Ontwikkeling van kinderen
Piaget: ontwikkeling in fases->
SENSOMOTORISCHE FASE (0-24 maanden):
● Ontwikkeling motoriek
● Ontwikkeling zintuigen
● Ontwikkeling geheugen
● Nog geen objectpermanentie
Objectpermanentie:
Objectpermanentie betekent dat je begrijpt dat een object blijft bestaan, ook als je het niet
kunt zien, horen of aanraken.
Bijvoorbeeld: een baby zonder objectpermanentie denkt dat een speeltje weg is, zodra je het
achter je rug verstopt.
Wanneer objectpermanentie zich ontwikkelt (meestal rond 8–12 maanden), begrijpt het kind
dat het speeltje er nog steeds is, ook al is het uit het zicht.
PRE-OPERATIONELE FASE (2-7 jaar)
Dit is een ontwikkelingsfase volgens Piaget waarin kinderen beginnen met symbolisch
denken, maar nog niet logisch kunnen redeneren.
Kenmerken in het kort:
● Symbolisch denken: kinderen gebruiken taal, tekenen en rollenspel om de wereld te
begrijpen.
● Egocentrisme: ze kunnen zich moeilijk in iemand anders’ perspectief verplaatsen.
● Centratie: ze focussen op één aspect van een situatie (bijv. alleen de hoogte van een
glas en niet de breedte).
● Gebrek aan conservatie: ze begrijpen nog niet dat hoeveelheden gelijk blijven, ook
als de vorm verandert.
Kort: kinderen denken creatief en symbolisch, maar hun logica is nog beperkt.
,ONTWIKKELING TAAL:
1. Woorden leren: Kinderen leren eerst losse woorden, zoals “mama” of “bal”.
2. Uitspraak oefenen: Ze proberen de woorden correct uit te spreken en klanken na te
bootsen.
3. Zinsbouw: Daarna leren ze woorden samen te voegen tot eenvoudige zinnen, zoals
“Ik wil koekje”.
4. Grammatica: Uiteindelijk leren ze regels van de taal, zoals meervoud,
werkwoordvervoegingen en tijd.
Kort: Eerst woorden, dan uitspraak, vervolgens zinnen, daarna grammatica.
ONTWIKKELING EGO:
In deze fase ontdekken kinderen dat ze een eigen persoon zijn, los van anderen.
Voorbeelden:
● Ze herkennen zichzelf in de spiegel en weten: “Dat ben ik!”
● Ze kunnen lichamelijke eigenschappen onderscheiden, bijvoorbeeld bij een pop
zeggen: “Waar is de neus van de pop? "En waar is mijn neus?”
Kort: Kinderen ontwikkelen zelfbewustzijn en leren zichzelf te onderscheiden van anderen.
Denken: egocentrisme en centratie:
● Egocentrisme: Kinderen kunnen zich moeilijk in iemand anders’ perspectief
verplaatsen. Bijvoorbeeld: ze denken dat iedereen ziet wat zij zien of weet wat zij
weten (“Wat zullen we papa voor z’n verjaardag geven?” – ze veronderstellen dat
anderen hetzelfde denken).
● Centratie: Kinderen richten zich op één aspect van een situatie en negeren andere
kenmerken. Bijvoorbeeld: ze letten alleen op hoogte van een glas en niet op de
breedte, of herkennen mensen alleen aan één opvallend kenmerk.
Kort: Kinderen denken nog vooral vanuit zichzelf en focussen op één ding tegelijk.
Animisme:
Animisme is het geloof van jonge kinderen dat levenloze voorwerpen gevoelens, gedachten
of eigenschappen van levende wezens hebben.
Voorbeelden:
● Een kind zegt dat een knuffel honger heeft of bang is.
● Ze geloven dat de zon boos kan worden of dat speelgoed kan praten.
Kort: Kinderen geven levenloze dingen menselijke eigenschappen.
, Conservatie:
Conservatie is het begrip dat hoeveelheid, volume of aantal hetzelfde blijft, ook als de vorm
of het uiterlijk verandert.
Voorbeeld:
● Giet je water van een breed glas in een smal glas, een kind dat conservatie nog niet
begrijpt denkt dat er nu meer of minder water is.
Kort: Kinderen leren dat dingen hetzelfde blijven, ook al zien ze er anders uit.
CONCREET-OPERATIONELE FASE (7-12 jaar)
● Ontwikkeling van reversibiliteit. Het begrip dat je een proces in gedachten kunt
omdraaien.
● Ontwikkeling van decentratie. Het feit dat je, je op meerdere aspecten tegelijk kunt
richten.
● Ontwikkeling van de logica. De relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid.
FORMEEL-OPERATIONELE FASE (12+ jaar)
● Het denken komt los van het concrete.
● Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit conclusies te
trekken
KINDEREN en de MEDIA
● (Programma)voorkeur: Kinderen kiezen vaak voor media die leuk, spannend of
herkenbaar is voor hun leeftijd.
● Aanpassen aan ontwikkelingsniveau: Media moet passen bij het optimale niveau van
stimulatie; te moeilijk is frustrerend, te makkelijk is saai.
Kort: Media moet leuk én passend zijn bij wat een kind kan begrijpen en verwerken.
Verhaal is minder relevant
● Aandachtstekort, daarom voorkeur voor reclames (rijmpjes, liedjes, slogans, muziek,
korte verhaaltjes).
● Programma in format van reclame?
Kinderen hebben vaak een korte aandachtsspanne, waardoor lange verhalen minder
boeiend voor hen zijn. Ze geven de voorkeur aan reclames of content met rijmpjes, liedjes,
slogans, muziek of korte verhaaltjes. Programma’s die zijn opgebouwd in een format
vergelijkbaar met reclame sluiten beter aan bij hun interesses en aandacht, omdat ze
hierdoor makkelijker blijven volgen en betrokken blijven.