Ethiek
Toets vraag 1:
Casus:
Ik werk op een vroegbehandelgroep bij XX. Op deze groep zijn er 8 kinderen met allemaal
een verschillende hulpvraag. T. is een jongentje van 6 jaar. Hij heeft met 2 jaar de diagnose
klassiek autisme gekregen, in combinatie met een verstandelijke beperking. T. functioneert
op een cognitief niveau van ongeveer 2 jaar. Sociaal-emotioneel functioneert T. een stuk
lager. Rond 1 jaar. T. is snel overstuur en overprikkeld. Dit komt vooral als iets niet duidelijk
is, bijv. in het dagprogramma of als een ander kind een hard geluid maakt. Op de groep
werken we met 2 begeleidsters. Wanneer 1 begeleidster de hele dag alles voor- structureert
gaat het goed met T. op de groep. Dit voor structureren doen we door de gehele dag het
dagprogramma van T. uit te tekenen. T. krijgt geen beschikking voor 1 op 1 begeleiding,
waardoor hij in een groep moet leren functioneren.
Moreel dilemma: T. krijgt de hele dag de aandacht die hij nodig heeft om mee te kunnen
draaien in een groep. De andere kinderen krijgen minder aandacht, waardoor er niet
optimaal aan hun persoonlijke doelen gewerkt kan worden óf T. moet meedraaien in een
groep, alle aandacht wordt eerlijk verdeeld. T. is gedurende de dag vaak aan het huilen en
overstuur.
Morele aspect: Als ik voor 1 kind kies. In dit geval voor T. Dan ben ik de hele dag met hem
bezig en kan ik daarbij de andere kinderen minder aandacht geven. Deze kinderen hebben
ook allemaal een hulpvraag en persoonlijke leerdoelen. Doordat er veel tijd naar T. gaat,
kunnen wij minder aan de doelen van de andere kinderen werken. Zij kunnen zich hierdoor
langzamer ontwikkelen. Als ik ervoor kies om de aandacht eerlijk te verdelen, heeft T. veel
last van stress. Hij laat dit merken door te gaan huilen, wat steeds harder gaat. Hij raakt
zodanig overstuur dat hij hier de hele dag regelmatig door in een hoge stressfase komt.
Verbinding met Kohlberg en Gillian:
In deze casus heb ik post conventioneel gehandeld. Ik heb zelf afgewogen per dag hoe wij
hiermee omgaan. Hieraan is wel veel aan vooraf gegaan. Zo hebben we overleggen gevoerd
met verschillende disciplines. Zoals de fysiotherapeut met expertise op het gebied van
zintuiglijke informatieverwerking, de logopedist, met expertise in auti-communicatie, de
ergotherapeut en de behandel-coördinator. Wij hebben een signaleringsplan gemaakt en dit
met de ouders van T. besproken. Per dag heb ik afgewogen hoeveel begeleiding T. nodig
heeft en daar de begeleiding op afgestemd.
Er zit ook een pre conventioneel aspect aan. Als ik mij richt op T. dan heb ik zelf minder last
van het huilen en geluiden op de groep. Wanneer T. langdurig overstuur is, merk ik aan
mijzelf dat ik daar zelf ook uitgeput door raak. Wanneer ik thuiskom, ben ik zelf ook
overprikkeld en kan ik minder van mijn eigen kinderen hebben. Zij zijn nog jong en zijn aan
het einde van de dag ook vaak moe en moeten sneller huilen. Doordat ik gedurende de dag
veel in de harde geluiden gezeten heb, kan ik dat soms lastig hebben en ben ik sneller boos
dan dat ik zou willen. Door mij op T. te richten, heb ik zelf minder last van de geluiden
(beloning) en ik hou ik daardoor nog energie over om thuis te reageren zoals ik dat zou
willen.
Verschil tussen de filosofie van Kohlberg en de filosofie van Gillian.
Volgens Kohlberg komen meisjes niet verder dan niveau 2 (Conventioneel niveau) Hij denkt
dat meisjes niet logisch kunnen redeneren. Gillian vindt dat zijn onderzoek is gebaseerd op
verkeerde aannames. Zij vindt dat meisjes een andere ‘waardeschaal’ hanteren.
, Communicatie, relatie en responsiviteit zijn belangrijker dan het redeneren op basis van
regels en principes.
Ik ben het met Gillian eens. Ik vind dat meisjes wel logisch kunnen redeneren juist doordat zij
ook de communicatie, relatie en responsiviteit meenemen in hun waarde oordeel. Als die
aspecten niet meegenomen worden, dan is het waardeoordeel vanuit één perspectief.
Wevers, C. (2018). Kan ik daar wat aan doen?. Coutinho.
Onderbouwing:
Waarom handel ik zowel post conventioneel als pre conventioneel?
Omdat ik nog niet precies het verschil wist tussen post conventioneel en pre conventioneel
handelen heb ik opgezocht welke stadia van morele ontwikkeling er zijn. Wat is de volgorde
en op welke leeftijd ontwikkel je je morele besef over het algemeen. Daarna beschrijf ik waar
ik zit bij deze casus.
Het pre conventioneel stadium ontwikkel je op jonge leeftijd. Tussen de 0 en 10 jaar.
Kinderen leren hier het verschil tussen goed en fout. Dit leren ze vooral door de reactie die
ze van een volwassene krijgen. Het echt snappen waarom iets goed of fout is, is hier nog
niet aan de orde. De straf of beloning is de maatstaf waarom iets wel of niet mag.
In deze casus ga ik vaak naar T. toe als hij begint met huilen. Doordat hij al een tijd bij ons
op de groep zit, weet ik dat hij langdurig kan gaan huilen als iets niet klopt of als hij
overprikkeld is. Door hier direct op te reageren kan ik dit voor zijn. Het langdurige huilen is
zowel voor T. vervelend, maar ook voor de groep en voor de begeleiding. Door het vele
huilen, word ik zelf ook overprikkeld en als ik thuiskom dan heb ik daar vaak nog last van. Dit
uit zich door minder te kunnen hebben van mijn gezin.
Ook het stadium post conventioneel heb ik opgezocht. In dit stadium, wat kinderen meestal
vanaf hun 18e ontwikkelen, gaan kinderen bestaande regels ter discussie stellen. In de casus
hebben wij veel overleggen gehad. Daarin heb ik ook vragen gesteld. Hoe ver kunnen we
gaan in de begeleiding van 1 kind, ten opzichte van de rest van de groep. Hierin hebben we
keuzes gemaakt, door te kiezen welke kant we op gaan met de begeleiding van T.
stadia van morele ontwikkeling. (z.d.). https://www.augeo.nl/-/media/Files/Bibliotheek/Augeo-
Stadia-morele-ontwikkeling.ashx#:~:text=Post%2Dconventioneel%20stadium%20(ongeveer
%20vanaf,hun%20eigen%20normen%20en%20waarden. Geraadpleegd op 17 juni 2022,
van https://www.augeo.nl/-/media/Files/Bibliotheek/Augeo-Stadia-morele-
ontwikkeling.ashx#:~:text=Post%2Dconventioneel%20stadium%20(ongeveer%20vanaf,hun
%20eigen%20normen%20en%20waarden.
Toets vraag 2:
Actueel: Op facebook staat een oproep van speelparadijs Balorig om
alle kinderen die uit Oekraïne zijn gevlucht, gratis te laten spelen in
Balorig.
Filosofische vraag: Hebben alle kinderen die in complexe situaties
opgroeien recht op gratis activiteiten?
Filosofische thematiek: De oproep om kinderen uit Oekraïne gratis bij
Balorig te laten spelen, komt waarschijnlijk voort uit goede bedoelingen
(Waarden) Iets doen voor een ander, een ander te laten delen in het
goede (Altruïsme) maar aan de andere kant komen er ook andere
vragen naar boven. Is dit eerlijk voor andere kinderen die om financiële
Toets vraag 1:
Casus:
Ik werk op een vroegbehandelgroep bij XX. Op deze groep zijn er 8 kinderen met allemaal
een verschillende hulpvraag. T. is een jongentje van 6 jaar. Hij heeft met 2 jaar de diagnose
klassiek autisme gekregen, in combinatie met een verstandelijke beperking. T. functioneert
op een cognitief niveau van ongeveer 2 jaar. Sociaal-emotioneel functioneert T. een stuk
lager. Rond 1 jaar. T. is snel overstuur en overprikkeld. Dit komt vooral als iets niet duidelijk
is, bijv. in het dagprogramma of als een ander kind een hard geluid maakt. Op de groep
werken we met 2 begeleidsters. Wanneer 1 begeleidster de hele dag alles voor- structureert
gaat het goed met T. op de groep. Dit voor structureren doen we door de gehele dag het
dagprogramma van T. uit te tekenen. T. krijgt geen beschikking voor 1 op 1 begeleiding,
waardoor hij in een groep moet leren functioneren.
Moreel dilemma: T. krijgt de hele dag de aandacht die hij nodig heeft om mee te kunnen
draaien in een groep. De andere kinderen krijgen minder aandacht, waardoor er niet
optimaal aan hun persoonlijke doelen gewerkt kan worden óf T. moet meedraaien in een
groep, alle aandacht wordt eerlijk verdeeld. T. is gedurende de dag vaak aan het huilen en
overstuur.
Morele aspect: Als ik voor 1 kind kies. In dit geval voor T. Dan ben ik de hele dag met hem
bezig en kan ik daarbij de andere kinderen minder aandacht geven. Deze kinderen hebben
ook allemaal een hulpvraag en persoonlijke leerdoelen. Doordat er veel tijd naar T. gaat,
kunnen wij minder aan de doelen van de andere kinderen werken. Zij kunnen zich hierdoor
langzamer ontwikkelen. Als ik ervoor kies om de aandacht eerlijk te verdelen, heeft T. veel
last van stress. Hij laat dit merken door te gaan huilen, wat steeds harder gaat. Hij raakt
zodanig overstuur dat hij hier de hele dag regelmatig door in een hoge stressfase komt.
Verbinding met Kohlberg en Gillian:
In deze casus heb ik post conventioneel gehandeld. Ik heb zelf afgewogen per dag hoe wij
hiermee omgaan. Hieraan is wel veel aan vooraf gegaan. Zo hebben we overleggen gevoerd
met verschillende disciplines. Zoals de fysiotherapeut met expertise op het gebied van
zintuiglijke informatieverwerking, de logopedist, met expertise in auti-communicatie, de
ergotherapeut en de behandel-coördinator. Wij hebben een signaleringsplan gemaakt en dit
met de ouders van T. besproken. Per dag heb ik afgewogen hoeveel begeleiding T. nodig
heeft en daar de begeleiding op afgestemd.
Er zit ook een pre conventioneel aspect aan. Als ik mij richt op T. dan heb ik zelf minder last
van het huilen en geluiden op de groep. Wanneer T. langdurig overstuur is, merk ik aan
mijzelf dat ik daar zelf ook uitgeput door raak. Wanneer ik thuiskom, ben ik zelf ook
overprikkeld en kan ik minder van mijn eigen kinderen hebben. Zij zijn nog jong en zijn aan
het einde van de dag ook vaak moe en moeten sneller huilen. Doordat ik gedurende de dag
veel in de harde geluiden gezeten heb, kan ik dat soms lastig hebben en ben ik sneller boos
dan dat ik zou willen. Door mij op T. te richten, heb ik zelf minder last van de geluiden
(beloning) en ik hou ik daardoor nog energie over om thuis te reageren zoals ik dat zou
willen.
Verschil tussen de filosofie van Kohlberg en de filosofie van Gillian.
Volgens Kohlberg komen meisjes niet verder dan niveau 2 (Conventioneel niveau) Hij denkt
dat meisjes niet logisch kunnen redeneren. Gillian vindt dat zijn onderzoek is gebaseerd op
verkeerde aannames. Zij vindt dat meisjes een andere ‘waardeschaal’ hanteren.
, Communicatie, relatie en responsiviteit zijn belangrijker dan het redeneren op basis van
regels en principes.
Ik ben het met Gillian eens. Ik vind dat meisjes wel logisch kunnen redeneren juist doordat zij
ook de communicatie, relatie en responsiviteit meenemen in hun waarde oordeel. Als die
aspecten niet meegenomen worden, dan is het waardeoordeel vanuit één perspectief.
Wevers, C. (2018). Kan ik daar wat aan doen?. Coutinho.
Onderbouwing:
Waarom handel ik zowel post conventioneel als pre conventioneel?
Omdat ik nog niet precies het verschil wist tussen post conventioneel en pre conventioneel
handelen heb ik opgezocht welke stadia van morele ontwikkeling er zijn. Wat is de volgorde
en op welke leeftijd ontwikkel je je morele besef over het algemeen. Daarna beschrijf ik waar
ik zit bij deze casus.
Het pre conventioneel stadium ontwikkel je op jonge leeftijd. Tussen de 0 en 10 jaar.
Kinderen leren hier het verschil tussen goed en fout. Dit leren ze vooral door de reactie die
ze van een volwassene krijgen. Het echt snappen waarom iets goed of fout is, is hier nog
niet aan de orde. De straf of beloning is de maatstaf waarom iets wel of niet mag.
In deze casus ga ik vaak naar T. toe als hij begint met huilen. Doordat hij al een tijd bij ons
op de groep zit, weet ik dat hij langdurig kan gaan huilen als iets niet klopt of als hij
overprikkeld is. Door hier direct op te reageren kan ik dit voor zijn. Het langdurige huilen is
zowel voor T. vervelend, maar ook voor de groep en voor de begeleiding. Door het vele
huilen, word ik zelf ook overprikkeld en als ik thuiskom dan heb ik daar vaak nog last van. Dit
uit zich door minder te kunnen hebben van mijn gezin.
Ook het stadium post conventioneel heb ik opgezocht. In dit stadium, wat kinderen meestal
vanaf hun 18e ontwikkelen, gaan kinderen bestaande regels ter discussie stellen. In de casus
hebben wij veel overleggen gehad. Daarin heb ik ook vragen gesteld. Hoe ver kunnen we
gaan in de begeleiding van 1 kind, ten opzichte van de rest van de groep. Hierin hebben we
keuzes gemaakt, door te kiezen welke kant we op gaan met de begeleiding van T.
stadia van morele ontwikkeling. (z.d.). https://www.augeo.nl/-/media/Files/Bibliotheek/Augeo-
Stadia-morele-ontwikkeling.ashx#:~:text=Post%2Dconventioneel%20stadium%20(ongeveer
%20vanaf,hun%20eigen%20normen%20en%20waarden. Geraadpleegd op 17 juni 2022,
van https://www.augeo.nl/-/media/Files/Bibliotheek/Augeo-Stadia-morele-
ontwikkeling.ashx#:~:text=Post%2Dconventioneel%20stadium%20(ongeveer%20vanaf,hun
%20eigen%20normen%20en%20waarden.
Toets vraag 2:
Actueel: Op facebook staat een oproep van speelparadijs Balorig om
alle kinderen die uit Oekraïne zijn gevlucht, gratis te laten spelen in
Balorig.
Filosofische vraag: Hebben alle kinderen die in complexe situaties
opgroeien recht op gratis activiteiten?
Filosofische thematiek: De oproep om kinderen uit Oekraïne gratis bij
Balorig te laten spelen, komt waarschijnlijk voort uit goede bedoelingen
(Waarden) Iets doen voor een ander, een ander te laten delen in het
goede (Altruïsme) maar aan de andere kant komen er ook andere
vragen naar boven. Is dit eerlijk voor andere kinderen die om financiële