IPR arbeidsrecht
Stappenplan
1. Internationale feiten?
2. Kwalificatie? Soort overeenkomst
1. Aanduiding probleem
3. IPR vraag? Welke IPR vraag?
4. Bronnen?
1. Verordeningen, verdragen en nationale regels
5. Toepassingsgebied (bij internationale bronnen)?
1. Materieel, formeel en temporeel
6. Samenloop?
7. Toepassing van de bron
Week 5: algemeen kader en context
EU-arbeidsmobiliteit
- Vrij verkeer werknemers
- afschaffing discriminatie
- kan wel dat je aan bepaalde voorwaarden moet voldoen (bijv. opleiding),
maar langs dezelfde meetlat als nationale werknemer
- art 45 VWEU
- art 7 Vo. 492/11
- art 8, 9 Rome I
- art 11(3)(a) Vo 883/04
- Koninklijke route → lex loci laboris, art 45 VWEU
- het toepassen van het recht van het land waar de werknemer daadwerkelijk
werkt — zowel voor arbeidsrecht als voor sociale zekerheid.
- vrijheid van dienstverlening → detachering en werken in 2+ lidstaten
- art 56 VWEU
- art 8 en 9 Rome I
- Detacheringsrichtlijn en handhavingsrichtlijn
- art 12 en 13 Vo 883/04
- Een werknemer die door zijn werkgever tijdelijk naar een andere lidstaat
wordt gestuurd (max 24 maanden), blijft onder het sociale zekerheidsstelsel
van het zendland vallen. art 56 VWEU. Voorwaarden:
- werknemer wordt niet vervangen
- echte band tussen werkgever en werknemer
- tijdelijkheid: 12 maanden
- niet op initiatief werknemer, werkgever neemt dienst aan in ander
land die uitgevoerd moet worden
- Wel nog steeds minimale arbeidsrechtelijke bescherming in werkland
- Werken in 2 of meer lidstaten? art 13 Vo 883/04, andere coördinatieregels
- vrijheid van vestiging van een zelfstandige of rechtspersoon
- art 49 VWEU
- richtlijn 2006/123/EC
- art 4(2) handhavingsrichtlijn 2014/67
nationale recht blijft buiten EU recht ook gelden!
1
,Rome I -> Voor 17 december 2009: EVO-verdrag
- van toepassing als
- van toepassing bij internationale arbeidsovereenkomst, artikel 1 lid 1
- EN het geschil voor rechter komt van lidstaat, art 2
- temporeel toepassingsgebied: gesloten voor of na 17 december 2009
Toepassingsgebieden en samenloop (vraag 5 en 6)
1. Bronnen /Toepassingsgebied (EVO: 3, 6, 7)
a. Materieel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. verb. uit ovk (art. 1)
1. geen onderscheid type ovk
ii. uitzonderingen artikel 1 lid 2
b. Formeel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. universeel (art. 2)
ii. toepasselijk, ongeacht het het recht van een lidstaat is
c. temporeel: art 28
i. Rome I: overeenkomsten gesloten op of na 17 dec 2009
ii. EVO: voor 17 dec 2009, maar ook daarna nog samenloop, art 24 RomeI
1. Verordening vervangt verdrag, binnen EU lidstaten
Toepassing (vraag 7)
1. Art 3 Rome I: subjectieve verwijzing → partijautonomie
a. Partijen mogen kiezen → contractsvrijheid
i. partijen mogen kiezen tussen ieder statelijk recht
ii. recht om te kiezen in onbeperkt
iii. 3(4): Europese casus met rechtskeuze buiten EU recht dwingende
bepalingen EU recht blijven geldig
iv. 3(3): nationale casus met internationale rechtskeuze dwingende
bepalingen nationaal recht blijven geldig
v. Maar let op! Je kunt pas keuze maken bij internationaal element, anders
gewoon recht van toepassing zoals volgens aovk bepaald.
vi. wel ongelijkheidscompensatie
b. Formele vereisten
i. uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken uit de bepalingen ovk
ii. dépeçage toegestaan
1. voor bepaalde delen een ander rechtsstelsel gebruikt dan bij een
ander deel
iii. bestaan en geldigheid getoetst ogv art 10, gebruikt recht van gekozen recht
om te bepalen of het aan de formele eisen voldoet
iv. art 11 en 13
c. Effecten
i. toegepast op alle aspecten, art 12
ii. mogen wijzigen, maar geen effect door derde
2. art 8 Rome I: uitzondering zwakke partijen: rechtskeuze is wel mogelijk, maar wel
bescherming in artikel
a. art 8 arbeidsovk
i. keuzevrijheid mag niet toe leiden dat wn bescherming verliest
ii. gunstigheidsbeginsel
iii. Geen rechtskeuze → kijk naar art. 8 lid 2, daarna lid 3 en daarna lid 4.
b. objectief toepasselijk recht: art 8 lid 2-4 Rome I
i. gewoonlijk arbeid verrichten → primair, lid 2
1. centrum van werkzaamheden, meeste arbeidstijd of stalling van
voertuigen
2
, ii. vestiging → subsidair, lid 3
1. agentschappen
2. Feitelijke en formele werkgever
iii. nauwere band → mogelijkheid om af te wijken, lid 4
1. Exceptieclausule–nauwere band met ander land dan volgt uit
gewoonlijk werkland of vestigingscriterium
2. Welk stelsel materieel betere wn-bescherming biedt, speelt geen rol
3. Criteria
a. waar vindt betaling van inkomstenbelastingen/heffingen uit
arbeid plaats
b. Waar aangesloten bij socialezekerheidsstelsel,
ziektekostenverzekering, pensioenstelsel?
c. Betaling reiskosten door werkgever & andere
arbeidsvoorwaarden
iv. Let op! Als je wel rechtskeuze hebt gemaakt, moet je ook dit stappenplan
aflopen. Je moet kunnen vaststellen wat het meest gunstig is.
3. Voorrangsregels, art 9 Rome I
a. Normale regel: subjectief en objectief toepasselijk recht. Maar als het over
feestdagen gaat, gaat voor.
b. Bepalingen waaraan land zoveel belang hecht voor handhaving van zijn openbare
belangen zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, moeten worden
toegepast ongeacht welk recht van toepassing is op de overeenkomst
c. Ge’AVV-de CAO-bepalingen? Worden geacht voorrangsbepalingen te zijn. En bijv.
ook Wet minimumloon, want is niet alleen partijbelang.
4. Uitzondering art 21: openbare orde verboden, maakt niet uit welk recht van toepassing is
Voor welk gerecht dient hij dan de werknemer te dagen?
- Hoofdregel: gewone verblijfplaats.
3
Stappenplan
1. Internationale feiten?
2. Kwalificatie? Soort overeenkomst
1. Aanduiding probleem
3. IPR vraag? Welke IPR vraag?
4. Bronnen?
1. Verordeningen, verdragen en nationale regels
5. Toepassingsgebied (bij internationale bronnen)?
1. Materieel, formeel en temporeel
6. Samenloop?
7. Toepassing van de bron
Week 5: algemeen kader en context
EU-arbeidsmobiliteit
- Vrij verkeer werknemers
- afschaffing discriminatie
- kan wel dat je aan bepaalde voorwaarden moet voldoen (bijv. opleiding),
maar langs dezelfde meetlat als nationale werknemer
- art 45 VWEU
- art 7 Vo. 492/11
- art 8, 9 Rome I
- art 11(3)(a) Vo 883/04
- Koninklijke route → lex loci laboris, art 45 VWEU
- het toepassen van het recht van het land waar de werknemer daadwerkelijk
werkt — zowel voor arbeidsrecht als voor sociale zekerheid.
- vrijheid van dienstverlening → detachering en werken in 2+ lidstaten
- art 56 VWEU
- art 8 en 9 Rome I
- Detacheringsrichtlijn en handhavingsrichtlijn
- art 12 en 13 Vo 883/04
- Een werknemer die door zijn werkgever tijdelijk naar een andere lidstaat
wordt gestuurd (max 24 maanden), blijft onder het sociale zekerheidsstelsel
van het zendland vallen. art 56 VWEU. Voorwaarden:
- werknemer wordt niet vervangen
- echte band tussen werkgever en werknemer
- tijdelijkheid: 12 maanden
- niet op initiatief werknemer, werkgever neemt dienst aan in ander
land die uitgevoerd moet worden
- Wel nog steeds minimale arbeidsrechtelijke bescherming in werkland
- Werken in 2 of meer lidstaten? art 13 Vo 883/04, andere coördinatieregels
- vrijheid van vestiging van een zelfstandige of rechtspersoon
- art 49 VWEU
- richtlijn 2006/123/EC
- art 4(2) handhavingsrichtlijn 2014/67
nationale recht blijft buiten EU recht ook gelden!
1
,Rome I -> Voor 17 december 2009: EVO-verdrag
- van toepassing als
- van toepassing bij internationale arbeidsovereenkomst, artikel 1 lid 1
- EN het geschil voor rechter komt van lidstaat, art 2
- temporeel toepassingsgebied: gesloten voor of na 17 december 2009
Toepassingsgebieden en samenloop (vraag 5 en 6)
1. Bronnen /Toepassingsgebied (EVO: 3, 6, 7)
a. Materieel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. verb. uit ovk (art. 1)
1. geen onderscheid type ovk
ii. uitzonderingen artikel 1 lid 2
b. Formeel: hetzelfde voor Rome I en EVO
i. universeel (art. 2)
ii. toepasselijk, ongeacht het het recht van een lidstaat is
c. temporeel: art 28
i. Rome I: overeenkomsten gesloten op of na 17 dec 2009
ii. EVO: voor 17 dec 2009, maar ook daarna nog samenloop, art 24 RomeI
1. Verordening vervangt verdrag, binnen EU lidstaten
Toepassing (vraag 7)
1. Art 3 Rome I: subjectieve verwijzing → partijautonomie
a. Partijen mogen kiezen → contractsvrijheid
i. partijen mogen kiezen tussen ieder statelijk recht
ii. recht om te kiezen in onbeperkt
iii. 3(4): Europese casus met rechtskeuze buiten EU recht dwingende
bepalingen EU recht blijven geldig
iv. 3(3): nationale casus met internationale rechtskeuze dwingende
bepalingen nationaal recht blijven geldig
v. Maar let op! Je kunt pas keuze maken bij internationaal element, anders
gewoon recht van toepassing zoals volgens aovk bepaald.
vi. wel ongelijkheidscompensatie
b. Formele vereisten
i. uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken uit de bepalingen ovk
ii. dépeçage toegestaan
1. voor bepaalde delen een ander rechtsstelsel gebruikt dan bij een
ander deel
iii. bestaan en geldigheid getoetst ogv art 10, gebruikt recht van gekozen recht
om te bepalen of het aan de formele eisen voldoet
iv. art 11 en 13
c. Effecten
i. toegepast op alle aspecten, art 12
ii. mogen wijzigen, maar geen effect door derde
2. art 8 Rome I: uitzondering zwakke partijen: rechtskeuze is wel mogelijk, maar wel
bescherming in artikel
a. art 8 arbeidsovk
i. keuzevrijheid mag niet toe leiden dat wn bescherming verliest
ii. gunstigheidsbeginsel
iii. Geen rechtskeuze → kijk naar art. 8 lid 2, daarna lid 3 en daarna lid 4.
b. objectief toepasselijk recht: art 8 lid 2-4 Rome I
i. gewoonlijk arbeid verrichten → primair, lid 2
1. centrum van werkzaamheden, meeste arbeidstijd of stalling van
voertuigen
2
, ii. vestiging → subsidair, lid 3
1. agentschappen
2. Feitelijke en formele werkgever
iii. nauwere band → mogelijkheid om af te wijken, lid 4
1. Exceptieclausule–nauwere band met ander land dan volgt uit
gewoonlijk werkland of vestigingscriterium
2. Welk stelsel materieel betere wn-bescherming biedt, speelt geen rol
3. Criteria
a. waar vindt betaling van inkomstenbelastingen/heffingen uit
arbeid plaats
b. Waar aangesloten bij socialezekerheidsstelsel,
ziektekostenverzekering, pensioenstelsel?
c. Betaling reiskosten door werkgever & andere
arbeidsvoorwaarden
iv. Let op! Als je wel rechtskeuze hebt gemaakt, moet je ook dit stappenplan
aflopen. Je moet kunnen vaststellen wat het meest gunstig is.
3. Voorrangsregels, art 9 Rome I
a. Normale regel: subjectief en objectief toepasselijk recht. Maar als het over
feestdagen gaat, gaat voor.
b. Bepalingen waaraan land zoveel belang hecht voor handhaving van zijn openbare
belangen zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, moeten worden
toegepast ongeacht welk recht van toepassing is op de overeenkomst
c. Ge’AVV-de CAO-bepalingen? Worden geacht voorrangsbepalingen te zijn. En bijv.
ook Wet minimumloon, want is niet alleen partijbelang.
4. Uitzondering art 21: openbare orde verboden, maakt niet uit welk recht van toepassing is
Voor welk gerecht dient hij dan de werknemer te dagen?
- Hoofdregel: gewone verblijfplaats.
3