Samenvatting Module 4 – Afhandeling van het onderzoek
Om een fraudeonderzoek goed af te kunnen ronden is een goede kennis nodig van het bewijsrecht en
de civiele en strafrechtelijke procedure. Het is belangrijk dat een fraudedossier maximaal voor
opgebouwd voor een verdere vervolging. Alleen zo heeft een vervolging ook reële kans van slagen.
Het zou zonde zijn als je een goed methodisch onderzoek hebt uitgevoerd zonder bewijzen hiervan.
Deze module staat in het teken van het verbeteren van de bewijslast voor fraude. Aan de hand van de
onderzoeksmethode wordt bewijs verzameld.
Hoofdstuk 1 : de Civiele procedure
De meeste civiele procedures zijn eenvoudig, omdat er maar één schriftelijke ronde is. Dit is de
dagvaarding als de conclusie van eis waarop de conclusie van antwoord volgt van de gedaagde partij.
Vervolgens wijst de rechter vonnis of gelast een comparitie. Bij een comparitie kunnen de partijen hun
standpunt mondeling toelichten, waarop de rechter vonnis wijst, of de partijen verder laat procederen.
Verder laten procederen wordt opgevolgd door na de conclusie van antwoord of comparitie een
conclusie van repliek en dupliek toelaten en daarna eventueel pleitsessie daarna. Dit is allemaal in de
eerste aanleg.
Alle geschillen worden voor de eerste keer bij de rechtbank aanhangig gemaakt, tenzij de wet anders
bepaalt. Welke rechtbank en welke sector je een geschil aanhangig dient te maken wordt bepaalde
door de absolute en relatieve competentie van de rechtbank. In het civiele recht heb je de
kantonrechter en de civiele rechter. Voornamelijk het financiële belang speelt een rol of dat sprake is
van arbeidszaken en/of huur(koop)overeenkomsten. Een geschil vangt altijd aan met een dagvaarding
waarbij ook een dagvaardingstermijn wordt gegeven. Een dagvaarding dient wel te voldaan aan een
aantal vereiste. Duidelijk moet worden wat er wordt geëist om recht te spreken en wie wordt gedaagd.
Een dagvaarding is een deurwaardersexploot. Gebreken in de dagvaarding leiden in beginsel tot een
nietige dagvaarding. In de dagvaarding staat ook de vordering en gronden. Een dagvaarding bestaat
ook uit het weerleggen van eventuele verweren tegen de vordering gestaafd met gronden. Dit is de
substantiëringsplicht. Als de gedaagde de vordering van de eiser betwist, dan dient de eiser in de
dagvaarding aan te geven hoe hij of zij zijn stellingen denkt te kunnen bewijzen. Dit is de
bewijsaandraagplicht. Wie stelt moet kunnen bewijzen. De substantieringplicht en de
bewijsaandraagplicht zorgen voor een effectieve en efficiënte procedure.
De advocaat van de eiser moet de zaak bij de rechtbank aanbrengen. Dit gebeurt bij de griffie van de
rechtbank. De griffie schrijft de zaak op de rol van de rechtbank. De rol is het register van de
rechtbank van alle lopende zaken. Iedere zaak, schriftelijk of niet, krijgt een roldatum. Dit is het
moment dat de zaak voor de rechter komt. Hier vinden de eerste proceshandelingen plaats.
Als de gedaagde niet verschijnt op de rolzitting dan kan de rechter verstek lenen en de eis aan de
eiser toewijzen als dit hem niet ongegrond voorkomt. Dit kan natuurlijk ook als er schriftelijk niet is
gereageerd in de zin van een conclusie van antwoord. De conclusie van eis en de conclusie van
antwoord zijn schriftelijke stukken die in enkelvoud worden ingediend waarbij de andere partij ook een
exemplaar krijgt. Ook kan de gedaagde op de rolzitting vragen voor uitstel voor deze conclusie van
antwoord van 6 weken. Als de advocaat de conclusie gereed heeft dan mag hij deze indienen van de
rolzitting. In de conclusie van antwoord dient de gedaagde zijn verweren te concentreren. Dit betekent
dat hij alle verweren en bewijsmiddelen dient in te zetten om de eis te ontkrachten. Dit is belangrijk
omdat dit ook tevens het enige processtuk kan zijn. Als de gedaagde zelf een eis wilt aanbrengen, dan
wordt dit de eis in reconventie genoemd.
Zoals in de inleiding is aangegeven kan er na de conclusie van antwoord een comparatie volgen,
waarbij alles mondeling kan worden toegelicht. Hierna volgt eventueel conclusie van repliek en
conclusie van dupliek en erna een pleidooi. Echter na de comparitie houdt de zitting meestal op.
Verdere conclusie worden alleen door de rechter toegelaten in uitzonderlijke situaties. Nieuwe feiten
aanbrengen in de verdere conclusie zijn zeer beperkt maar mogelijk. Het is aan de rechter of hij of zij
deze toelaat. Als rechter nog geen vonnis heeft gewezen, kan de eiser zijn eis nog wijzigen in
sommige gevallen (gedaagde moet niet in zijn verdediging worden bemoeilijkt en of tegenstrijdig zijn
met een goede procesorde). Na vonnis kunnen beide partijen binnen drie maanden beroep instellen.
Een vonnis is in principe een (eind)beslissing in de zaak/het geschil.
Om een fraudeonderzoek goed af te kunnen ronden is een goede kennis nodig van het bewijsrecht en
de civiele en strafrechtelijke procedure. Het is belangrijk dat een fraudedossier maximaal voor
opgebouwd voor een verdere vervolging. Alleen zo heeft een vervolging ook reële kans van slagen.
Het zou zonde zijn als je een goed methodisch onderzoek hebt uitgevoerd zonder bewijzen hiervan.
Deze module staat in het teken van het verbeteren van de bewijslast voor fraude. Aan de hand van de
onderzoeksmethode wordt bewijs verzameld.
Hoofdstuk 1 : de Civiele procedure
De meeste civiele procedures zijn eenvoudig, omdat er maar één schriftelijke ronde is. Dit is de
dagvaarding als de conclusie van eis waarop de conclusie van antwoord volgt van de gedaagde partij.
Vervolgens wijst de rechter vonnis of gelast een comparitie. Bij een comparitie kunnen de partijen hun
standpunt mondeling toelichten, waarop de rechter vonnis wijst, of de partijen verder laat procederen.
Verder laten procederen wordt opgevolgd door na de conclusie van antwoord of comparitie een
conclusie van repliek en dupliek toelaten en daarna eventueel pleitsessie daarna. Dit is allemaal in de
eerste aanleg.
Alle geschillen worden voor de eerste keer bij de rechtbank aanhangig gemaakt, tenzij de wet anders
bepaalt. Welke rechtbank en welke sector je een geschil aanhangig dient te maken wordt bepaalde
door de absolute en relatieve competentie van de rechtbank. In het civiele recht heb je de
kantonrechter en de civiele rechter. Voornamelijk het financiële belang speelt een rol of dat sprake is
van arbeidszaken en/of huur(koop)overeenkomsten. Een geschil vangt altijd aan met een dagvaarding
waarbij ook een dagvaardingstermijn wordt gegeven. Een dagvaarding dient wel te voldaan aan een
aantal vereiste. Duidelijk moet worden wat er wordt geëist om recht te spreken en wie wordt gedaagd.
Een dagvaarding is een deurwaardersexploot. Gebreken in de dagvaarding leiden in beginsel tot een
nietige dagvaarding. In de dagvaarding staat ook de vordering en gronden. Een dagvaarding bestaat
ook uit het weerleggen van eventuele verweren tegen de vordering gestaafd met gronden. Dit is de
substantiëringsplicht. Als de gedaagde de vordering van de eiser betwist, dan dient de eiser in de
dagvaarding aan te geven hoe hij of zij zijn stellingen denkt te kunnen bewijzen. Dit is de
bewijsaandraagplicht. Wie stelt moet kunnen bewijzen. De substantieringplicht en de
bewijsaandraagplicht zorgen voor een effectieve en efficiënte procedure.
De advocaat van de eiser moet de zaak bij de rechtbank aanbrengen. Dit gebeurt bij de griffie van de
rechtbank. De griffie schrijft de zaak op de rol van de rechtbank. De rol is het register van de
rechtbank van alle lopende zaken. Iedere zaak, schriftelijk of niet, krijgt een roldatum. Dit is het
moment dat de zaak voor de rechter komt. Hier vinden de eerste proceshandelingen plaats.
Als de gedaagde niet verschijnt op de rolzitting dan kan de rechter verstek lenen en de eis aan de
eiser toewijzen als dit hem niet ongegrond voorkomt. Dit kan natuurlijk ook als er schriftelijk niet is
gereageerd in de zin van een conclusie van antwoord. De conclusie van eis en de conclusie van
antwoord zijn schriftelijke stukken die in enkelvoud worden ingediend waarbij de andere partij ook een
exemplaar krijgt. Ook kan de gedaagde op de rolzitting vragen voor uitstel voor deze conclusie van
antwoord van 6 weken. Als de advocaat de conclusie gereed heeft dan mag hij deze indienen van de
rolzitting. In de conclusie van antwoord dient de gedaagde zijn verweren te concentreren. Dit betekent
dat hij alle verweren en bewijsmiddelen dient in te zetten om de eis te ontkrachten. Dit is belangrijk
omdat dit ook tevens het enige processtuk kan zijn. Als de gedaagde zelf een eis wilt aanbrengen, dan
wordt dit de eis in reconventie genoemd.
Zoals in de inleiding is aangegeven kan er na de conclusie van antwoord een comparatie volgen,
waarbij alles mondeling kan worden toegelicht. Hierna volgt eventueel conclusie van repliek en
conclusie van dupliek en erna een pleidooi. Echter na de comparitie houdt de zitting meestal op.
Verdere conclusie worden alleen door de rechter toegelaten in uitzonderlijke situaties. Nieuwe feiten
aanbrengen in de verdere conclusie zijn zeer beperkt maar mogelijk. Het is aan de rechter of hij of zij
deze toelaat. Als rechter nog geen vonnis heeft gewezen, kan de eiser zijn eis nog wijzigen in
sommige gevallen (gedaagde moet niet in zijn verdediging worden bemoeilijkt en of tegenstrijdig zijn
met een goede procesorde). Na vonnis kunnen beide partijen binnen drie maanden beroep instellen.
Een vonnis is in principe een (eind)beslissing in de zaak/het geschil.