Het college draagt de provocerende titel: ‘Waarom mag iedereen maar één uur per dag
krankzinnig zijn?’ en onderzoekt de grens tussen normaal en abnormaal gedrag.
KERNPUNTEN VAN DE INHOUD
1. DSM vs. diagnose – uitdagingen
Denys bespreekt hoe het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)
fungeert als leidraad in de psychiatrie en vaak wordt beschouwd als de bijbel van de
diagnostiek sinds de herziene DSM-5 in mei 2013, maar dat het stellen van een psychische
diagnose vergaand complexer is en niet altijd toereikend.
2. De medische en maatschappelijke impact:
Er wordt benadrukt dat de diagnostiek niet alleen een klinische kwestie is, maar ook
beïnvloed wordt door maatschappelijke mechanismen. Denk aan vergoeding door
zorgverzekeraars, invloed van de farmaceutische industrie en bredere
medicaliseringstendensen, waarbij normaal gedrag sneller een stoornis wordt genoemd.
3. Beperkingen van codering in hokjes
Het DSM-kader schept volgens Denys soms een gefixeerde kijk op aandoeningen, terwijl
psychisch lijden vaak veel complexer en genuanceerder is. Dit kan leiden tot overdiagnose of
medicalisering van normaal gedrag.
De titel suggereert dat er slechts een korte tijdsdosis ‘krankzinnigheid’ toegestaan lijkt – wat
is dit precies?
Er wordt uitgenodigd om te reflecteren op de spanning tussen ‘normaal functioneren’ en
menselijke kwetsbaarheid. Er wordt bekritiseerd dat er gebrek aan ruimte is in onze
samenleving voor emotionele intensiteit of afwijking zonder meteen van diagnostiek gebruik
te maken.
De titel roept op tot bewustzijn dat psychisch lijden in doses bestaat, en dat onze cultuur (en
de psychiatrie) misschien te snel grenzen trekt.
Het college laat zien dat psychiatrie niet enkel wetenschappelijk is, maar ook filosofisch en
maatschappelijk van aard. Diagnoses zijn geen absolute waarheden, maar labels die zowel
hulp kunnen bieden als kunnen beperken.
VIDEO: HANNAH VERBOOM PSYCHOSE
Hannah kreeg haar eerste psychose op jonge leeftijd, vlak na een periode van succes en
druk in haar leven.
Ze beschrijft hoe overweldigend en angstaanjagend de ervaring was, mede omdat er in de
samenleving weinig kennis en openheid is over psychische stoornissen.
Ze benadrukt dat er nog veel taboe rust op mentale kwetsbaarheid, vooral op ernstige
aandoeningen als psychoses.
Schaamte en angst voor stigmatisering maakten het moeilijk om haar verhaal te delen.
Haar herstel bestond uit medische hulp, maar vooral ook uit leren praten en de ervaring
integreren in haar leven.
Ze ziet kwetsbaarheid niet meer als een tekort, maar als een kracht die verdieping geeft aan
relaties en haar werk.
Hannah verbindt haar persoonlijke verhaal aan een breder thema van menselijkheid en
verbinding.
Psychologische ontwrichting kan ook een ingang zijn tot een dieper besef van wie je bent en
wat echt belangrijk is.
Ze roept op tot meer openheid, acceptatie en normalisatie van psychische problemen.
Volgens haar kunnen media, kerken en maatschappelijke organisaties een belangrijke rol
spelen in het doorbreken van stigma’s.
Het interview laat zien hoe Hannah haar psychose van een bron van schaamte heeft weten
om te zetten in een verhaal van kracht, kwetsbaarheid en hoop. Ze pleit voor een
samenleving waarin mentale gezondheid bespreekbaar is, en waar ruimte is voor zowel
kwetsbaarheid als veerkracht.
, 1
HET BELANG VAN DIAGNOSTIEK – INTERVIEW MET JIM VAN OS
In de somatische geneeskunde heeft diagnostiek drie functies:
Begrijpen wat er aan de hand is.
Richting geven aan behandeling
Voorspellen hoe het verder zal gaan – prognose.
De DSM schiet hierop tekort:
Ze helpt niet werkelijk te begrijpen wat er speelt;
Het biedt weinig houvast voor een behandeling;
Het voorspelt nauwelijks hoe het met iemand verder zal gaan.
Van Os neemt een pragmatische positie in m.b.t. psychiatrische diagnoses. Het idee van een
vaststaande ziekte-entiteit (schizofrenie) wordt afgewezen, omdat er geen wetenschappelijk
bewijs voor is.
Hij spreekt over een continuüm van ervaringen die bij iedereen kunnen voorkomen,
en soms uit de hand lopen.
Of er sprake is van zorgbehoefte hangt af van de manier waarop iemand zich
verhoudt tot die ervaringen. Wie interne stemmen als eigen ervaart, heeft er vaak zelf
geen last van.
Diagnostiek moet vooral kijken naar de betekenis die iemand geeft aan zijn
ervaringen.
Diagnostiek is altijd verweven met maatschappelijke en politieke keuzes.
De overgang van DSM-II naar DSM-III in de jaren ’80 maakte van psychiatrie een
biomedische discipline.
Het leverde status, duidelijke richtlijnen en financiële overzichtelijkheid op – het ging
ten koste van maatschappelijke reflectie.
Psychisch lijden werd teruggebracht tot een probleem in het brein.
Van Os pleit voor een bredere, contextuele en maatschappelijk bewuste vorm van
diagnostiek, die recht doet aan de werkelijkheid van psychisch lijden.
WAAR KAN IK TERECHT MET ZORGEN OM EEN PERSOON MET VERWARD
OF ONBEGREPEN GEDRAG
Onbegrepen gedrag kan verschillende oorzaken hebben:
Psychische problemen;
Verslaving;
Verstandelijke beperking;
Schulden;
Dakloosheid;
Sociaal isolement;
Of een opeenstapeling van bovengenoemde
HOE ERVAAR JE EEN PSYCHOSE?
Sharon vertelt hoe overweldigend en beangstigend een psychose is. Mensen die daar
gevoelig voor zijn, krijgen talloze prikkels binnen: geluiden, beelden, gedachten die ze niet
meer kunnen filteren.
Tijdens een psychose verliezen ze de controle over hun eigen lichaam en handelen,
vergelijkbaar met dronkenschap: je doet dingen die je je later niet meer kunt herinneren.
Besef dat je psychotisch bent, kan er zijn, maar het besef helpt niet om grip te krijgen of de
ervaring te stoppen.
Sharon benadrukt dat dit verlies van controle beangstigend is. In tegenstelling tot
middelengebruik, waarbij je achteraf een verklaring hebt, ontbreekt die houvast bij een
psychose.
Er ontstaat angst en onzekerheid over wat er gebeurd is.
Wanneer ze anderen psychotisch ziet, is dat confronterend en verdrietig. Het roept
herinneringen op aan hoe ze zichzelf niet was; dingen zei en deed die ze niet kon plaatsen.
Het is pijnlijk te beseffen dat je geen hulp toelaat en elkaar niet kunt ondersteunen.
, 2
De ervaring wordt zo beschreven als een wereld waarin mensen tijdelijk hun eigen identiteit
en controle verliezen, en waarin machteloosheid, zowel persoonlijk als in de omgang met
anderen, centraal staat.
JÖRGEN RAYMANN VERTELT OVER DE DEPRESSIE VAN ZIJN DOCHTER
Jörgen vertelt over zijn dochter Melody, die te maken kreeg met een chronische depressie. Als
ouders merkten hij en zijn vrouw dat ze haar energie en vrolijkheid kwijtraakte, vooral in een periode
waarin ze moeite had om werk te vinden. Eerst dachten ze dat het tijdelijk was, maar toen Melody
aangaf dat ze zich afvroeg waarom ze ’s ochtends nog wakker werd, werd duidelijk dat het ernstiger
was.
Na verwijzingen via de huisarts vond ze pas bij de tweede psycholoog een goede klik; de eerste sloot
niet aan bij de Surinaamse waarden van haar gezin. Met steun van haar ouders, die er consequent
voor haar waren zonder haar therapie-inhoud te bevragen, leerde ze haar signalen herkennen en
accepteren dat sombere momenten tijdelijk zijn. Dat gaf zowel haar als haar ouders rust en
vertrouwen.
IK BEN BIPOLAIR; WAT WIL JE WETEN?
Kathleen vertelt hoe haar leven sinds de diagnose bipolaire stoornis (+/- 6,5 jaar geleden)
wordt bepaald door afwisselende manische en depressieve periodes.
Tijdens manieën ervaart ze een enorme energietoename (weinig slapen, minder eten, veel
praten, verhoogd zelfvertrouwen) en soms doet ze dingen waar ze spijt van krijgt: ontrouw.
De manie kan zo ver gaan dat grenzen verdwijnen en gedrag risicovol of onveilig wordt, soms
met psychotische trekken.
Depressieve perioden voelden hopeloos en zwaar en kostten vooral de mensen om haar
heen veel verdriet, omdat ze langdurig uitgeput en passief was.
De diagnose bracht ook opluchting: er kwam een verklaring en daarmee een behandelplan,
incl. medicatie.
De medicatie werd ervaren als stabiliserend en volgens haar voorkomt het dat een
opwaartse periode doorsloeg in een manie.
Genezing is niet het doel van de behandeling. Het doel van behandeling richt zich op
het stabiliseren; het leren omgaan met het patroon en de symptomen beheersen.
Relationeel heeft de stoornis veel impact: haar partner heeft perioden van zorgen en lijden
meegemaakt, de manische perioden zorgden voor moeilijke keuzes binnen de relatie.
Positieve kanten: de manieën geven tijdelijk extreme zelfverzekerdheid en productiviteit.
HET ONGEWENSTE EFFECT VAN LABELS EN DE DSM
Kernboodschap: Van Os stelt dat psychiatrische labels uit de DSM vaak meer kwaad dan
goed doen. Diagnoses als depressie, ADHD of schizofrenie plaatsen mensen in hokjes die
niet goed aansluiten bij hun ervaring of behoeften. I.p.v. labels zouden we psychisch lijden
moeten begrijpen in relatie tot context en bewustzijn.
Problemen met de DSM:
1. Symptomen verschillen sterk per persoon – drie mensen met bijv. depressie hebben
vaak heel andere klachten.
2. Weinig overeenstemming tussen psychiaters – één patiënt kan meerdere diagnoses
krijgen.
3. Geen objectieve markers – geen bloedtest of hersenscan kan de diagnose bevestigen.
4. Behandelingen sluiten niet aan op de diagnose – therapieën en medicijnen werken
grotendeels ‘breed’ en zijn niet strikt gebonden aan een specifiek label.