Oefentoets
1. Wat is de functie van het zaadblaasje?
2. Wanneer spreekt men van sperma?
3. Daan zegt dat de urineblaas urine produceert. Heeft Daan gelijk? Verklaar je
antwoord.
2 – Hormoonhuishouding man
4. Welke klier produceert luteïniserend hormoon? En waar zit deze klier?
5. Beschrijf in je eigen woorden wat testosteron is.
6. De testes kan worden beïnvloed door twee hormonen. Welke twee hormonen zijn dit?
Beschrijf in je eigen woorden wat deze hormonen doen in de testes.
7. Welk orgaan is met roze
aangegeven in de foto
hiernaast?
8. Welk hormoon produceert het
orgaan dat met blauw is
aangegeven in de foto
hiernaast?
9. Welke organen zijn hormoonklieren bij de man?
3 – Hormoonhuishouding vrouw
10. Welke functie vervult FSH bij de vrouw?
11. Beschrijf in je eigen woorden wat oestrogeen is en wat het doet bij de vrouw.
12. Het ontstaan van jeugdpuistjes in de puberteit heeft te maken met toename van
geslachtshormonen. Waar in het voortplantingsstelsel van een vrouw worden deze
geslachtshormonen gemaakt?
13. Maarten zegt dat de eierstokken onder invloed van hormonen uit de hypofyse eicellen
laten rijpen. Guido zegt dat alle onrijpe eicellen al vanaf de geboorte bij een vrouw
aanwezig zijn.
Wie heeft/hebben gelijk?
4 – menstruatiecyclus
14. Marnix zegt dat tijdens de menstruatie de onbevruchte eicel het lichaam uitgewerkt
wordt.
Martine zegt dat tijdens de menstruatie de doorgerijpte gele lichamen het lichaam
uitgewerkt worden.
Wie heeft/hebben gelijk?
, 15. Op welke plaats rijpt het follikel? Waaraan zie je dat een zwangerschap is
opgetreden?
16. In het diagram hieronder is het verband weergegeven tussen de tijd en de dikte van
het baarmoederslijmvlies van een volwassen vrouw.
Tussen tijdstip 1 en tijdstip 5 ligt ongeveer een maand.
Tussen welke van de aangegeven tijdstippen vindt ovulatie plaats?
17. In de afbeelding zijn de voortplantingsorganen van een vrouw schematisch
weergegeven.
Welke letter geeft het orgaan aan waarin een embryo zich innestelt?
18. Welk proces wordt er bij proces a aangegeven? Noem 1 begrip.
19. Beschrijf in je eigen woorden hoe het komt dat een vrouw niet onbeperkt
vruchtbaar blijft net zoals de man.
5 – Bevruchting en Ontwikkeling
20. Beschrijf in je eigen woorden wat bevruchting is.
21. Hieronder worden drie beweringen over geslachtscellen gedaan. Geef
antwoorden op de onderstaande vragen steeds met 1 soort geslachtscel.
a) Hiervan worden er het meeste geproduceerd…
b) Deze cellen kunnen zelf bewegen…
c) Deze cellen zijn het grootst…