FLORIS VAN KAN
Academie Voor Vastgoed
2024
,Inhoud
Hoofdstuk 1: Inleidende begrippen in de economie ............................................... 2
2.5 investeringen:................................................................................................................................. 6
2.6 bestedingen: .................................................................................................................................. 6
2.7 arbeidsmarkt en werkloosheid: ....................................................................................................... 6
2.8 beroepsbevolking: .......................................................................................................................... 7
2.9 instanties die economische data verzamelen ................................................................................... 7
2.10 conjunctuur en structuur van de economie .................................................................................... 7
2.11 overheid en conjunctuurbeleid ...................................................................................................... 8
2.12 onroerendgoedmarkt en conjunctuur ............................................................................................. 9
2.14 invloeden van het buitenland op structuur en conjunctuur .............................................................. 9
2.15 de coronacrisis: een nieuwe fase van laagconjunctuur .................................................................. 10
Hoofdstuk 3: Meso economie: bedrijfstak en concurrentieverhoudingen ..............10
3.1 bedrijfstak, branche en bedrijfskolom ............................................................10
3.2 ondernemingen ............................................................................................................................ 12
Hoofdstuk 4:.......................................................................................................15
Kengetallen productie: .......................................................................................19
Hoofdstuk 6: geld en bankwezen .........................................................................25
Hoofdstuk 7: de overheid, instanties en internationale handel ..............................30
Hoofdstuk 8: statistiek ........................................................................................31
,Hoofdstuk 1: Inleidende begrippen in de economie
Economie: consumentengedrag, producentengedrag, marktwerking.
Welvaart: hoe de spanning tussen behoeften en beperkte middelen is, hoe hoger de
spanning hoe minder welvaart
Welzijn: behoeften die niet afhankelijk zijn van schaarste zoals zuurstof, natuur en
zout uit de zee.
Welstand: persoonlijk gebonden in de zin van gezondheid.
Behoeften: menselijk verlangen waaraan voldaan wordt door beschikking over
schaarse goederen en diensten
Primaire behoeften: voedsel, onderdak en veiligheid
Secundaire behoeften: luxegoederen zoals massages of reizen
Stoffelijke behoeften: tastbaar, zoals een auto
Onstoffelijke behoeften: ontastbaar goed, zoals een dienst.
Individuele behoeften: behoeften die enkel indivudi heeft
Collectieve behoeften: heeft iedereen, maar kan het niet alleen invullen zoals
veiligheid, rechtspraak, wegen en onderwijs.
Productiefactoren:
Natuur: grond, bouwmaterialen, bossen en delfmaterialen
Arbeid: lichamelijke of geestelijke inspanning, oorspronkelijk samen met natuur.
Kapitaal: de duurzaamste, rente en dividend
Ondernemerschap: winst
Lorenzcurve: grafiek omtrent het verdelen van inkomens in een land
Primaire inkomens: loon, dividenden en rente
Secundaire inkomens: als de overheid i.o. de primaire inkomens premies en
belastingen heeft ingehouden die later terechtkomen.
Tertiaire inkomensverdeling: toeslagen als kinderbijslag, onroerendgoedbelasting
Personele inkomensverdeling: de manier waarop het totaal verdiende inkomen is
verdeeld in een land.
Economische orde: wijze waarop een land vraag en aanbod ordent
Allocatievraagstuk: wie beslist er in een land over het verdelen van productiefactoren,
de markt of de overheid?
Er zijn 3 vormen van de economische orde:
Centraal geleide planeconomie: geheel gereguleerd door de overheid
Vrijemarkteconomie: overheid regelt alleen kerntakel als defensie, onderwijs en
justitie
Georiënteerde markteconomie: zit ertussenin, overheid heeft een regulerende rol in
het bepalen van belastingen en regels.
Er zijn 3 soorten economie om te weten:
Macro: productie, consumptie en overheidsgedrag van een heel land, economische
handelsblokken zoals EU. Invloed van rentestand
Meso: middenniveau zoals bedrijfstakken als de NVM of VBO
Micro: individuele consumenten en bedrijven, zoals prijs, kostprijs, invloed van
courtage.
, Grensgebieden/data van de economie:
Zaken als innovatief vermogen, bevolkingssamenstelling of onderwijsniveau waar de
economische wetenschap zich niet mee bezig houdt.
De volgende data worden onderscheden:
• Behoefte schema’s van de consument
• Beschikbare hoeveelheden en kwaliteiten van de productiefactoren
• Juridische en sociale organisatie/ordening van de maatschappij
• De stand van technische kennis
• Omvang van de beroepsbevolking
Dit heeft een goede invloed op economische processen in een land, omdat het
kadaster goed werkt en we een goed notariaat hebben voelt een consument zich veilig
om te investeren.
Economische indicatoren binnenlands:
• Groei van het bruto binnenlands product: Meer geld, meer belasting
wat binnen komt bij de overheid om te investeren, meer werkgelegenheid
• Conjuncturele situatie: Conjunctureel: schommelingen in de economische
activiteit: in een hoogconjunctuur zijn mensen in het algemeen bereid
makkelijker geld uit te geven
• Index van het consumentenvertrouwen: in combinatie met de
conjuncturele situatie. Gevoel speelt een grote rol in het vertrouwen van een
koper.
• Ontwikkeling van de werkloosheid: als de werkloosheid hoog is, zijn
consumenten over het algemeen voorzichtiger met hun geld.
• Inflatie: de Europese Centrale Bank probeert dit in bedwang te houden tot
2%
• Orderportefeuille van bedrijven: als bedrijven het druk hebben, en dus
zekerheid over genoeg werk. Zullen deze veel grote orders plaatsen om voor
hun doen goedkoop uit te zijn. Dit zal de economie in de sectoren waar ze
bestellen stimuleren.
De markt reageert met vertraging op het gegroeide of gedaalde
consumentenvertrouwen en de vraag.
Economische indicatoren buitenlandse:
• Renteontwikkeling: als de rente laag is, zie je dat consumenten meer
investeren of sneller een huis kopen. Als de rente hoog is zal dit afnemen.
De rente wordt bepaald door de kapitaalmarkt.
De kapitaalmarkt is de plek waar geld voor de lange termijn wordt
verhandeld, zoals via deposito's, spaartegoeden, langlopende leningen,
obligaties, aandelen, vastgoed en pensioenen.
• Ontwikkeling import en export: veel export, en veel import dus goed
voor de economie
• Ontwikkeling wisselkoersen: als de euro stijgt, wordt de exportprijs hoger
en de import goedkoper. Dit werkt beide kanten op.
• Verloop van de dollarkoers: omdat de dollar de meest dominante munt
ter wereld is.