1. Inleiding & rode draad
Dit hoorcollege behandelt twee hoekstenen: (1) grenzen van de strafbaarheid van
beeldmateriaal (kinderporno — het schilderijen-arrest) en (2) moderne cyberdelicten
(doxing, hacking, malware). Centraal staat de vraag: wanneer mag de strafwet het
gedrag binnentreden zonder te veel buitensluiten of overinclusiviteit? Daarbij
relevant: legaliteitsbeginsel, proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit.
2. Arresten — kernpunten en lespunten
A. HR — Schilderijen van kinderporno
Feit: verkoop van geschilderde afbeeldingen van minderjarigen in seksuele
context; schilderijen deels gebaseerd op foto's.
Hoge Raad: geschilderde, realistische weergave kan onder artikel 240b Sr
vallen; niet beperkt tot foto’s.
Belangrijke nuance: het gaat om realistische / levensechte weergave die de
indruk wekt dat echte kinderen betrokken zijn — dus ook niet-fotografische
werken kunnen strafbaar zijn.
Lespunten / rechtsvragen
Waar ligt de grens tussen artistieke expressie en strafbare weergave? Het
criterium is of de afbeelding niet van echt te onderscheiden kan worden —
niet puur of het medium een foto is.
Het hof in de zaak zou volgens de procureur-generaal een verkeerde maatstaf
hebben gehanteerd: het hof zei “realistisch” maar ook “duidelijk te
onderscheiden van foto” — dat strookt niet met de wetseis dat het niet van
echt te onderscheiden moet zijn voor virtuele kinderporno.
Praktische toets: beeld wordt beoordeeld of het zó realistisch is dat het de
suggestie wekt van een echte minderjarige die seksuele handelingen verricht.
B. Doxing-zaak (ECLI:NL:RBAMS:2024:6022)
Kern: openbaarmaking persoonsgegevens op Telegram met intimidatie-doel;
ook geweldsdelicten en wapenbezit. Sinds 1 januari 2024 strafbaar onder art.
285d Sr.
Strafrechtelijke uitkomst: deels vrijspraak poging zware mishandeling (middel
niet geëigend), veroordeeld voor exposing/doxing, deels voorwaardelijke
gevangenisstraf + taakstraf, schadevergoeding aan slachtoffers.
Forensische les: doel en effect (angst, overlast, belemmering uitoefening
beroep) zijn essentieel voor kwalificatie onder art. 285d.
Toerekeningsvatbaarheid kan verminderd zijn — invloed op straf.
Lespunten
Doxing raakt directe fundamentele belangen (privacy, persoonlijke veiligheid)
en is daardoor snel strafwaardig. Maar: risico overinclusiviteit — niet elk delen
van persoonsgegevens is crimineel (context en opzet zijn doorslaggevend).
3. Analyse van de conclusie procureur-generaal (schilderijenzaak)
AG zegt: hof muisde maatstaf; moet toetsen aan “niet van echt te
onderscheiden”. Als het hof zelf erkent dat schilderijen te onderscheiden zijn
1
, van foto’s, is lastig te zien hoe ze toch niet van echt te onderscheiden zouden
zijn.
AG adviseert vernietiging en terugverwijzing: procedureel correct — het hof
had de juiste juridische norm moeten toepassen en motiveren.
Hoe dit te gebruiken in tentamenantwoord
Leg eerst de wettelijke maatstaf uit (240b Sr: realistisch/noodzaak niet van
echt te onderscheiden).
Vergelijk hofmotivering met maatstaf: toon de inconsistentie aan.
Concludeer: vernietiging geboden — herbeoordeling door hof noodzakelijk.
4. Criteria voor strafbaarstelling — toelichting en toepassing
Hier gaat het om wanneer strafrecht moet optreden (strafwaardigheidsbeginsel) en
hoe dat gebeurt.
1. Ultimum remedium
o Strafrecht is laatste middel; alleen waar andere instrumenten (civiel,
bestuursrecht) ontoereikend zijn.
o Praktijk: bij massale, ernstige inbreuken op persoonlijke levenssfeer
(doxing met intimidatie) is strafrecht vaak gerechtvaardigd.
2. Hulsman: ‘negatieve kriteria’
o Vraag niet alleen of gedrag schadelijk is, maar ook of strafrecht
geschikt is om het te reguleren.
o Negatieve criteria: risico op overinclusiviteit, chilling effect,
handhaafbaar?
3. De Roos / Buisman — crimineel-politieke toetsing
o Herordening: prioriteer welke sociale schade de wetgever wil bestrijden;
kies instrumentarium op basis daarvan.
4. Schadelijke gedraging
o Objectieve schade (fysiek, economisch) of ernstige inbreuk op
fundamentele rechten (privacy, seksuele integriteit).
5. Subsidiariteit
o Kan civiel of bestuursrecht volstaan? Als ja: geen strafrecht.
6. Proportionaliteit
o Straf moet in verhouding staan tot ernst van de gedraging en de schuld
van de dader.
7. Legaliteit
o Duidelijke, afgebakende delictsomschrijving; geen terugwerkende
kracht; bestanddelen voldoende concreet (zoals AG bekritiseerde bij
het hof).
8. Effectiviteit & handhaafbaarheid
o Is de delictsomschrijving concreet genoeg voor opsporing, bewijs en
vervolging? (denk: ‘niet van echt te onderscheiden’ is technisch
toetsbaar).
9. Corstens
o (Waarschijnlijk refereert aan beleids- en theorievragen rond
strafwaardigheid — gebruik als argumentatiehulpmiddel.)
10. Civielrecht / Bestuursrecht vs Strafrecht
o Overweging: sneller civiel recht (verbod, schadevergoeding) of langere
strafrechtelijke route met zwaardere sancties?
5. Cybercriminaliteit — wetten en betekenis
2
,Wet Computercriminaliteit I (1993)
Introductie van computervredebreuk (art. 138ab). Kern: onrechtmatig
binnendringen in een geautomatiseerd werk.
Definities (gegevens, geautomatiseerd werk) cruciaal voor afbakening.
Wet Computercriminaliteit II (2006)
Strafbaarstelling van DOS-aanvallen, en bezit/verspreiding virtuele
kinderporno (relevantie: verbreding terrein).
Richtlijn 2013/40/EU werd relevant voor harmonisatie.
Wet Computercriminaliteit III (2019)
Nieuwe delicten: online handelsfraude, virtuele ontucht/grooming, verdere
verduidelijking hacken.
Belangrijke artikelen
Art. 350a Sr (gegevensaantasting / malware, ransomware)
o Strafbaar: opzettelijk en wederrechtelijk gegevens
veranderen/wissen/onbruikbaar maken. Straffen oplopend tot 2-4 jaar
afhankelijk van ernst en bedrieglijkheid.
o Lid 3: verspreiden van schadelijke bestanden bestemd om schade te
richten — zwaardere sanctie (tot 4 jaar).
o Uitzondering: niet strafbaar wanneer het handelen met doel schade te
beperken (bv. white-hat patching) — intentie en doel dus
doorslaggevend.
Art. 138ab Sr (computervredebreuk / hacken)
o Lid 1: binnendringen door doorbreken van beveiliging, technische
ingreep, valse signalen/hoedanigheid etc. — max 2 jaar.
o Lid 2: verzwaring als gegevens worden off-taken/overgenomen — max
4 jaar.
Art. 285d Sr (doxing, sinds 1-1-2024 in jouw aantekening)
o Strafbaar wanneer persoonsgegevens worden verschaft/verspreid met
bedoeling iemand angst aan te jagen, ernstige overlast te veroorzaken
of ernstige belemmering in beroep. Max 2 jaar.
o Kern: opzet en doel — ongerichte publicatie zonder kwaadaardig
oogmerk kan buiten strafbaarheid vallen.
6. Maatschappelijke ontwikkelingen & internationale instrumenten
Toenemende aandacht voor online seksuele misdrijven → wetswijzigingen
(Wet Seksuele Misdrijven e.d.), Europese richtlijnen (2011/93/EU,
2013/40/EU).
EVRM en Verdrag van Istanbul relevant voor interpretatie: bescherming
individuele rechten, verplichtingen staat.
"Online proof" — bewijszekerheid en digitale sporen; opsporingspraktijken
moeten voldoen aan proportionaliteit en privacy-normen.
7. Toepassing van strafrechtelijke criteria op casusvoorbeelden
1) Schilderijen van kinderporno
Schadelijkheid: hoge maatschappelijke consensus dat kinderporno ernstig is.
Legaliteit: artikel 240b Sr vereist concreetheid. Interpretatie moet voldoen aan
legaliteitsbeginsel.
Subsidiariteit: civielrecht biedt geen adequate preventie; strafrecht
gerechtvaardigd als schilderijen de indruk wekken van echte minderjarigen.
3
, Proportionaliteit: sancties moeten aansluiten bij ernst en bewezen opzet
(vervaardigen en aanbieden).
2) Doxing-zaak
Schadelijkheid: direct psychisch en praktische schade; strafrecht
gerechtvaardigd.
Subsidiariteit & proportionaliteit: civiele weg mogelijk voor schadevergoeding,
maar strafrecht nodig om preventie en strafdrempel te bieden.
Overinclusiviteit risico: voorstel in aantekeningen voor bijzondere
uitsluitingsgrond “te goeder trouw” of weerlegbaar bewijsvermoeden —
beleidsopties om chilling effect te beperken.
8. Kernconclusies
Schilderijen kunnen strafbaar zijn als ze realistisch genoeg zijn dat ze niet
van echte kinderporno te onderscheiden zijn — cruciaal is de feitelijke indruk
die het materiaal wekt. Hofsopvattingen die hier slordig met termen spelen
(realistisch vs. niet te onderscheiden) zijn juridisch onhoudbaar.
Doxing is strafbaar wanneer verspreiding van persoonsgegevens
doelbewust angst, overlast of belemmering veroorzaakt — opzet en gevolg
zijn beslissend.
Cyberwetgeving is gespreid over meerdere wetten; onderscheiden moeten
worden: binnendringen (138ab), aantasting/verspreiding malware (350a) en
specifieke nieuwe delicten.
Strafrecht mag niet reflexmatig worden ingezet — altijd toetsen op
subsidiariteit, proportionaliteit en legaliteit.
Hoorcollege 2: Ontoerekenbaarheid (art. 39 Sr)
1. Plaats in het beslissingsmodel (art. 350 Sv)
De beoordeling van ontoerekenbaarheid hoort bij vraag 3: Is de verdachte
strafbaar?
1. Is het feit bewezen?
2. Is het bewezenverklaarde strafbaar?
3. Is de verdachte strafbaar? → hier spelen schulduitsluitingsgronden,
waaronder art. 39 Sr
4. Welke sanctie? (straf en/of maatregel, bijv. TBS)
4