Hoofdstuk 1 – Particuliere aansprakelijkheidsverzekering
Hoofdstuk 2 – Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven en Beroepen (AVB)
Hoofdstuk 3 – AVB (vervolg)
Hoofdstuk 4 - Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
Hoofdstuk 5 - Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering
Hoofdstuk 6 - Overige aansprakelijkheidsdekkingen
Hoofdstuk 7 – Samenloop van verzekeringen
Hoofdstuk 1: Particuliere verzekeringen
Met een AVP bescherm je direct je eigen vermogen en indirect ook het vermogen van de eventuele
benadeelde. Een AVP komt veel voor. Er is hiervoor een standaard polis model ontworpen. Namelijk
de ‘AVP2000’. Hier staan een aantal suggesties in om over te nemen in de maatschappij polissen.
Deze zien op de volgende gebieden:
1. De kring van verzekerden
Dit kan een alleenstaande polis zijn of een polis met gezinsverband. Voor de keuze voor
gezinsverband is het belangrijk dat je deze kiest op het moment dat je samenwoont met anderen. Ook
indien je het ouderlijk gezag hebt (risicoaansprakelijkheid). Ook is het zo dat studerende kinderen die
tijdelijk ergens anders wonen ook (mee)verzekerd blijven op de AVP van de ouders. Een
alleenstaande polis geeft naast jezelf ook dekking voor logés (secundair) en huispersoneel voor zover
deze verband houden met werkzaamheden voor verzekeringnemer.
2. Verzekerde hoedanigheid
De AVP wordt afgesloten in de sfeer van particuliere huishoudens. Dus de aansprakelijkheid moet
betrekking hebben op het dagelijks leven als particulier. Dit is het grootste verschil met bijvoorbeeld
beroep of bedrijf. In het kader van de AVP moet het kleinschalig blijven. Bijklussen waar je betaald
voor krijgt valt bijvoorbeeld niet onder de AVP. Dit is los van de fiscale verantwoordelijkheid. Er zijn
uitzonderingen op deze particuliere hoedanigheid. Dit zijn:
o Huispersoneel (namelijk wel bedrijfsmatig, maar anders tussen wal en schip).
o Werkende kinderen (wel secundair en moet niet gaan om bedrijf andere verzekerde).
o Vrijwilligerswerk (primair ook werk, maar moet van ‘echt’ werk weg blijven).
3. Omvang van de dekking
De AVP beoogt alles te verzekeren waar je volgens de wet (OD, rechtmatige daad) of uit
overeenkomst (wanprestatie) aansprakelijk voor bent. Er geldt voor de AVP een alles-tenzij dekking.
Er staat hierover dus geen bepalingen in de verzekeringsvoorwaarden over.
De AVP kent twee bijzonder lastige regelingen die te maken hebben met de omvang van de dekking.
Dit is namelijk de aansprakelijkheid voor huizenbezitters en huurders van woningen én het
verkeersrisico.
o Aansprakelijkheidsrisico huizenbezitters en huurders van woningen:
Huizenbezitters Dit is verzekerd onder de AVP. Je bent verzekerd voor bezitter van het pand. Het
criterium is wel dat je dit pand zelf (mede) moet bewonen. Indien je tijdelijk twee huizen bezit (kan niet
beide bewonen) dan geldt maximaal 12 maanden dekking. Moet wel gaan om panden die gebruikt
werden als zelfbewoning. Verhuur is niet standaard (mee)verzekerd want dit is bedrijfsmatig. Veel
verzekeraars geven wel de optie om dit mee te verzekeren onder de AVP. De aansprakelijkheid jegens
derde en de huurder is dan meeverzekerd. In randsteden nog een lastige omdat bij grote panden de
verhuurder daar ook woon. Dan wel vaak criterium gebruik voor eigen bewoning dus verzekerd.
Tweede woning/vakantiewoning dit is ook verzekerd onder de AVP mits deze niet structureel
worden verhuurd. Incidenteel verhuur is in principe geen probleem ondanks het bedrijfsmatig karakter.
In dit geval is dan ook de aansprakelijkheid jegens de huurder verzekerd.
Huurwoning Een huurwoning en de gehuurde vakantiewoning vallen niet onder het
huizenbezittersrisico dus dat is niet verzekerd onder een AVP. Je bent slechts de gebruiker.
Ook de schade die je toebrengt aan de huurwoning valt niet onder de AVP van de huurder, omdat
sprake is van opzicht. Voor schade toegebracht aan de woning zal een opstalverzekering voor moeten
worden afgesloten. Omdat opstalverzekeraars zijn aangesloten bij het verbond en het hier gaat om
,een particulier kan op grond van de Brandregresregeling geen regres worden genomen op de
particulier. Er zijn wellicht nog mogelijkheden via het huurrecht om de schade aan de woning
toegebracht door de huurder vergoed te krijgen.
Aangebrachte objecten (o.a. schotelantennes) door de huurder die schade veroorzaken valt wel onder
de eigen AVP.
Gehuurd vakantieverblijf Voor gehuurde vakantieverblijven in het buitenland geldt een uitzondering
op de opzichtclausule. In het buitenland is de verzekerde (=huurder) al snel aansprakelijk. Er geldt
hier bijvoorbeeld een omgekeerde bewijslast.
o Het verkeersrisico
Het verkeersrisico als fietser of voetganger is verzekerd. De AVP kent wel een uitsluiting voor schade
met en/of veroorzaakt door een motorrijtuig (hier zijn wel insluitingen op). Het gebruik van
motorrijtuigen levert namelijk een extra risico op voor andere weggebruikers.
Omdat het verkeersrisico wel is verzekerd kan ook schade die door een fietser en/of voetganger is
toebracht aan een motorrijtuig onder de dekking vallen. Dit wordt echter wel bemoeilijkt door de
wetgeving namelijk;
o De motorrijtuig zal zijn vordering moeten baseren op 6:162 (inclusief alle vereisten).
o De reflexwerking van artikel 185 WvW geldt (extra bescherming).
o Bij kinderen jonger dan 14 jaar of gehandicapten geldt ook de tijdelijk regeling
verhaalsrechten.
Vooral de laatste levert in de praktijk veel problemen op omdat als een benadeelde bij zijn eigen casco
verzekeraar de schade claimt de verzekeraar deze schade door de regeling niet kan verhalen. Deze
risicoaansprakelijkheden zijn geschreven voor de directe bescherming van de benadeelde en niet voor
de regresnemende verzekeraar(s). Het niet kunnen verhalen van de cascoschade leidt tot een verlies
van de no-claimkorting. In feite wordt de benadeelde dan gedwongen om bij de ouders/begeleiders
deze schade zelf te verhalen. Dit is een ongewenste situatie. Daarom is de regeling over de verdeling
tussen AVP en cascoverzekeraars in het leven geroepen. Indien de benadeelde geen eigen schuld
heeft en de AVP-verzekerde 100% aansprakelijk is dan komt de AVP verzekeraar op voor deze
schade. De casco verzekeraar doet geen beroep op de no-claimkorting.
Begrenzing plaats, tijd en bedrag
Plaats Er geldt altijd werelddekking, maar de verzekerde moet wel wonen in Nederland.
Tijd Voor verzekeringsdekking is het alleen nodig dat de schade is veroorzaakt of ontstaan tijdens
de looptijd van de verzekering. Er is dus sprake van een in- en uitlooprisico op een AVP.
Bedrag Er geldt altijd een verzekerd bedrag per gebeurtenis (voor alle verzekerde samen). Eigen
risico wordt niet vaak toegepast bij AVP (bij sommige risico’s wel). Dit komt omdat nog een vordering
ten hoogte van het ER openblijft voor de benadeelde om te verhalen.
Vergoeding van kosten
Bij een aansprakelijkstelling kunnen meerdere kosten op bepaalde gebieden worden gemaakt.
Sommige worden vergoed boven het verzekerde bedrag en sommige kosten niet. Die vallen als het
waren in de geleden schade/schadeomvang.
Kosten wat in ieder geval altijd binnen het verzekerd bedrag valt zijn de expertisekosten (kosten om
de aansprakelijkheid én schade vast te stellen) en de buitengerechtelijke kosten. Voor de laatste
variant geldt wel 2 convenanten. Het gaat hier om gestandaardiseerde bedragen. Deze kosten zijn
volgens de wet namelijk schade. Voor beide kosten zal tevens de dubbele redelijkheidstoets gemaakt
moeten worden.
Wettelijke rente, proceskosten (met goedvinden en/of opdracht,) bereddingskosten worden vergoedt
boven het verzekerde bedrag.
Zekerheidstelling --> Als in het buitenland door een verzekerde schade is gemaakt dan kan de
buitenlandse overheid in bepaalde gevallen een waarborg verlangen. Dit is een
zekerheidstelling/cautie die valt onder de verzekerignsdekking onder een AVP. Vaak gaat het om
maximaal 10% van de verzekerde som. De verzekerde moet echter wel medewerking verlenen om
deze eventuele beschikbaar gestelde bedrag terug te krijgen. Ook een machtiging die wordt gegeven
aan de verzekeraar komt vaak voor.
, (rechtstreeks) verhaalsrecht
De AVP kent geen rechtstreeks verhaalsrecht. Dit betekent dat de benadeelde afhankelijk wordt
gesteld van diegene die de schade heeft veroorzaakt. Er bestaat door de benadeelde geen
rechtstreeks vorderingsrecht van op AVP verzekeraar. Nadat de schade door de verzekerde is gemeld
zal de Verzekeraar het schaderegelingstraject opstarten en wel rechtstreeks contact hebben met de
benadeelde. In tegenstelling de WAM mag de AVP-verzekeraar alle verweren voeren die hij ook had
mogen voeren tegen de benadeelde. Denk onder andere aan verzwijging, eigen risico, wanbetaling
e.d.
NB: Bij letselschade is er wel een rechtstreeks vorderingsrecht op de AVP-verzekeraar. Alleen is de
benadeelde wel afhankelijk of de veroorzaker aangeeft of en waar hij een verzekering heeft
afgesloten. Voor deze ‘directe actie’ moet ook de verzekerde de schade hebben gemeld. Rechtstreeks
vorderingsrecht is iets anders dan directe actie. Directe actie dan verlang je van de verzekeraar dat
deze de schade rechtstreeks aan jou uitkeert.
4. De uitsluitingen en insluitingen
a. (zuivere) vermogensschade is altijd uitgesloten onder een AVP. Dit is zeg maar de
papierenschade. Denk hierbij aan bedrijfsschade, winstderving of rentederving. Het gaat hier
om financiële schade zonder dat deze het gevolg is van zaak- of personenschade.
b. Opzet is ook altijd uitgesloten onder een AVP. Volgens het verbond moet deze uitsluiting
wel terughoudend worden toegepast. Het opzettelijke karakter moet ook de gedraging zelf af
te leiden zijn. Het is niet noodzakelijk dat opzettelijke schade is toegebracht. Het verbond
heeft een opzetclausule geformuleerd. Ook in groepsverband (anders verzekeraar
bewijsrisico) én opzet kan ook als je je eigen wil niet meer kon bepalen. Er is wel een
ontsnapping als sprake is van kinderen jonger dan 14 jaar. De AVP biedt wel dekking voor de
risicoaansprakelijkheid van de ouders (zij hebben geen opzet). Moet dan wel om een
gedraging gaan van het kind. Ook in groepsverband. Geen risicoaansprakelijkheid als kind
meeliep en bijvoorbeeld toekeek. Kinderen ouder dan 14 jaar hebben eigen AVP dekking.
Voor 14 en 15 jarige ouders mede (risico)aansprakelijkheid. Wel vaak kunnen disculperen.
c. Seksuele gedraging altijd uitgesloten. Ook die in groepsverband (moeilijkheden met
bewijslast). Ook bij deze wel terughoudend worden toegepast. Het gaat hier namelijk om de
uitsluiting die bedoeld is voor de echte seksuele delicten.
d. Opzicht Het gaat hier om een uitsluiten van de aansprakelijkheid voor schade aan zaken
van een ander onder je hebt. Het gaat hier om de zorg voor de zaak van een ander. De zorg
heb je alleen als er een bepaalde duurzame relatie bestaat tussen de verzekerde én de
beschadigde zaak. Er wordt hiervoor gekeken naar de tijdsduur én de intentie. Het
opzichtrisico valt uiteen in het quasi-eigenaarsrisico én het werkrisico.
Quasi-eigenaarsrisico: Bij deze vorm worden zaken tijdelijk aan je bezit toegevoegd/onder hoede
genomen. Het risico op schade is bij deze vorm even groot. En schade aan eigen zaken is ook niet
verzekerd onder een AVP.
Werkrisico/doe-het-zelfrisico: Hier gaat het om een zaak die wordt toevertrouwd om te bewerken en/of
te behandelen in de particuliere sfeer. Het gaat bij een AVP dus als het ware om een vriendendienst
(denk aan helpen schilderen van een huis). Schade aan andere zaken (denk aan ruit bij kozijn
schilderen) is wel verzekerd.
Deze strikte toepassing in de particuliere sfeer wekt veel ergernis. In het huidige polismodel zijn een
aantal uitsluitingen opgenomen waarbij opzichtsituatie standaard zijn uitgesloten. Valt een situatie niet
onder de uitsluiting dan geldt de zachte opzichtclausule. Er is dan beperkte verzekeringsdekking
onder een AVP (bijv. max 12,5k). De situatie waarbij opzicht uitgesloten blijft (hard):
o Huren, pachten, leasen, huurkoop of bestemd voor beroep/bedrijf (lenen dus wel).
o Zaken die je onrechtmatig onder je hebt
o Onder je hebben voor uitoefening beroep en/of betaalde arbeid
o Schade aan motor- en vaartegen etc.
o Bestaat of gevolg is van verlies, diefstal, vermissing van geld/waarde papieren