voorwerp stilstaan of het beweegt met constante snelheid
rechtdoor.
Als de nettokracht in horizontale richting 0 is, blijft de snelheid constant eenparige
beweging. Er is dan sprake van een evenwicht van krachten.
Eigenschappen van een kracht:
Een kracht is een wisselwerking tussen twee voorwerpen.
Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.
De eenheid van een kracht F is newton (N).
Omdat een kracht een grootte en een richting heeft, noem je een kracht een
vectorgrootheid.
Een kracht wordt getekend als een pijl. De lengte van de pijl geeft door middel van
een krachtenschaal de grootte van de kracht aan in newton.
Soorten krachten:
Veerkracht: Hoe verder je een veer uitrekt des te groter wordt de veerkracht. De veerkracht Fv
van een veer is evenredig met de uitrekking u. (Als je een veer 2x zo ver uitrekt, wordt de
veerkracht ook 2x zo groot.)
Spankracht: De kracht die het touw op jou uitoefent (naar boven). De spankracht is overal in
het touw even groot. Als je stil hangt, is de spankracht van het touw naar boven even groot als
de zwaartekracht naar beneden. Bij een zwaarder persoon rekt het touw iets meer uit en is de
spankracht ook groter. De spankracht Fs werkt altijd in de richting van het touw, net als de
veerkracht van een elastiekje.
Zwaartekracht: De zwaartekracht Fz is evenredig met de massa m en grijpt aan in het
zwaartepunt van het voorwerp. Op elke kg werkt een zwaartekracht van 9,8 N.
Normaalkracht: De normaalkracht Fn op een voorwerp staat altijd loodrecht op de
ondergrond.