Hoofdstuk 1: fraude herkennen
Fraude komt voor in verschillende vormen. In deze opleiding wordt vooral de fraude behandeld die
gepleegd wordt tegen financiële instellingen en dan specifiek tegen verzekeraars. Je hebt het dan
over verzekeringsfraude. Fraude is een container begrip. Het gaat altijd om bedrog met een geldelijk
gewin.
Voor verzekeraars is het Protocol Verzekeraars & Criminaliteit (PVC) erg belangrijk. Het doel van
het PVC is het substantieel terugdringen van verzekeringsfraude en criminaliteit door
maatschappelijke betrokkenheid van verzekeraars en door een beleid van algemene preventie en
detectie. Doel is ook om de risico’s en schades die voortkomen uit verzekeringsfraude en criminaliteit
zoveel mogelijk te beperken. Om dit te bereiken kent het protocol verschillende uitgangspunten en zijn
er per uitgangspunt verschillende vereisten opgesteld. Het protocol geldt als een bindende
zelfregulering. Dit protocol is dus bindend voor alle leden van het verbond en geldt voor alle
medewerkers die werkzaam zijn bij de desbetreffende verzekeraars. Een ieder is verantwoordelijk en
kan worden aangesproken. Het protocol wordt regelmatig bekeken en wordt elke 5 jaar helemaal
onder de loep genomen.
De uitgangspunten waaruit specifieke eisen uit voortvloeien zijn de volgende:
1. Een adequate inbedden van fraude- en criminaliteitsbeheersing in de eigen organisatie.
2. Optimale samenwerking en informatie-uitwisseling met partijen binnen en buiten de sector.
3. Een stevige en effectieve inzet op bewustwording en preventie.
4. Effectieve detectie, onderzoek, bewijsvoering en data-analyse.
5. een krachtige en efficiënte afdoening van zaken.
6. Een systematische monitoring en naleving van de implementatie van de bovengenoemde punten.
Ieder hoofdonderwerp is omgeschreven en verder uitgewerkt inclusief de verschillende vereisten. Het
gaat erom dat verzekeraars goed organistisch zijn uitgerust om fraude te voorkomen en te bestrijden
om zo risico’s en schade te vermijden. Het protocol geeft hiervoor diverse inrichtingseisen voor de
bedrijfsprocessen.
In en voor het protocol neem de CFB een belangrijke rol in. De CFB is het centrale aanspreekpunt
voor (mogelijke) fraude- en criminaliteitszaken. Het CFB is het interne en externe aanspreekpunt. De
CFB zorgt voor bewustwording en kennis in de organisatie. Er wordt gezorgd dat elke medewerkers
onregelmatigheden en afwijkingen die het gemiddelde overstijgen wordt herkend en gemeld.
In het protocol wordt meermaals verwezen naar het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem
Financiële instellingen (PIFI) en naar het CBV. Dit wordt gedaan om de samenwerking te bevorderen
en fraudezaken gecoördineerd op te kunnen pakken. Ook wordt in het protocol handvatten geboden
omtrent hoe omgegaan dient te worden bij een gedetecteerde en vastgestelde fraude. Er zijn heel wat
mogelijkheden om fraudezaken niet lonend te laten zijn. Het CBV is echter wel ondersteund aan de
verzekeraars. Zij helpen verzekeraars met beleidsontwikkeling, dienstverlening en coördinatie.
Verder geeft het protocol aan dat alle activiteiten en resultaten in het kader van fraude- en
criminaliteitsbeheersing structureel op basis van statische gegevens worden bijgehouden en op
directieniveau worden besproken. Op basis hiervan vind en risicoanalyse plaats. Deze gegevens
worden ook gedeeld met het CBV.
Het protocol vereist ook dat er een bepaalde fraudebeleid ontwikkeld en beschreven is. Dit moet een
duidelijk en actueel beleid zijn op het gebied van interne bewustwording, preventie, detectie,
onderzoek en afdoening van fraude en criminaliteit. Op basis hiervan dienen voldoende
voorzieningen, procedures en maatregelen aanwezig te zijn. Fraudebeheersing dient onderdeel te zijn
van het operationeel risicomanagement.
Zoals in de inleiding van de samenvatting al is aangegeven is fraude een container begrip en staat
voor verschillende strafbaar gestelde gedragingen. Onafhankelijk van de gebruikte omschrijvingen is
bij fraude altijd voldaan aan de volgende kenmerken: