Hoofdstuk 2
Grondwet:
- begrenst de macht van de staat en garandeert daarmee de vrijheden van de burgers
- legt fundamentele rechten van burgers vast
- geeft aan hoe de belangrijkste organen van de staat in grote lijnen zijn georganiseerd
- drukt de eenheid van de natie uit.
1789 Franse revolutie
1798 Staatsregeling Bataafse Republiek→ iedereen gelijk voor de wet
1813 Val van Napoleon
1814 Nederland krijgt eerste echte grondwet waarin de macht van Koning Willem I
wordt vastgelegd
1815 Grondwetswijziging (België erbij)
1840 Grondwetswijziging (België weg)
1848 Grondwetswijziging door Thorbecke.
Constitutionele monarchie: positie van de koning staat in de Grondwet .
Kiesrecht in Nederland:
▪ Vanaf halverwege 19e eeuw vinden in heel Europa vinden revoluties plaats, gekeerd
tegen vorsten.
▪ 1848: Kamerlid Thorbecke stelt een grondwetswijziging voor. Koning Willem II stemt in
met een grondwet waarin zijn macht wordt ingeperkt.
▪ De democratie werd vergroot door censuskiesrecht: mannelijke burgers die belasting
betaalden mogen stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Nachtwakersstaat: Staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van veiligheid van de
burgers en de noodzakelijke voorwaarden realiseert voor economische groei.
Klassieke grondrechten: bij klassieke grondrechten heeft de overheid een passieve rol
(behalve bij kiesrecht). Wanneer een burger vindt dat zijn grondrecht geschonden is, kan hij
naar de rechter stappen.
Gelijke behandeling: verbod op discriminatie
Persoonlijke vrijheid: Bijv. privacy, vrijheid van godsdienst, onderwijs
Politieke vrijheid: Bijv. algemeen kiesrecht, vrijheid van meningsuiting
Sociale grondrechten: overheid heeft een actieve rol, maar burgers kunnen sociale
grondrechten niet bij de rechter afdwingen.
Door deze grondrechten werd het van een klassieke rechtsstaat een verzorgingsstaat.
Wederkerige erkenning:
▪ De principiële erkenning van elkaars vrijheid en gelijkheid is een belangrijke
voorwaarde voor de rechtsstaat.
▪ Wederkerige erkenning: “Wat je voor jezelf opeist, moet je ook accepteren bij
anderen”.
▪ Uitoefening van je grondrechten mag andermans grondrechten niet aantasten. Achter
grondwetsartikelen staat daarom soms:
“behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet”.