De afkortingen van het vak:
BO Bestuursorgaan
BH belanghebbende
B Besluit
Hoorcollege 1: De drie B’s: bestuursorgaan
Bestuursrecht
= over de relatie overheid – burger, ook wel: ‘overheidsrecht’
- Verticale relatie: de overheid stelt eenzijdig de rechtspositie van de burger vast. Dit moet
wegens legaliteitsbeginsel altijd een wettelijke grondslag hebben
- Overheid kan ook privaatrechtelijke besluiten nemen, dit is dan op gelijke voet met burger
- Richt zich op het bereiken of herstellen van een legale situatie
Algemeen bestuursrecht
= in Awb
- algemene regels die gelden voor het bestuur
Bijzonder bestuursrecht
= in specifieke wetten
- Vroeger was er alleen bijzonder bestuursrecht
- Gaat over specifieke rechtsgebieden
De Awb inhoudelijk
Opgebouwd in tranches, er kan gemakkelijk een hoofdstuk bijgevoegd worden
- Heeft dus een gelaagde opbouw
Doelen van de Awb
- Bevorderen van rechtseenheid
- Systematiseren en vereenvoudigen van artikels
- Codificatie van jurisprudentie
- Regelen van algemene onderwerpen die niet goed passen in bijzondere regelgeving
*onthoud: specifieke regels voor bijzondere rechtsgebieden staan hier niet in!
,3 functies van het bestuursrecht
- Instrumenteel: ‘van’ Bestuursorganen stellen door de bevoegdheden van bestuursrecht
verordeningen, beleidsregels en besluiten op
Vooral terug te vinden in bijzonder bestuursrecht
- Normerend: ‘voor’ Bestuursrecht normeert het bestuursoptreden:
de overheid moet zorgvuldig en gelijk handelen
terug te vinden in wetten en regels van bestuursrecht
- Waarborgend: ‘tegen’ Je kan in beroep als de overheid iets verkeerds doet
Indeling Awb
H1: begrippen
H2: alg verkeer
H3: besluiten, algemeen over besluitvorming
H4: besluiten, bijzonder
H5: één type besluit: handhaving
*dus: van algemeen naar steeds specifieker
H6: algemene bepalingen bezwaar en beroep
H7: bijzondere bepalingen bezwaar over rechtsbescherming
H8: bijzondere bepalingen beroep
Soorten regels Awb
Dwingend recht: Je bent verplicht het op die manier te doen, afwijken niet mogelijk (tenzij
een andere wet in formele zin dat bepaalt; doe dat dan het liefst met
toelichting)
Regelend recht: De Awb bepaalt de hoofdregel, maar er staat ‘tenzij er bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald’
Aanvullend recht: In de bijzondere wet staat de hoofdregel, maar als daar niks in staat geldt
de Awb
Bv: art. 4:13 Awb: ‘een beschikking moet worden gegeven binnen een bij
wettelijk voorschrift bepaalde termijn, of, bij ontbreken van een termijn,
binnen redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag
Facultatief recht: geldt in principe niet, tenzij er in specifieke wetgeving staat dat het geldt. Te
herkennen aan ‘indien bepaald’: je mag er van afwijken (ofwel: niet
toepassen)
,De 3 B’s
- Bo: art. 1:1 Awb
- Belanghebbende: art. 1:2 Awb
- Besluit: art. 1:3 Awb
Vermelding van het woord ‘wet’ in de Grondwet
Dan gaat het altijd om een wet in formele zin
- Als ‘wet’ in de Awb staat -> kan wet in materiële zin of in formele zin zijn.
Kernartikels van het bestuursrecht
Art. 8:1 Awb: ‘alleen een belanghebbende kan tegen een besluit beroep indienen bij de
bestuursrechter’
Art. 1:3 Awb: ‘een besluit is een schriftelijke beslissing van bo via een publiekrechtelijke
rechtshandeling’
Waarom is het van belang om een bestuursorgaan te zijn?
De Awb is alleen van toepassing op het handelen van een bestuursorgaan
Is het geen handeling van een bestuursorgaan? Dan is het ook geen besluit van art. 1:3 Awb
Waarom liever bestuursrechter dan civiele rechter?
Bestuursrechter is laagdrempelig, want:
- Advocaat niet verplicht
- Lage griffierechten
- Relatief informele procedure
- Lage eisen aan beroepschrift
- Actieve rol bestuursrechter (zorgt voor ongelijkheidscompensatie: burger kan simpelweg
zeggen ‘dit gebouw verpest mijn uitzicht’, vervolgens past de rechter daar de juiste wetten
op toe). Dit heet ook wel ‘procedurele rechtvaardigheid’
Art. 1:1 lid 1 Awb: bestuursorgaan
Sub a: A-organen: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht ingesteld is
Sub b: B-organen: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
, Waarom onderscheid tussen a- en b-organen?
A-organen: Zijn voor álle handelingen gebonden aan de Awb, dus ook voor privaatrechtelijke
handelingen.
B-organen: Zijn alleen voor specifieke taken bestuursorgaan en zijn dus alleen aan de Awb gebonden
voor zover zij publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen (dus niet privaatrechtelijk gebonden).
A-organen
1:1 lid 1 sub a: ‘een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld’
Publiekrechtelijke rechtspersonen, soorten:
- De staat, provincies, gemeenten, waterschappen, andere lichamen met overheidstaken als
het bij of krachtens de wet volgt (art. 2:1 BW, dit artikel is te vinden op blz. 3377 in de
Kluwer bundel; vlak voordat de Awb begint)
- Ze zijn soms ook te vinden in bijzondere wetten, zoals art. 7.1 Mediawet: het commissariaat
voor de media heeft rechtspersoonlijkheid.
Hun organen:
Dus: publiekrechtelijke rechtspersonen zijn slechts de huls, de organen voeren daadwerkelijk de
handeling uit. Soorten:
- Organen van de staat ministers en staatssecretarissen
- Organen van gemeenten college van B&W, gemeenteraad, burgemeester
- Organen van provincies provinciale staten, gedeputeerde staten, CvK
- Organen van waterschappen algemeen bestuur, dagelijks bestuur
Let op: Soms gaat het om een rechtspersoon die in een bijzondere wet staat. Zoek dan in die wet
naar het bijbehorende orgaan.
Het belang van het onderscheid tussen een rechtspersoon en een orgaan:
De rechtspersoon is het privaatrechtelijke aanspreekpunt, het orgaan is het publiekrechtelijke
aanspreekpunt
B-organen
1:1 lid 1 sub b: ‘een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed’
Ander persoon of college, soorten:
- Natuurlijke personen
- Andere identiteiten (privaatrechtelijke rechtspersonen), soorten: 2:3 BW
verenigingen, coöperaties, NV’s, BV’s met beperkte aansprakelijkheid, stichtingen, onderlinge
waarborgmaatschappijen
BO Bestuursorgaan
BH belanghebbende
B Besluit
Hoorcollege 1: De drie B’s: bestuursorgaan
Bestuursrecht
= over de relatie overheid – burger, ook wel: ‘overheidsrecht’
- Verticale relatie: de overheid stelt eenzijdig de rechtspositie van de burger vast. Dit moet
wegens legaliteitsbeginsel altijd een wettelijke grondslag hebben
- Overheid kan ook privaatrechtelijke besluiten nemen, dit is dan op gelijke voet met burger
- Richt zich op het bereiken of herstellen van een legale situatie
Algemeen bestuursrecht
= in Awb
- algemene regels die gelden voor het bestuur
Bijzonder bestuursrecht
= in specifieke wetten
- Vroeger was er alleen bijzonder bestuursrecht
- Gaat over specifieke rechtsgebieden
De Awb inhoudelijk
Opgebouwd in tranches, er kan gemakkelijk een hoofdstuk bijgevoegd worden
- Heeft dus een gelaagde opbouw
Doelen van de Awb
- Bevorderen van rechtseenheid
- Systematiseren en vereenvoudigen van artikels
- Codificatie van jurisprudentie
- Regelen van algemene onderwerpen die niet goed passen in bijzondere regelgeving
*onthoud: specifieke regels voor bijzondere rechtsgebieden staan hier niet in!
,3 functies van het bestuursrecht
- Instrumenteel: ‘van’ Bestuursorganen stellen door de bevoegdheden van bestuursrecht
verordeningen, beleidsregels en besluiten op
Vooral terug te vinden in bijzonder bestuursrecht
- Normerend: ‘voor’ Bestuursrecht normeert het bestuursoptreden:
de overheid moet zorgvuldig en gelijk handelen
terug te vinden in wetten en regels van bestuursrecht
- Waarborgend: ‘tegen’ Je kan in beroep als de overheid iets verkeerds doet
Indeling Awb
H1: begrippen
H2: alg verkeer
H3: besluiten, algemeen over besluitvorming
H4: besluiten, bijzonder
H5: één type besluit: handhaving
*dus: van algemeen naar steeds specifieker
H6: algemene bepalingen bezwaar en beroep
H7: bijzondere bepalingen bezwaar over rechtsbescherming
H8: bijzondere bepalingen beroep
Soorten regels Awb
Dwingend recht: Je bent verplicht het op die manier te doen, afwijken niet mogelijk (tenzij
een andere wet in formele zin dat bepaalt; doe dat dan het liefst met
toelichting)
Regelend recht: De Awb bepaalt de hoofdregel, maar er staat ‘tenzij er bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald’
Aanvullend recht: In de bijzondere wet staat de hoofdregel, maar als daar niks in staat geldt
de Awb
Bv: art. 4:13 Awb: ‘een beschikking moet worden gegeven binnen een bij
wettelijk voorschrift bepaalde termijn, of, bij ontbreken van een termijn,
binnen redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag
Facultatief recht: geldt in principe niet, tenzij er in specifieke wetgeving staat dat het geldt. Te
herkennen aan ‘indien bepaald’: je mag er van afwijken (ofwel: niet
toepassen)
,De 3 B’s
- Bo: art. 1:1 Awb
- Belanghebbende: art. 1:2 Awb
- Besluit: art. 1:3 Awb
Vermelding van het woord ‘wet’ in de Grondwet
Dan gaat het altijd om een wet in formele zin
- Als ‘wet’ in de Awb staat -> kan wet in materiële zin of in formele zin zijn.
Kernartikels van het bestuursrecht
Art. 8:1 Awb: ‘alleen een belanghebbende kan tegen een besluit beroep indienen bij de
bestuursrechter’
Art. 1:3 Awb: ‘een besluit is een schriftelijke beslissing van bo via een publiekrechtelijke
rechtshandeling’
Waarom is het van belang om een bestuursorgaan te zijn?
De Awb is alleen van toepassing op het handelen van een bestuursorgaan
Is het geen handeling van een bestuursorgaan? Dan is het ook geen besluit van art. 1:3 Awb
Waarom liever bestuursrechter dan civiele rechter?
Bestuursrechter is laagdrempelig, want:
- Advocaat niet verplicht
- Lage griffierechten
- Relatief informele procedure
- Lage eisen aan beroepschrift
- Actieve rol bestuursrechter (zorgt voor ongelijkheidscompensatie: burger kan simpelweg
zeggen ‘dit gebouw verpest mijn uitzicht’, vervolgens past de rechter daar de juiste wetten
op toe). Dit heet ook wel ‘procedurele rechtvaardigheid’
Art. 1:1 lid 1 Awb: bestuursorgaan
Sub a: A-organen: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht ingesteld is
Sub b: B-organen: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
, Waarom onderscheid tussen a- en b-organen?
A-organen: Zijn voor álle handelingen gebonden aan de Awb, dus ook voor privaatrechtelijke
handelingen.
B-organen: Zijn alleen voor specifieke taken bestuursorgaan en zijn dus alleen aan de Awb gebonden
voor zover zij publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen (dus niet privaatrechtelijk gebonden).
A-organen
1:1 lid 1 sub a: ‘een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld’
Publiekrechtelijke rechtspersonen, soorten:
- De staat, provincies, gemeenten, waterschappen, andere lichamen met overheidstaken als
het bij of krachtens de wet volgt (art. 2:1 BW, dit artikel is te vinden op blz. 3377 in de
Kluwer bundel; vlak voordat de Awb begint)
- Ze zijn soms ook te vinden in bijzondere wetten, zoals art. 7.1 Mediawet: het commissariaat
voor de media heeft rechtspersoonlijkheid.
Hun organen:
Dus: publiekrechtelijke rechtspersonen zijn slechts de huls, de organen voeren daadwerkelijk de
handeling uit. Soorten:
- Organen van de staat ministers en staatssecretarissen
- Organen van gemeenten college van B&W, gemeenteraad, burgemeester
- Organen van provincies provinciale staten, gedeputeerde staten, CvK
- Organen van waterschappen algemeen bestuur, dagelijks bestuur
Let op: Soms gaat het om een rechtspersoon die in een bijzondere wet staat. Zoek dan in die wet
naar het bijbehorende orgaan.
Het belang van het onderscheid tussen een rechtspersoon en een orgaan:
De rechtspersoon is het privaatrechtelijke aanspreekpunt, het orgaan is het publiekrechtelijke
aanspreekpunt
B-organen
1:1 lid 1 sub b: ‘een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed’
Ander persoon of college, soorten:
- Natuurlijke personen
- Andere identiteiten (privaatrechtelijke rechtspersonen), soorten: 2:3 BW
verenigingen, coöperaties, NV’s, BV’s met beperkte aansprakelijkheid, stichtingen, onderlinge
waarborgmaatschappijen